Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Waar was de rechtsstaat toen vrouwen om bescherming vroegen?

Gisteren
leestijd 7 minuten
1380 keer bekeken
SB7

Campagneposter 'Waar ben je'? | Rijksoverheid

De overheid vraagt ons opnieuw alert te zijn op femicide. Terecht. Maar wie burgers oproept om signalen van geweld te herkennen, moet zichzelf dezelfde vraag durven stellen: waar was de staat toen vrouwen om bescherming vroegen?

‘Waar ben je?’ Met die vraag vraagt de overheid opnieuw aandacht voor femicide en dwingende controle. De campagne moet Nederlanders helpen signalen van onveilige relaties eerder te herkennen. Dat is belangrijk. Wat begint als liefdevolle aandacht kan veranderen in controle: voortdurend willen weten waar iemand is, bepalen met wie iemand omgaat, een telefoon controleren, iemand isoleren van vrienden en familie, dreigen of manipuleren. Zulke gedragingen kunnen onderdeel zijn van een patroon dat uiteindelijk escaleert. Juist daarom moet de campagne niet alleen aan burgers worden gericht. De vraag ‘Waar ben je?’ moeten we ook aan de overheid stellen.

Waar ben je wanneer een vrouw voor het eerst vertelt dat haar partner haar bedreigt? Waar ben je wanneer zij opnieuw wordt gestalkt? Waar ben je wanneer zij bang is om haar relatie te beëindigen? En waar ben je wanneer politie, hulpverlening en rechtspraak ieder een stukje van hetzelfde verhaal kennen, maar niemand het volledige patroon ziet? Een campagne kan mensen leren een gevaar te herkennen. Maar een campagne kan dat gevaar niet wegnemen. Daarvoor is een overheid nodig.

Het kabinet erkent inmiddels zelf dat slachtoffers nog niet altijd voldoende worden geholpen en beschermd en dat de manier waarop ondersteuning, preventie, zorg en rechtsbescherming zijn georganiseerd moet verbeteren.

Niet iedere moord komt uit het niets
Niet iedere femicide is voorspelbaar en achteraf is het gemakkelijk om signalen te herkennen die vooraf minder duidelijk waren. We moeten daarom niet doen alsof iedere moord eenvoudig voorkomen had kunnen worden. Maar het tegenovergestelde is even onverantwoord: doen alsof er nooit iets aan voorafgaat.

Dwingende controle, stalking, bedreiging, isolatie en eerder geweld kunnen onderdeel zijn van een patroon. Een afzonderlijk incident lijkt misschien niet ernstig. Maar wanneer maandenlange controle, bedreigingen en stalking samenkomen, ontstaat een ander beeld. Het probleem is dat een slachtoffer vaak het volledige verhaal kent, terwijl de overheid slechts losse hoofdstukken ziet.

Een vrouw weet dat haar ex haar al maanden volgt, haar telefoon controleert en haar eerder heeft bedreigd. De politie ziet misschien één melding. Een hulpverlener ziet een ander deel. Een familierechter behandelt een omgangszaak. Voor het slachtoffer is het één werkelijkheid; voor de overheid kunnen het verschillende dossiers zijn. Precies daar kan bescherming tekortschieten.

De rechtsstaat moet zichzelf durven aankijken
Daarom is het belangrijk dat binnen de Rechtspraak inmiddels meer aandacht is voor intieme terreur, geweld tegen vrouwen en femicide. Vanuit de top van de Rechtspraak is erkend dat vrouwen in het verleden onvoldoende zijn beschermd en dat meer kennis nodig is om patronen van intieme terreur te herkennen. Die erkenning moeten we serieus nemen. Niet om individuele rechters verantwoordelijk te maken voor het geweld van daders. De verantwoordelijkheid voor geweld ligt bij degene die het geweld gebruikt. Rechters moeten onafhankelijk beslissen en zijn gebonden aan de wet en het beschikbare bewijs.

Maar er is een verschil tussen persoonlijke schuld en institutionele verantwoordelijkheid. Een instituut kan zorgvuldig handelen en toch ontdekken dat bepaalde patronen onvoldoende zijn herkend. Een rechtsstaat kan fouten maken zonder op te houden een rechtsstaat te zijn.

Sterker nog: een rechtsstaat die haar eigen tekortkomingen niet durft te erkennen, is juist kwetsbaar. Maar een excuus is geen eindstation. De vraag is wat er daarna verandert, worden rechters beter opgeleid? Worden signalen beter in samenhang beoordeeld? Wordt er binnen de wettelijke grenzen beter samengewerkt tussen politie, hulpverlening en rechtspraak? Wordt daadwerkelijk geleerd van zaken waarin bescherming tekort is geschoten?

Als het antwoord daarop ja is, krijgt een excuus betekenis. Als er niets verandert, blijft het vooral een uitspraak.

Bescherming van slachtoffers is geen bedreiging voor de rechtsstaat
In het debat over femicide bestaat soms de neiging om slachtofferbescherming tegenover de rechtsstaat te plaatsen. Dat is een valse tegenstelling. Een verdachte heeft recht op een eerlijk proces. Een beschuldiging is geen veroordeling. Bewijs moet zorgvuldig worden beoordeeld en rechters moeten onafhankelijk zijn. Maar een slachtoffer heeft óók rechten: het recht op veiligheid, het recht om serieus te worden genomen en het recht op bescherming binnen de mogelijkheden van de wet. Een sterke rechtsstaat moet beide kunnen bieden.

Het gaat dus niet om minder rechten voor verdachten, maar om betere besluitvorming binnen de bestaande rechtsstatelijke grenzen. Een rechter moet kunnen herkennen wat dwingende controle betekent en feiten in hun juiste context kunnen beoordelen. Dat is geen verzwakking van de rechtsstaat, maar juist professionalisering ervan.

Een slachtoffer mag niet haar eigen veiligheidscoördinator zijn
Wanneer een vrouw haar gewelddadige partner verlaat, kan zij terechtkomen in een ingewikkeld netwerk van politie, hulpverlening, advocaten, gemeenten, opvang en rechtspraak. Zij moet mogelijk aangifte doen, een veilige woning zoeken, haar kinderen beschermen en verschillende juridische procedures voeren. Een slachtoffer mag niet tegelijkertijd haar eigen veiligheidscoördinator hoeven zijn.

De overheid wil de samenwerking tussen instanties verbeteren en veiligheidsrisico’s beter gezamenlijk laten beoordelen. Dat is de juiste richting. Maar het moet ook voelbaar worden voor de vrouw die daadwerkelijk hulp zoekt.

Een beleidsplan waarin staat dat instanties beter moeten samenwerken heeft weinig betekenis wanneer een slachtoffer in de praktijk steeds opnieuw haar verhaal moet vertellen en niemand verantwoordelijkheid neemt voor het geheel.

Strafrecht alleen gaat femicide niet voorkomen
Ook moeten we af van het idee dat ieder maatschappelijk probleem uiteindelijk met het strafrecht kan worden opgelost. Na een femicide is de roep om strengere straffen begrijpelijk. Maar een hogere straf achteraf beschermt het slachtoffer niet meer. Preventie begint vóór het strafbare eindpunt. Daarom moeten we niet alleen kijken naar moord en zwaar geweld, maar ook naar bedreiging, stalking, intimidatie, psychisch geweld en dwingende controle.

Nieuwe wetgeving kan daarbij helpen, maar een wetsartikel is geen wondermiddel. Wetgeving heeft alleen betekenis wanneer politie, hulpverlening en rechtspraak weten hoe zij die moeten toepassen. Daarom zijn deskundigheid, capaciteit en samenwerking minstens zo belangrijk.

Stop met de verkeerde vragen aan slachtoffers
We moeten bovendien anders leren praten over vrouwen die in gewelddadige relaties terechtkomen. Waarom ging ze niet weg? Waarom deed ze geen aangifte? Waarom bleef ze bij hem?

Achteraf lijken die vragen eenvoudig. Maar dwingende controle kan iemands vrijheid langzaam afbreken. Er kan sprake zijn van angst, financiële afhankelijkheid, isolatie, schaamte of zorg voor kinderen. Bovendien kan het verlaten van een relatie juist een gevaarlijke periode zijn. Daarom moet één uitgangspunt altijd overeind blijven: De verantwoordelijkheid voor geweld ligt bij degene die geweld gebruikt.

Dat betekent niet dat slachtoffers geen handelingsmogelijkheden hebben. Het betekent dat we de verantwoordelijkheid voor de keuze om geweld te gebruiken nooit bij het slachtoffer mogen leggen.

Ook mannen moeten onderdeel zijn van de oplossing
Wie femicide wil voorkomen, moet ook met mannen en jongens praten over controle, macht, jaloezie, afwijzing en grenzen. Een relatie geeft niemand eigendomsrechten over een ander. Een partner heeft geen recht op iemands telefoon, vrienden, lichaam of vrijheid.

Dat betekent niet dat mannen collectief als daders moeten worden behandeld. Het betekent dat we jongens en mannen moeten leren dat controle geen liefde is en geweld geen manier is om met afwijzing of verlies om te gaan. Een samenleving die gelijkwaardigheid serieus neemt, moet die gelijkwaardigheid niet alleen in wetten opschrijven, maar ook in relaties zichtbaar maken.

Van ‘Waar ben je?’ naar ‘We zijn er’
De huidige campagne is daarom belangrijk, maar mag geen eindpunt zijn. De overheid zegt tegen burgers: kijk beter, luister beter, vraag door en blijf in contact. Dat is terecht. Maar dan moet de overheid zichzelf dezelfde opdracht geven. Kijk beter naar patronen. Luister beter naar slachtoffers. Vraag door wanneer signalen zich opstapelen. Werk samen wanneer verschillende instanties ieder een deel van hetzelfde verhaal kennen. En kijk niet weg wanneer achteraf blijkt dat het systeem onvoldoende heeft gefunctioneerd.

Wie burgers vraagt niet weg te kijken, mag zelf ook niet wegkijken. De campagne heet ‘Waar ben je?’ Misschien moet die vraag uiteindelijk veranderen in een belofte. Een vrouw die om hulp vraagt, zou niet alleen moeten horen: Waar ben je? Zij zou moeten kunnen horen: “We zijn er” We zijn er wanneer je voor het eerst vertelt dat je bang bent. We zijn er wanneer je wordt bedreigd. We zijn er wanneer je wordt gestalkt. We zijn er wanneer je probeert te vertrekken. We zijn er wanneer je bescherming nodig hebt. En we zijn er wanneer we als overheid moeten erkennen dat iets niet goed is gegaan.

Dat is voor mij de betekenis van een sterke rechtsstaat. Niet dat zij nooit fouten maakt, maar dat zij bereid is daarvan te leren en mensen binnen de grenzen van de wet zo goed mogelijk te beschermen. Daarom moeten we de campagne steunen. Maar we mogen er niet tevreden mee zijn. Een campagne kan bewustwording creëren. Een overheid moet bescherming organiseren. Een excuus kan het verleden erkennen. Alleen verandering kan de toekomst verbeteren.

De echte test komt niet wanneer de campagne opnieuw op televisie verschijnt. De echte test komt wanneer een vrouw morgen zegt dat haar ex haar stalkt, wanneer een vriendin vertelt dat ze bang is of wanneer verschillende instanties ieder een deel van hetzelfde verhaal kennen. Wat doen we dan? Want femicide begint niet bij de moord. Het kan beginnen bij de eerste controle, de eerste bedreiging of de eerste keer dat iemand zegt: ‘Ik ben bang.’ Precies daar moet de rechtsstaat staan. Niet achteraf. Niet wanneer het te laat is. Maar op tijd.

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor