
Het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft vorige week stilletjes zijn eigen jaarrekening gepubliceerd, en de conclusie is vernietigend: het land is de facto failliet. Dat blijkt uit een analyse in Fortune van Steve H. Hanke, hoogleraar toegepaste economie aan Johns Hopkins University, en David M. Walker, voormalig president van de Amerikaanse rekenkamer.
De VS heeft 6.000 miljard dollar aan bezittingen tegenover 47.800 miljard dollar aan schulden; per saldo ruim 41.700 miljard dollar in het rood. En dat is nog zonder de verborgen tekorten van sociale zekerheidsprogramma's die over 75 jaar nog eens 88.400 miljard dollar extra bedragen. Samen overstijgen de totale federale verplichtingen de 136.000 miljard dollar: ongeveer vijf keer het jaarlijkse Amerikaanse bruto binnenlands product.
Om die bedragen tastbaar te maken, vertaalden Hanke en Walker de cijfers naar een huishoudbudget: vergelijk het met een gezin dat 52.000 dollar verdient maar 73.000 dollar uitgeeft, met een schuldenlast van 1,3 miljoen dollar tegenover nog geen 61.000 dollar aan bezittingen. Zelfs met het meest creatieve rekenwerk is dat een financiële doodsreutel. Veelzeggend is ook dat de Amerikaanse rekenkamer (GAO) al 29 jaar op rij geen goedkeurend oordeel kan geven over de federale jaarrekening, omdat de boekhouding bij Defensie – onder het Trump-regime omgedoopt tot het ministerie van Oorlog, kosten van de naamswijziging zo'n 125 miljoen dollar - structureel niet op orde is.
Terwijl Hanke en Walker alarm slaan, maakt het Trump-regime de situatie alleen maar erger. De kosten van de door de VS en Israël begonnen oorlog tegen Iran werden medio maart al geraamd op 18 miljard dollar, waarna het Pentagon nog eens 200 miljard dollar extra budget aanvroeg. Iran heeft als reactie de Straat van Hormuz gesloten, wat de grootste verstoring van de wereldwijde energievoorziening sinds de jaren zeventig heeft veroorzaakt, met stijgende olie- en gasprijzen die de inflatie en overheidsuitgaven verder opdrijven. Het Trump-regime liegt hier herhaaldelijk over dat de VS er niet door geraakt worden omdat ze hun eigen energievoorraden hebben, maar vertelt de Amerikaanse burger daar niet bij dat de energiemarkt een mondiale is en dat elke prijsbeweging ook in de VS doorwerkt.
Het nu nog door Trump-gezinde Republikeinen gedomineerde Congres, dat volgens de auteurs juist de hand op de knip zou moeten houden, verwierp ondertussen een resolutie die Trump zou verplichten parlementaire goedkeuring te vragen voor verdere militaire acties. Iets wat hij tot dusverre niet heeft gedaan, wat een schending van de Amerikaanse grondwet is. Om die reden probeert het regime de term “oorlog” dan ook krampachtig te vermijden, wat mede door Trumps eigen verbale incontinentie vaak niet lukt.
De benarde financiële situatie van de VS werpt de terechte vraag op of die zelf een motief vormt voor de nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Historisch gezien grijpen regeringen in politieke of economische problemen vaker naar oorlog om de aandacht af te leiden en een 'oorlogspresident'-status te claimen. Bovendien heeft de VS er strategisch belang bij dat olie wereldwijd in dollars wordt verhandeld. Iran ondermijnde die positie via oliecontracten met de Amerikaanse aartsrivalen China en Rusland. Ook is door het slot op de Straat van Hormuz de VS, dat het jaar begon met het illegaal annexeren van Venezuala's olievelden, een van 's werelds grootste energieleveranciers. Tot slot holt een stijgende inflatie de reële waarde van staatsschuld uit, wat pijnlijk is voor burgers maar voordelig voor een schuldenaar als de Amerikaanse overheid. Met andere woorden: hoe hoger de inflatie, hoe goedkoper het voor de Amerikaanse overheid uiteindelijk is om haar schulden terug te betalen. Dit maakt het voor het Trump-regime aantrekkelijk om oorlog te voeren in het Midden-Oosten. Dat, en de Epstein-files.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.