Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Verdreven en onbegrepen volk: de Koerden

Gisteren
leestijd 7 minuten
560 keer bekeken
ANP-547188578

Nu Koerden opnieuw volop in de aandacht staan door de represailles van het Syrische shariaregime, met steun van Turkije, is de vraag naar de Koerdische kwestie actueler dan ooit. De Koerden zijn een gemeenschap die in de afgelopen halve eeuw snel is gegroeid in etnisch, cultureel en historisch identiteitsbesef.

Het etnische en nationale bewustzijn vormen vandaag de belangrijkste ankers van de Koerdische strijd.

Koerden kennen in de geschiedenis meerdere opstanden tegen autoriteiten, maar die waren vaak religieus aangestuurd. Ook bewegingen zoals de PKK en andere Koerdische bewegingen, die hun strijd ooit begonnen vanuit marxistische theorieën, zijn in hoog tempo veranderd in etnische en nationalistische bewegingen. Die verschuiving werd vooral gevoed door de marxistische analyse dat onderdrukte volkeren het recht hebben om een nationale ontwikkeling door te maken, net zoals volkeren die al een eigen staat hebben gehad.

De kern daarvan was en is dat onderdrukte volkeren het recht hebben om hun eigen toekomst te bepalen en te beslissen of zij een nationale staat willen vormen. Koerdische bewegingen namen daarbij theoretisch aan dat Koerden historisch op een gemeenschappelijk gebied wonen, een gezamenlijke taal en cultuur delen en samen een geografische en economische eenheid vormen. Daarmee, zo was de redenering, voldoen zij aan de definitie van 'een volk' en kunnen zij de rechten opeisen die volgens het internationaal recht bij een volk horen. Maar de obstakels om die claim waar te maken blijken mission impossible.

Na de Eerste Wereldoorlog verdeelden westerse machten het Midden-Oosten naar eigen inzicht in staten, als onderdeel van een neokoloniaal systeem. Koerden raakten verspreid over Iran, Irak en Syrië. Onderhandelingen met de nieuwe republiek na het Ottomaanse Rijk leidden ertoe dat een deel van de Koerden binnen de grenzen van de Turkse Republiek terechtkwam. Het tragische is dat geen van de vier betrokken landen de Koerden erkende als volwaardig volk of als officiële minderheid. Zij werden genegeerd en existentieel ontkend. Om opstanden te ontmoedigen en onmogelijk te maken, werden Koerden in alle vier landen hard aangepakt, verspreid en onderworpen aan een strikte assimilatiepolitiek.

Koerden konden alles zijn, behalve Koerd zijn. En precies daarom bestonden er geen parlementaire routes: erkenning werd niet betwist, maar geblokkeerd. Parlementaire strijd voor erkenning was feitelijk onmogelijk en elk initiatief werd bestraft met de dood of met lange gevangenisstraffen.

In Turkije werd een politieke partij, de TIP (Turkse Arbeiderspartij), verboden omdat Koerdische parlementariërs erkenning van de Koerdische taal eisten. Dat maakt, vanuit het perspectief van Koerdische bewegingen, de kernvraag onontkoombaar: als zelfs minimale erkenning al verboden wordt, welke uitweg zoekt men dan, ook al leidt die uitweg tot bloed en ellende? De etnisch-nationale en politieke bewustwording ging samen met de zoektocht naar manieren om zich te bevrijden en te emanciperen in vier verschillende landen.

Zo ontwikkelde zich per land een eigen geweldroute: in Irak peshmerga, in Turkije het PKK-initiatief, later ook in Syrië en Iran.

In Irak grepen Koerdische bewegingen naar de peshmerga-methode, gewapende strijd als middel, met een tol die geen bevrijding bracht. Eind jaren zeventig kwam het eerste initiatief op gang voor de oprichting van de gewapende PKK.

De gewapende strijd breidde zich later uit naar Syrië en Iran. De gewapende strijd werd terreur genoemd, en het resultaat was in elk geval een bloedspoor, veel doden en groeiende gewapende bewegingen, maar geen bevrijding. In Irak toonden peshmerga-partijen uit strategische overwegingen geen verzet tegen de VS-invasies, met als gevolg twee miljoen doden. Als beloning kregen Koerden autonomie en een centrale rol in de Iraakse regering, die door de VS wordt aangestuurd. De primaire verantwoordelijkheid voor invasie en geweld ligt uiteraard bij de interveniërende staten en de oorlogsdynamiek, maar gewapende strategieën van lokale actoren hebben dit bloedbad niet voorkomen en vaak verergerd. Hier werd de waarheid hard: gewapende strijd leverde geen bevrijding op, maar doden, trauma en politieke misleiding. Geopolitieke deals konden wél resultaten opleveren, tegen een prijs.

Deze situatie in Irak werd een kantelpunt voor Koerdische bewegingen in Turkije, Syrië en Iran. Daaruit volgde een nieuwe lijn: allianties met de VS en NAVO-landen werden het instrument om in Syrië autonomie af te dwingen.

De nieuwe strategie werd het aangaan van allianties met de VS en NAVO-landen en, met steun van het Westen, in Syrië een Koerdische autonomie realiseren. Het proces dat leidde tot de val van het vorige Syrische regime werd gezien als een zegen van God, omdat het de kans bood om in Syrië met hulp van de VS een eigen gewapende macht op te bouwen en te versterken.

Wat de VS in Syrië wilde, werd vanaf dat moment heilig. Althans, er werd gekozen voor asymmetrische afhankelijkheid en instrumentele samenwerking: samenwerking uit noodzaak, met interne spanningen, wisselende agenda's en weinig onderhandelingsruimte. En toen kwam de test: precies op het moment dat Syrië kantelde, werd zichtbaar wat zo'n afhankelijkheid in de praktijk betekent. Op 8 december 2024 pleegde een jihadistische groep, met hulp van Turkije en op aansturing van de VS en Israël, een coup op het vorige regime. De Koerdische militaire macht in Syrië bleef kil stil. Politieke en militaire vertegenwoordigers van Koerden in Syrië maakten keuzes in een context van druk, dreiging en strategische afhankelijkheid.

Zij gingen snel via de VS aan tafel met het nieuwe jihadistische shariaregime. Dat het nieuwe regime en gelieerde milities ernstige misdrijven pleegden tegen alawieten, christenen, druzen en andere minderheden, weerhield Koerdische politieke en militaire vertegenwoordigers er niet van om het onderhandelingstraject door te zetten. Juist omdat zulke keuzes meteen op 'de Koerden' worden geplakt, moet glashelder zijn wie er handelt en wie er lijdt. Daarom is het noodzakelijk om onderscheid te maken tussen bevolking, politieke leiding en militaire organisaties. In dit stuk ligt de nadruk op politieke leiding en militaire organisaties.

Met het oog op de dominante positie en belangen van Turkije in Syrië werden ook kanalen geopend met Erdoğan, zogenaamd voor een oplossing van de Koerdische kwestie, ook in Turkije. Twee vliegen in één klap. Öcalan publiceerde politiek-strategisch een historisch document over dialoog, vrede en onderhandelingen. Daarin positioneert hij de strijd vanuit het Midden-Oosten als antimoderniteit en pleit hij voor pluriforme democratische samenlevingen.

Koerdische bewegingen hoopten op harde steun van de VS en wilden met hun Koerdische identiteit als gelijkwaardige partner optreden, zowel tegenover het Erdoğan-regime als in Syrië. De leider van de Grijze Wolven is echter een sleutelpartner van Erdoğan. De Grijze Wolven vertrekken vanuit de superioriteit van het Turkse 'ras' en ontkennen het bestaan van Koerden als volwaardig volk. Het dialoogproces in Turkije heeft tot nu toe niets opgeleverd. In Syrië staan Koerden onder zware militaire druk. Het tragische is dat Turkije 20.000 soldaten heeft gestationeerd om het Syrische regime in de strijd tegen Koerden te ondersteunen.

Dit past in de tragische geschiedenis van een volk dat opgesloten zit in de landen van anderen, met weinig politieke erkenning, een voortdurende dreiging van geweld en vaak gedwongen tot migratie of tot strijd voor rechten en identiteit. Het Iraakse model dreigt ook in Turkije en Syrië uit te lopen op een fiasco. Koerden lijken opnieuw als zware verliezer uit de strijd te komen. De psychologie dat 'iedereen is vijandig tegen ons' krijgt daarmee opnieuw een sterke impuls. In wanhoop wordt de blik weer op de VS gericht. In het Turks is er een gezegde: 'Wie in de zee valt, grijpt desnoods naar een slang als redding.'

De analyse van Öcalan klopt volledig. Maar de uitvoering daarvan zal nooit lukken via het Erdoğan-regime of met steun van de VS. Het lijkt erop dat de situatie voor Koerden voorlopig net zo hopeloos blijft als voorheen. Dat velen niet begrijpen waarom Koerden elke kans op vrede aangrijpen om te kunnen emanciperen, blijkt uit de vele commentaren op hun handelen. De systematische onbereidheid tot empathie met Koerden en de systematische ontmenselijking van Koerden zijn de primaire oorzaken van het onbegrepen worden van Koerden.

Dat links de Koerden in de regio heeft laten vallen, speelt al tientallen jaren. Deze gang van zaken zal het zich verder isolerende nationalisme onder Koerden versterken, daar bestaat geen twijfel over. En wanneer teleurstelling en dreiging zich opstapelen, verhardt de taal: dan schuift emancipatie naar de logica van 'wij tegen zij'.

Zelfs universeel denkende prominente Koerden, zoals Şivan Perwer, spreken inmiddels over dat sommige gebieden al duizenden jaren van Koerden zijn en dat andere volkeren in het Midden-Oosten slechts gasten zouden zijn. Dezelfde retoriek bestaat ook bij Turken, Arabieren en Perzen. Dat sommige prominente Koerden in retoriek spreken over 'oeroude' aanspraken of anderen als 'gasten', moet vooral worden gezien als uitdrukking van frustratie en existentiële onzekerheid. Tegelijk is dit politiek riskant, omdat het in een multi-etnische regio makkelijk kan uitmonden in wederzijdse ontmenselijking en wederkerige vijandbeelden.

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen emancipatoir Koerdisch identiteitsbewustzijn, dat voortkomt uit decennia van ontkenning en onderdrukking, en een staatsnationalistische reflex die anderen uitsluit. Deze analyse richt zich op dat tweede risico, niet op een vermeende 'extreemrechtse' ontwikkeling als zodanig.

De slogan 'één land, één natie en één vlag' wordt in delen van het debat aantrekkelijker wanneer teleurstelling en onveiligheid toenemen. Maar een multi-etnisch en multi-religieus gebied kan niet duurzaam worden bestuurd vanuit een homogeniserend één-natie-denken. Dat is geen garantie voor bevrijding, maar een herhaling van de staatslogica waarvan men juist wil loskomen. De uitdaging is daarom niet het 'verwerpen' van Koerdische identiteit, maar het voorkomen dat legitieme emancipatie verschuift naar een uitsluitende staatsnationalistische logica die pluriforme democratie ondermijnt.

De strategie om mee te werken aan de imperialistische ontmanteling van vier staten, om daaruit de geboorte van een nieuwe nationalistische Koerdische staat te forceren, ondermijnt ook de solidariteit met het Koerdische volk. Daarmee wordt het perspectief voor Koerden hopelozer dan ooit.

Een democratische herbezinning op doelen, methoden, strategieën en democratische allianties in de Koerdische strijd, in de nieuwe Trumpiaanse wereldorde, evenals de noodzaak van gezamenlijke strijd met andere emancipatiebewegingen voor een betere democratische wereld, dringt zich op.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor