
Zaterdagochtend, even na negenen, drong een menigte zich het winkelcentrum van Leidschendam binnen. Ze hadden de nacht doorgebracht met tuinstoelen en kratten bier. Niet voor iets noodzakelijks als brood of medicijnen, dingen die in landen die het minder hebben dan wij schaars kunnen zijn. Nee, voor een horloge. Een nieuw zakhorloge van Swatch, een speciale editie die wereldwijd in een beperkt aantal winkels in de verkoop ging. Om drie uur ’s nachts kwam de eerste melding van ruzie binnen. Toen de deuren opengingen, werd het zo grimmig dat de politie de gang moest ontruimen. Een jongen van zeventien gaf openlijk toe dat hij het horloge wilde doorverkopen. “Er zijn geen baantjes waar ik omgerekend zo snel geld kan verdienen.”
Bijna tegelijkertijd leverde de post in Loosdrecht vijf postzakken vol kaarten af. Vijf postzakken steun, hartelijkheid en welkom. Bloemen ook, en cadeaus. Allemaal bestemd voor zeventig asielzoekers die de afgelopen weken hebben moeten aanzien hoe een menigte brullend met fakkels voor hun voordeur stond. Hoe stoeptegels en betonblokken door de ruiten van het gemeentehuis vlogen. Hoe Defend-groepen en mensen van Identitair Verzet zich tussen de demonstranten mengden om de boel op te jutten. En waar een dorp over het onderwerp niet meer durft te praten.
Twee Nederlanden
Zijn we een door en door verwend volk geworden, dat het licht in de ogen van anderen niet gunt? Een land waarin mensen elkaar verdringen voor een horloge terwijl elders mensen de zee op worden teruggestuurd en verdrinken op weg naar veiligheid. Een land waar woede over asielzoekers groter is dan de bereidheid om ze ook maar één keer aan te spreken. Die conclusie ligt voor de hand, en er zit ook iets in. Welvaart kan een samenleving lui maken, gemakzuchtig, en blind voor wat het werkelijk betekent om niets te hebben. Zonder te beseffen hoe goed we het hier hebben, in een van de welvarendste landen van Europa.
Maar als je dan kijkt naar die vijf postzakken, zie je iets anders. Iets wat de afgelopen jaren is ondergesneeuwd door de luidruchtigheid van een minderheid die meent dat agressie een politiek instrument is. Uit een recente peiling van het EenVandaag opiniepanel blijkt dat een ruime meerderheid van Nederland de ‘protesten’ en het geweld in Loosdrecht en andere plaatsen waar asielzoekers opgevangen worden afkeurt. Juist dat zijn onze waarden als Nederlanders. Niet het geweld en de hebzucht ten koste van anderen.
Als je zwijgt terwijl anderen fakkels aansteken, wordt het beeld bepaald door wie het hardst schreeuwt. En dan ontstaat het idee dat Nederland één grote menigte is die met haat asielzoekers tegemoet treedt, terwijl het in werkelijkheid een land is waar vijf postzakken met kaarten geschreven worden.
De initiatiefneemster van de kaartenactie zei dat ze een signaal wilde geven aan de politiek: geweld moet gezien worden als terreur, en terreur mag het beleid niet bepalen. Dat is precies waar het om draait. Het kabinet zegt keurig dat het geweld afkeurt. Ja, daar is iedereen het wel over eens. Maar het noemt dit niet wat het is: extreemrechts geweld. Nu laat het kabinet zich sturen door de hardste stemmen, terwijl we behoefte hebben aan duidelijkheid. Zo wordt de meerderheid ondergesneeuwd door het geluid van een kleine groep, die zich ook nog eens gesteund voelt door extreemrechtse Tweede Kamerleden.
Ja, er staan mensen in een rij voor een horloge dat ze niet nodig hebben. En ja, er zijn mensen die de fakkel verkiezen boven het gesprek. Maar er is ook een ander Nederland. Een Nederland dat een kaartje koopt, een postzegel plakt, en het adres opzoekt van mensen die ze nooit zullen ontmoeten. Een Nederland dat een welkomstwoord stuurt naar iemand die huis en haard moest verlaten omdat het in eigen land niet veilig was.
Dat Nederland is in de meerderheid. Het wordt tijd dat die meerderheid luid haar stem laat horen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.