
Duizenden Franse middelbare scholieren protesteren sinds vorige week tegen de omstandigheden op hun school. Die protesten zijn dinsdag uitgelopen op rellen waarbij bijna tweehonderd mensen zijn gearresteerd en tientallen gewonden zijn gevallen, zowel leerlingen en onderwijspersoneel als politieagenten.
De scholieren zijn de straat opgegaan uit onvrede over de omstandigheden waaronder zij les krijgen: overvolle klassen tot soms wel 35 leerlingen, verloederde en onhygiènische schoolgebouwen, een tekort aan docenten en ander personeel, uitputtende roosters en lokalen die sinds de recente hittegolven oververhit zijn. De leerlingen dragen spandoeken met zich mee met teksten "8.00 tot 18.00 uur: zijn we leerlingen of gevangenen?" en "Meer lesuren dan slaap". De scholieren zeggen ook op te komen voor hun docenten, die "enorm veel werk" hebben in verhouding tot hun salaris. Ook docenten hebben zich bij de protesten aangesloten.
De grootste verloedering is te zien in de buitenwijken, de banlieues. "Wij, de kinderen van de buitenwijken, worden verwaarloosd," zegt een leerling daarover tegen Le Monde. Op sociale media gaan beelden rond van de staat van de gebouwen:
Wat begon in de regio Parijs, heeft zich inmiddels uitgebreid naar onder meer Lille, Nantes, Rennes, Bordeaux, Lyon en Marseille. Het Franse ministerie van Onderwijs sprak dinsdagmiddag van uitgebroken protesten op 300 scholen. De actie valt dinsdag samen met een landelijke stakingsdag van vakbonden tegen de begroting van premier Sébastien Lecornu, waarin volgens 54 miljoen euro aan bezuinigingen is opgenomen. Een groot deel van het overheidspersoneel legde dinsdag het werk neer, waaronder naar schatting 40 procent van de leraren in het basisonderwijs. Caroline Chevé, leider van de FSU, de grootste onderwijsvakbond van Frankrijk, die in Parijs meeliep in de mars, zegt dat leerlingen en docenten met dezelfde problemen kampen. De Union Syndicale Lycéenne, de vakbond van middelbare scholieren, riep op tot een algehele blokkade van de scholen, maar drong er op aan vreedzaam te blijven.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan in Frankrijk. Op meerdere plekken sloeg de vlam in de pan. In Lille staken jongeren afvalbakken in brand en gooiden ze flessen en stoeptegels naar de massaal aanwezige politie, die op zijn beurt traangas inzette tegen de jongeren. Ook in Nantes, Rennes en Bordeaux kwam het tot confrontaties met de autoriteiten. Volgens minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez (net als Lecornu lid van Renaissance, de partij van president Macron) werden maandag al 164 mensen aangehouden. Dinsdag volgden nog eens zo'n veertig arrestaties. Bij de rellen raakten tientallen mensen gewond, onder wie agenten, leerlingen en schoolpersoneel.
De Franse autoriteiten hadden de politie voorafgaand aan de protesten opdracht gegeven met "proportioneel geweld" te handhaven. De scholierenvakbond noemde die instructie een "absoluut schandaal". Het gaat volgens de bond om leerlingen van 15 tot 18 jaar, die zijn opgepakt door de oproerpolitie en agenten die normaliter ingezet worden voor het bestrijden van zware criminaliteit. De bond applaudisseerde docenten zich als schild tussen hun leerlingen en de politieagenten hadden opgesteld.
Premier Lecornu sprak dinsdag van een "onverantwoorde" escalatie, maar erkende desgevraagd wel dat de problemen op de scholen "gehoord en aangepakt" moeten worden. Hij verweet de linkse partij La France Insoumise de woede van jongeren voor partijpolitieke doeleinden te gebruiken. Partijleider Jean-Luc Mélenchon sprak op zijn beurt van een harde politieaanpak met racistische ondertoon en riep bestuurders op de scholieren juist te steunen.