Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Vuur en as: hoe Europa zijn bossen maakte

25-08-2026
leestijd 5 minuten
946 keer bekeken
ANP-564056522

Net zoals vorig jaar stond de zomer van 2026 in het teken van bosbranden. Europa als geheel bleef onder het record van 2025, maar Frankrijk, Italië en Spanje zagen duizenden vierkante kilometers in rook opgaan. Stand eind augustus: 620.000 hectare verbrand bos.

Nu is het thema “bos” in de ambtelijke informatiemachine een nogal warrig onderwerp. Volgens Eurostat beschikt Europa over zo’n 160 miljoen hectare bos – een kleine 40% van het Europese grondgebied. De definitie van bos die aan dit verheugende cijfer ten grondslag ligt: “een bos is gebied met een kroonbedekking (of gelijkwaardige staande voorraad) van meer dan 10% en een oppervlakte van meer dan 0,5 hectare.” Met de Europese bossen lijkt het goed te gaan; sinds 1850 (een jaar waarin hout de voornaamste brandstof van het Europese vasteland was) is het bebost oppervlak met zo’n 40 miljoen hectare toegenomen. Zo bezien lijkt het met die branden nog wel mee te vallen.

Het probleem zit hem echter in de veranderende aard van het Europese bos. Ik ben de laatste jaren veel in Galicië, waar deze verschuiving moeilijk te missen is. De meest voorkomende boomsoort in Galicië is de eucalyptus. Deze snelgroeiende soort is een favoriet van bosbouwers, die ze kweken voor de pulp- en papierindustrie; zijn snelle verspreiding is economisch gemotiveerd. Maar deze van oorsprong Australische boom verspreidt zich ook buiten zijn plantages, waar hij het de autochtone soorten moeilijk maakt door met zijn extreem snelle groei water aan de bodem te onttrekken, schaduw te werpen, en stoffen vrij te laten die de kieming van andere planten remmen (allelopathie). Bovendien is de eucalyptus een pyrofyt, of vuurminnende boom: bladeren en schors zitten vol brandende oliën die na verloop van tijd een droog, brandbaar tapijt vormen, en de hittebestendige zaden ontkiemen massaal in de voedzame as na een brand. Kamikaze als evolutionaire strategie.

Eucalyptusplantages tellen in de Eurostat-statistieken als bos, maar met een bos heeft zo’n plantage weinig te maken. Een bos is geen verzameling bomen, maar een netwerk van organismen (planten, dieren, schimmels, bacteriën) die elkaar beïnvloeden. Hun onderlinge verhoudingen zijn niet vreedzaam – er wordt gegeten, verdrongen en geparasiteerd – maar samen vormen ze een veel complexer systeem dan een rij identieke bomen voor een papierfabriek. Hoewel evolutie vaak als survival of the fittest wordt voorgesteld, is een bos niet zozeer het resultaat van competitie als van samenwerking: planten zetten zonlicht en CO2 om in organisch materiaal, paddenstoelen zijn het immuunsysteem, vogels planten bomen, bijen bevruchten, zwijnen ploegen de aarde om, en wolven zorgen ervoor dat grote planteneters zich over het bos verdelen.

Ongeveer 3% van het Europese bos is oerbos – bos met een niet door de mens gestoorde dynamiek. Van de rest is een deel een plantage (bos dat om de zoveel jaar compleet gekapt en nieuw geplant wordt), en een groter deel een tussenvorm: door de mens onderhouden, maar nooit volledig kaalgekapt. De economisch interessante soorten (zoals pijnboom en eucalyptus) branden beter dan langzaam groeiende soorten als de eik, en natuurbossen zijn minder vatbaar voor bosbranden dan monocultuur of geplante bossen. Voor de moderne bioloog is een eucalyptusplantage niet zozeer een bos als een vaalgroene woestijn.

De bosbrand is bij uitstek een fenomeen dat de grens tussen natuur en cultuur doet vervagen. Het bos dat wij als natuur omarmen is meestal door de mens gevormd. De virulente branden van de laatste jaren zijn het gevolg van klimaatverandering en natuurfenomenen als el Niño, maar ook van economische factoren en gebrekkig bosbeheer. Bovendien wordt zo’n 90% van de bosbranden door de mens veroorzaakt. Vaak blijven de beweegredenen onduidelijk: pyromanie, een achteloos uit het autoraam gegooide sigaret, of een conflict met de buren. Maar in Europa zijn de meeste bosbranden in Galicië, en dat heeft ook te maken met de politieke geschiedenis van de regio.

In 1939 kondigde de regering van Franco een ambitieus herbossingsprogramma aan: in Spanje zou in honderd jaar 6 miljoen hectare bos worden aangeplant (het programma ligt voor op schema). Galicië beslaat 6% van Spanje, maar tot nog toe zijn 15% van de nieuwe “bossen” daar geplant. In Galicië, een regio met een lage bevolkingsdichtheid, is bebossing een lucratief alternatief voor landbouw. Maar het is ook een gebied waar de bevolking sterk met het land verweven is. Zo’n 25% van het oppervlak van Galicië is commons, ofwel gemeengoed dat door kleine dorpsgemeenschappen gezamenlijk wordt beheerd. Bewoners hebben er van oudsher gebruiksrechten: het recht om vee te laten grazen, te jagen, of brandhout te verzamelen. De regio wordt gekenmerkt door een hoge graad van zelfvoorziening – en gebruiksrechten en common lands zijn belangrijke elementen in de regionale economie. Vuur was tot niet zo lang geleden een vast onderdeel van de agrarische cyclus en het culturele repertoire van de regio: het maakte land vrij en verjongde de bodem, maar had ook een rituele functie (zoals in de Nacht van San Juan).

Franco’s herbossingsprogramma was verweven met een industriële economie die niet goed met dit voorkapitalistische systeem samenging. De geplante bomen waren vooral snelgroeiende soorten – pijnbomen en eucalyptus – wier vezels de papiermolens voedden. Maar als je als boer je kudde schapen niet meer kunt laten grazen omdat er op het land naast je boerderij een eucalyptusplantage is geplant – land dat al eeuwen door jouw voorvaders werd gebruikt – dan ligt het voor de hand dat bos in de fik te zetten. (Sinds 2018 zijn in Galicië bovendien de Brigadas deseucaliptizadoras actief, een grassrootscollectief dat met kettingzagen de bergen in trekt om invasieve eucalyptusbomen om te zagen en autochtone soorten te planten – ik ben zelf ook lid van dit collectief.)

Vuur is onderdeel van het arsenaal dat James Scott in Weapons of the Weak beschrijft. Het is een toegankelijke en effectieve vorm van kapitaalvernietiging met grote strategische impact. Het is bovendien een dreigement: als landeigenaar denk je wel twee keer na voor je opnieuw bomen plant op je net in as gelegde bos. Tenslotte is vuur een boodschap die elk spoor van zijn auteur uitwist, en daarmee kopieergedrag in de hand werkt. In Galicië worden bosbranden ingezet om staatsbeleid te ondermijnen, land terug te nemen, en kapitaal te vernietigen; hoe meer Franco’s herbossingsprogramma de traditionele boereneconomie verdrong, hoe meer bos in rook opging. Voor andere betrokkenen is vuur een manier om de prijs van land te beïnvloeden of de weg vrij te maken voor een andere bestemming. Grote mijnbedrijven die in de weg worden gezeten door de lokale bevolking stichten ook brand om hun belangen er doorheen te drukken.

Zo ontpopt de bosbrand zich tot een fenomeen waarin politieke, culturele, industriële, ecologische, economische, en bosbouwkundige lagen samenkomen. Het laat zich niet reduceren tot een natuurverschijnsel, of zelfs tot een gevolg van klimaatverandering. Dit geldt voor heel Europa, al verschillen de ecologische omstandigheden en economische belangen per regio. Niet iedere brand is politiek gemotiveerd, maar ieder bos verbergt een geschiedenis van conflict onder zijn bladerdak.

In mijn boek Bloom; Iron and the Theft of Space and Time, dat hopelijk komend jaar een keer verschijnt, ga ik dieper in op de geschiedenis van het bos en hoe die samenhangt met de geschiedenis van de ijzerindustrie.

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor