
De rijkenlijst van China wordt ook wel de ‘sha zhu bang’ genoemd – de varkensslacht-lijst – nu zo veel Chinese miljardairs die op de lijst staan kritisch onderzocht worden, waarna ze ook vaak in de gevangenis eindigen. Afgelopen vrijdag is de Chinees Hui Ka Yan, de ‘rijkste man van Azië’, nog tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In het Westen gaan we heel anders om met onze beter bedeelde medeburgers, maar is dat wel terecht? Kunnen we wellicht iets leren van China in dezen, zonder dat we de vrijheden verliezen die we in het Westen genieten?
De Britse zakenman Rupert Hoogewerf publiceert sinds 1999 het Hurun-Verslag, vergelijkbaar met Forbes en Quote, waarin ook een lijst is opgenomen met de rijkste Chinezen. Formeel heet de lijst een bai fu bang, letterlijk ‘honderd-rijken-lijst’, maar onder de bevolking is deze ook bekend als de sha zu bang; de varkensslacht-lijst. Er wordt hierbij verwezen naar het idee dat het vetste varken het eerst naar de slacht wordt gebracht.
Het onderzoek van Hoogewerf wijst uit dat de gemiddelde Chinese miljardair op de lijst, als deze in de veertig is, een grote kans heeft kritisch onderzocht te worden door de media en de overheid, vaak gevolgd door een gevangenisstraf van ongeveer 10 jaar, of andermaal door van de aardbodem te verdwijnen.
De kans op onderzoek en vervolging staat bijna vast voor een aanzienlijk deel van de personen die op de lijst komen te staan. Zo stuitte Kong Dongmei, de kleindochter van de Chinese leider Mao Zedong en met bijna een miljard dollar in de lijst opgenomen, op veel kritiek vanuit de gemeenschap. Ze zou haar grootvaders idealen verraden.
Kong kwam er daarmee nog goed vanaf, in tegenstelling tot Zhou Zengyi, die in 2002 nog nummer 11 was op de lijst maar niet lang daarna werd gearresteerd en een gevangenisstraf van 16 jaar kreeg voor o.a. fraude en verduistering. Zijn veroordeling maakte ook een einde aan de carrière van Chen Liangyu, toenmalig lid van het politbureau, het hoogste uitvoerende orgaan van de Communistische Partij (CCP). In 2025 werd hij na een 18-jarige gevangenisstraf vrijgelaten.
Afgelopen vrijdag werd Hui Ka Yan, de voormalige ‘rijkste man van Azië’, veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor o.a. omkoping en fraude. Hij was in 2017 met een vermogen van 45 miljard dollar in het Hurun-verslag opgenomen.
Schril contrast
In het Westen gaan we heel anders om met de puissant rijke bovenlaag. ‘Het geheim van de grote vermogens die geen aanwijsbare oorzaak hebben, is een misdaad die vergeten is’, zo schreef De Balzac in 1835. Evenwel voelen we zelden de behoefte aan deze stelling consequenties te verbinden naar onze financiële elite.
Hierdoor hebben louche ondernemers als Quote 500-lid Frank van Gool, rijk geworden met de uitbuiting van Oost-Europese arbeidsmigranten, vrij baan om hun activiteiten verder te ontplooien. Zelfs als er na uitgebreide kritiek in de media en discussies in de Tweede Kamer een concreet plan op tafel ligt om de wanpraktijken van uitzendbureaus als die van Van Gool aan banden te leggen, weet voormalig VVD-minister Mariëlle Paul, onder invloed van de uitzendlobby, dit van de baan te halen.
Waar bestuurders en aandeelhouders in het Westen zelden worden vervolgd en bedrijven dikwijls met lage boetes wegkomen, zo zijn ze in China onverbiddelijk jegens corrupte ondernemers. Het beste voorbeeld is wellicht de corruptie tijdens en na de kredietcrisis van 2008, maar voor wangedrag in het bedrijfsleven hoeft men niet ver de geschiedenis in te duiken.
Zo kreeg Google dit jaar van de EU een boete van bijna 900 miljoen euro voor het stelselmatig schenden van de Verordening digitale markten. Dit is minder dan 0,68% van de totale winst van het bedrijf in 2025. Daarnaast heeft de boete veel politiek kapitaal gekost voor de EU, nu Trump niet te spreken was over de boete, en ook heeft gedreigd met het verhogen van importheffingen.
Ding Xueliang, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Hong Kong (HKUST), geeft meerdere verklaringen waarom zoveel zakenlieden voor de bijl gaan in China. Zo zijn de financiële prikkels te groot voor ondernemers om het risico niet te nemen. Centraal in zijn verklaring staan de volgende drie factoren: de overheid heeft zeer ruime bevoegdheden, de regelgeving voor bedrijven is beperkt en veranderlijk en de rechtspraak is in China niet bepaald onafhankelijk.
De laatstgenoemde factoren houden verband met de wijze waarop de Chinese rechtstaat functioneert en de vrijheden die haar burgers genieten. Waar de behandeling van ondernemers tussen China en het Westen in schril contrast staat, is hetzelfde te zeggen voor de autoritaire staatsvorm die China hanteert, in tegenstelling tot de poging tot democratie die het Westen betracht.
Vrijheid versus gelijkheid
De vraag of het wenselijk is onze democratie en vrijheden in te leveren teneinde de rijken vaker de maat te kunnen nemen, staat niet centraal in dit stuk. We zien met het aantreden van Trump in diens tweede termijn al de negatieve gevolgen van toenemend autoritarisme binnen een land.
Een treffend, doch onderbelicht voorbeeld daarvan is de functie van advocatenkantoren in de democratische rechtstaat van de VS. Een van de eerste spraakmakende beleidspunten van Trump in zijn eerste termijn was de stop van de migratie van moslims naar de VS in 2017. Advocatenkantoren trokken en masse naar vliegvelden om moslimstudenten en -migranten pro bono van juridisch advies te voorzien.
Trump heeft sindsdien geleerd, niet alleen door de wijze waarop hij zijn eigen partijgenoten van de GOP aanpakt, maar ook door het neerslaan van zijn oppositie met vervolgingen en rechtszaken. Naast de media, vergelijk de rechtszaak van 10 miljard dollar die hij na zijn inhuldiging tegen de Wall Street Journal aanspande, vallen hier ook de grote ‘white shoe’-advocatenkantoren onder.
Zo werd de toegang die deze kantoren tot de overheid hadden door Trump ingeperkt, wat tevens betekende dat ze geen juridische diensten mochten verlenen aan contractpartijen van de overheid, c.q. het merendeel van hun clientèle. Om (financiële) risico’s te voorkomen, hebben de topkantoren binnen enkele maanden dealtjes met Trump gesloten en hem voorzien van miljarden dollars aan gratis juridisch advies.
Waar advocatenkantoren in 2017 aan het front stonden om migranten te helpen, zijn de grote kantoren na Trumps inauguratie en het daaropvolgende ICE-offensief schuw geworden om migratiezaken te behandelen. Ook de politieke tegenstanders van Trump hebben steeds meer moeite met het vinden van een kantoor dat hun zaken wil verdedigen.
Voeg daar de invloed van het bedrijfsleven aan toe in de VS via zogenoemde super-PACs en de directe donaties aan Trumps inaugurele fonds, zo ook de investeringen in ondernemingen van diens zoons en schoonzoon, en men ziet dat een te hoge machtsconcentratie niet voor meer gelijkheid of minder corruptie zorgt.
Op den duur kan een dergelijke beïnvloeding, of eerder vermenging van de staat met het zakenleven, een oligarchie tot gevolg hebben, met alle nepocratie en andere vormen van netwerkcorruptie van dien. Vergelijk hierbij de chaebols in Zuid-Korea en de oligarchen van Rusland.
Het zou dus niet wenselijk zijn voor westerse landen om over te willen gaan op een meer autoritaire behandeling van het zakenleven en de economie, want zonder een culturele verandering die daaraan vooraf dient te gaan, zal het wegcijferen van rijke particulieren in onze – steeds minder – vrije markt waarschijnlijk enkel een toenemende machtsconcentratie, e.g. oligarchie, tot gevolg hebben. Het tegenovergestelde, het laten slinken van de staatsmacht door privatisering, is evenmin wenselijk, nu dit zonder cultuurverandering zeer wel – in een nog sneller tempo – tot een oligopolie kan leiden.
Burgerparticipatie
Toch is er wellicht een mogelijkheid het beste van beide werelden te combineren, waardoor je geen keuze hoeft te maken tussen vrijheid enerzijds en een gelijke(re) verdeling van politiek en financieel kapitaal anderzijds. In het gedachtegoed van moderne filosofen als Dewey en Chomsky spelen de zelfbeschikking en de organisatiekracht van het individu een grote rol. De overheid heeft een belangrijke rol in het cultiveren van deze zelfstandigheid en verantwoordelijkheid bij haar burgers.
Door niet louter naar de overheid te kijken om onze grootverdieners in het gareel te houden, maar in plaats daarvan, in samenwerking met toezichthouders en overheden, vanuit de burgers zelf verantwoordelijkheid te nemen. Hierbij valt te denken aan gedegen onderzoeksjournalistiek, pressiegroepen, vakbonden en coöperatieve verenigingen, die zowel politiek als economisch de grootverdieners achter grote bedrijven het hoofd kunnen bieden. Deze initiatieven waarborgen de individuele vrijheden, maar leveren ook kracht aan het collectief.
Nadat collectieve organisaties een groter economisch en politiek aandeel hebben binnen de maatschappij, kan de overheid terugtreden en deelgenoot worden tussen het bedrijfsleven en burgerinitiatieven. Doordat de macht meer gefragmenteerd is binnen de maatschappij, zorgen de spanningen tussen de facties, theoretisch tenminste, voor een minder grote kans op machtsconcentratie en corruptie.
Hoewel de revitalisatie van vakbonden in de VS een positieve ontwikkeling is, vinden dergelijke initiatieven in het Westen op te kleine schaal plaats. Zo er vanuit deze soort groepen wél een goed initiatief wordt gevormd en dit in de media en binnen de bevolking overwegend positief wordt ontvangen, vergelijk de kritiek op het leenstelsel voor studenten, dan laat de overheid het alsnog afweten qua besluitvorming en daadkracht.
Voordat het electoraat dus kiest voor een meer of minder machtige overheid, voordat het idee van burgerparticipatie nieuw leven ingeblazen kan worden, is een cultuurverandering nodig; vooral het idee van de carrièrepoliticus, belangenverstrengeling en draaideurpolitiek zijn obstakels die een behoudende inzet belonen ten koste van vooruitgang.