
Duizenden doden. Jongeren die verdwijnen in gevangenissen of massagraven. Lichamen die worden ingezet als afschrikmiddel. De volksopstand in Iran is met extreem geweld neergeslagen. En nu wordt het weer stil.
De vraag die in Iran blijft rondzingen is pijnlijk eenvoudig: waarvoor hebben we dit gedaan? Niet voor vrijheid, zo voelt het nu. Niet voor internationale solidariteit. Niet voor echte steun.
Niemand in Iran zat te wachten op bommen van Trump. Niemand vroeg om een buitenlandse “bevrijding”. Wat mensen wél hoopten, was dat hun moed gezien zou worden. Dat de wereld hen niet opnieuw zou laten vallen. Maar precies dat gebeurde.
Trump sprak harde woorden over het regime, maar liet het daar ook bij. De oliebelangen van zijn vrienden en financiers wogen zwaarder dan concrete actie. Stabiliteit van de markt ging vóór mensenlevens. Iran moest vooral geen onrust veroorzaken die Amerikaanse belangen zou schaden. Mensenrechten bleken opnieuw onderhandelbaar.
Europa deed het niet beter. Verklaringen volgden elkaar op. Zinnen over “ernstige zorgen” en “onaanvaardbaar geweld”. Maar echte druk bleef uit. Geen maatregelen die het hart van het mullah-systeem raakten. Sancties bleven vooral voelbaar voor gewone Iraniërs: hogere prijzen, lege koelkasten, een toekomst die steeds verder weg lijkt. Het regime zelf bleef overeind.
Terwijl jonge vrouwen en mannen hun leven riskeerden op straat, woog de internationale gemeenschap haar belangen af. Olie. Regionale stabiliteit. Angst voor escalatie. Altijd was er wel een reden om niets te doen. Dat voelt niet alleen als verraad. Het is verraad.
In berichten die ik krijg uit Iran klinkt geen revolutieromantiek meer. Geen heroïek. Alleen uitputting. En een bittere conclusie: demonstranten zijn dubbel slachtoffer. Van internationale sancties die vooral hen raken, en van een regime dat precies weet hoe ver het kan gaan omdat de wereld uiteindelijk toch wegkijkt.
Het Iraanse bewind heeft dit allang ingecalculeerd. Het weet dat verontwaardiging tijdelijk is. Dat nieuwsagenda’s verschuiven. Dat Oekraïne, Gaza of Amerikaanse verkiezingen altijd weer urgenter worden. En dus slaat het toe. Hard. Meedogenloos. Met de zekerheid dat de gevolgen beperkt blijven.
Wat resteert, is stilte. En stilte is nooit neutraal.
Wie nu zegt dat ingrijpen “te complex” is, moet ook erkennen dat nietsdoen een keuze is. Een keuze met dodelijke consequenties. Want een regime dat duizenden eigen burgers vermoordt en ermee wegkomt, leert één ding: dit kan.
Het wrange is dat niemand ongelijk heeft in zijn angst voor escalatie, maar iedereen ongelijk heeft in het accepteren van deze uitkomst. Want als moed niet wordt gesteund, sterft hoop. En zonder hoop haken mensen af. Precies wat dit regime wil.
De Iraanse opstand is niet mislukt omdat mensen niet dapper genoeg waren. Ze is gesmoord omdat de wereld besloot dat hun vrijheid het risico niet waard was.
Dat is een waarheid die pijn doet. Maar wel een die uitgesproken moet blijven worden. Juist nu het weer stil wordt. Want wie zwijgt na duizenden doden, spreekt uiteindelijk vóór het geweld.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.