Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Waarom is Iran vicevoorzitter geworden van het VN-Comité voor Sociale Ontwikkeling?

Vandaag
leestijd 4 minuten
972 keer bekeken
ANP-537219153

Komt de benoeming van Iran als vicevoorzitter van het Comité voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties overeen met de mensenrechtencriteria?

De benoeming eerder deze maand van Iran tot vicevoorzitter van de Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties was voor degenen die de Islamitische Republiek kennen ironisch, aangezien deze organisatie als taak heeft sociale rechtvaardigheid te bevorderen, kwetsbare groepen te ondersteunen (kinderen, vrouwen, ouderen en LHBT-groepen) en sociale rechten te versterken.

Vanuit mijn perspectief is de belangrijkste vraag: is een dergelijke benoeming, gezien de mensenrechtenachtergrond, de officiële reacties van internationale organisaties en de beperkende maatregelen van sommige regeringen tegen Iran, in overeenstemming met de criteria van deze organisaties?

Onderzoek toont aan dat deze benoeming meer gebaseerd is op de politieke en structurele kijk en prestaties van het internationale systeem dan op een beoordeling van de mensenrechtenprestaties.

Ik geef enkele voorbeelden om de situatie in de Islamitische Republiek Iran beter te begrijpen:

1. Officiële rapporten van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in Iran behoren tot de belangrijkste gedocumenteerde bronnen. De rapporten van de speciale rapporteur, die door de Mensenrechtenraad van de VN is aangesteld en sinds 2024 door Mai Sato wordt vervuld, bieden waardevolle informatie. Zijn officiële rapporten documenteren verschillende zaken voor de Algemene Vergadering en de Mensenrechtenraad, waaronder het hoge aantal executies en ernstige zorgen over oneerlijke processen, arrestaties van burgerrechtenactivisten, journalisten en mensenrechtenverdedigers. Ook zijn er rapporten over het gebruik van geweld en oorlogswapens tegen demonstranten tijdens landelijke protesten, met name in 2022 en januari 2026. Daarnaast bestaan er wettelijke en structurele beperkingen voor vrouwen.

2. Het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren sommige Iraanse functionarissen de toegang tot deze instelling verboden. Deze beslissing is genomen op basis van zorgen over mensenrechten en de manier waarop met protesten wordt omgegaan. Deze maatregelen laten zien dat sommige internationale instellingen het gedrag van de Iraanse regering officieel beoordelen als in strijd met de mensenrechtennormen.

3. Ook op het diplomatieke niveau hebben sommige landen praktische stappen ondernomen. Bijvoorbeeld: de Duitse regering sloot in 2022 een van de consulaten van Iran in Hamburg en verhoogde de controle over de diplomatieke activiteiten van Iran. De Australische regering riep in dezelfde periode ook de Iraanse ambassadeur op het matje en heroverwoog het niveau van de diplomatieke betrekkingen. Een dergelijk optreden duidt op een niveau van diplomatieke spanning dat in principe ontstaat als reactie op ernstige mensenrechten- of politieke problemen.

4. De zorgen van onafhankelijke mensenrechtenorganisaties weerspiegelen ook de sociale en politieke realiteit in Iran. Organisaties zoals Amnesty International en andere onafhankelijke mensenrechteninstellingen hebben eveneens rapporten gepubliceerd die verschillende onderwerpen behandelen, waaronder de volgende:

- Het hoge aantal vonnissen en uitvoering van de doodstraf in vergelijking met andere landen. De Islamitische Republiek Iran had in 2025, met een opwaartse trend, het hoogste executiecijfer per hoofd van de bevolking ter wereld en stond samen met China aan de top van de landen die executies uitvoeren. In de eerste negen maanden van dat jaar werden ten minste 1922 doodstraffen uitgevoerd; dit aantal en deze statistieken zijn exclusief buitengerechtelijke executies, zoals gebeurde met Omid Sarlek of mensen die onder marteling worden gedood.

- Arrestatie van politieke gevangenen en burgeractivisten, hetgeen wijst op beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en vergadering.

5. Gezien dit bewijs, wordt een belangrijke waarheid duidelijk: enerzijds hebben internationale instellingen en verschillende regeringen beperkende maatregelen tegen Iraanse functionarissen genomen en uiten ze ernstige zorgen over de mensenrechtensituatie; anderzijds maakt hetzelfde internationale systeem het mogelijk dat een vertegenwoordiger van deze regering wordt benoemd als vicevoorzitter van een sociale commissie. Is dit slechts een morele tegenstrijdigheid of het laten prevaleren van politiek belang boven mensenrechtenwaarden?

De Verenigde Naties handelen op basis van het principe van 'soevereine gelijkheid van staten'. Dit betekent dat alle lidstaten, ongeacht hun politieke systeem of interne situatie, juridisch als gelijk worden beschouwd. De verkiezing van de bestuursleden in commissies zoals de Commissie voor Sociale Ontwikkeling gebeurt meestal op basis van: regionale quotumverdeling, diplomatieke overeenkomsten en het ontbreken van formeel bezwaar, en niet op basis van een formele beoordeling van mensenrechtenprestaties. De vraag is: waarom hadden de staten die elders beperkingen oplegden, hier geen bezwaar?

Uitgaande van gedocumenteerd bewijs, waaronder de officiële rapporten van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties, de sancties en beperkingen die door de Europese Unie tegen regeringsfunctionarissen zijn opgelegd, de diplomatieke acties van sommige landen zoals Duitsland en Australië, en de rapporten van onafhankelijke mensenrechtenorganisaties, kan worden geconcludeerd dat de mensenrechtensituatie in Iran internationaal een ernstige zorg is. De benoeming van Iran tot plaatsvervangend voorzitter van de Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties toont echter aan dat mensenrechtennormen, hoewel normatief benadrukt en gerespecteerd, in de institutionele besluitvorming geen bindend effect hebben. Deze benoeming is niet vanwege een goedkeuring van de mensenrechtenpraktijk, maar vanwege de juridische structuur van de Verenigde Naties, het principe van gelijke staten, en mechanismen gebaseerd op politieke en regionale evenwichten.

Dus het antwoord op de gestelde vraag zou kunnen zijn dat deze benoeming een weerspiegeling is van de realiteit van de werking van het internationale systeem, waar institutionele beslissingen meer beïnvloed worden door juridische regels en diplomatieke overwegingen en de politieke balans tussen staten dan louter door mensenrechtenbeoordelingen, zelfs als het geselecteerde land noch de capaciteit noch de bekwaamheid heeft om die taak uit te voeren. De Islamitische Republiek Iran heeft in haar 47-jarige functioneren laten zien dat zij op het gebied van sociale ontwikkeling niet alleen geen vooruitgang heeft geboekt, maar zelfs achteruitgang, en haar staat van dienst is vol negatieve punten. Wat zal zij dan doen op het internationale toneel? Zal zij hetzelfde beleid als binnenslands volgen of een andere houding aannemen? De toekomst zal het uitwijzen.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor