Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Vandaag Venezuela, straks Suriname, wie houdt Trump tegen?

05-01-2026
leestijd 7 minuten
3752 keer bekeken
ANP-546308775

Dit is precies het soort rijkdom dat Amerikaanse belangstelling wekt.

Op 1 juni 1983 schreef de New York Times over een plan van de Amerikaanse regering-Reagan om het regime van Desi Bouterse in Suriname omver te werpen. De CIA-operatie werd op het laatste moment afgeblazen nadat Amerikaanse congrescommissies bezwaar maakten. Het plan dat er lag bestond uit een kleine paramilitaire strijdmacht van Surinaamse ballingen die Paramaribo zouden binnenvallen en de legerleiding afzetten. Voor de Amerikanen was Bouterse een "onvoorspelbare leider met pro-communistische sympathieën”. Daarnaast had het regime in december 1982 vijftien vooraanstaande tegenstanders geëxecuteerd. Dit was niet de enige reden. Daar kom ik zo op terug.

Drie jaar later, in 1986, was het Nederland zelf dat onder leiding van toenmalig premier Ruud Lubbers Amerikaanse steun vroeg om Suriname binnen te vallen. Ook deze plannen waren vergevorderd: 850 mariniers en zestien helikopters zouden ingezet worden om het regime van Bouterse te neutraliseren en het vliegveld en doorgangswegen onder controle te krijgen. Nederland zag uiteindelijk af van de invasie omdat het risico op doden te groot werd geacht, maar met Reagan nog steeds in het Witte Huis kwam een invasie van Suriname opnieuw op de Amerikaanse radar.

Nu de werkelijke reden voor de Amerikaanse interesse in Suriname. Met Bouterse had het vrij weinig te maken, dat was niet meer dan een bijkomstigheid. Suriname is rijk aan grondstoffen, waarvan de belangrijkste tot in de jaren 80 bauxiet was. Bauxiet is een belangrijke grondstof voor het vervaardigen van aluminium, wat weer een belangrijk onderdeel is van de militaire industrie. Het is ook niet voor niets dat de VS in de Tweede Wereldoorlog zijn oog scherp op Suriname hield dat destijds hofleverancier van bauxiet was. Van grootschalige oliewinning was nog geen sprake, goud wordt er niet in die hoedanigheid gedolven dat het een invasie waard was. De reden dat de regering-Reagan uiteindelijk het mapje Suriname in een archiefkast stopte om daar te verstoffen is een hele simpele: dankzij het op grote schaal recyclen van aluminium stortte de vraag naar bauxiet in en viel de “waarde” van Suriname voor de VS weg.

Een sprong ruim veertig jaar naar de toekomst. In het eerste weekend van 2026 voerden de Verenigde Staten een militaire operatie uit tegen Venezuela die rechtstreeks uit het handboek van zogenaamde Amerikaanse interventies komt. Op de dag af precies 36 jaar na de invasie van Panama die leidde tot de gevangenneming van Manuel Noriega, voerde Trump een nachtelijke aanval uit op Caracas. Dictator Nicolás Maduro en zijn vrouw werden uit hun huis op een militaire basis ontvoerd en naar New York gevlogen om terecht te staan voor aanklachten die variëren van drugssmokkel tot het bezit van machinegeweren. Trump kondigde vervolgens aan dat de Verenigde Staten Venezuela voorlopig zullen "runnen" en Amerikaanse oliebedrijven miljarden zullen investeren om de olie-infrastructuur te herstellen. Een duidelijke boodschap uit Washington: Venezuela's olievelden zijn nu Amerikaans eigendom.

De aanloop naar deze invasie laat een patroon van systematisch opgevoerde druk en leugenachtige voorwendsels zien. Sinds september 2025 voerde de Amerikaanse marine naar eigen zeggen minstens 35 aanvallen uit op vermeende drugssmokkelaarsvaartuigen in Zuid-Amerikaanse wateren, waarbij meer dan 115 mensen zonder enige vorm van proces in internationale wateren werden geëxecuteerd. Het Witte Huis hield vol in een gewapend conflict te zijn met drugskartels om de toestroom van drugs naar de Verenigde Staten te stoppen. In november werd het vliegdekschip USS Gerald R. Ford ingezet, samen met ongeveer 12.000 militairen op bijna een dozijn marineschepen. In december begon Trump met het onderscheppen en in beslag nemen van olietankers, een de facto blokkade van Venezuela. De CIA voerde in diezelfde maand verborgen operaties uit op Venezolaanse bodem. Bewijs dat de bootjes inderdaad drugs vervoerden ontbreekt, net als de grondwettelijk verplichte goedkeuring van het Amerikaanse Congres. De militaire opmars heeft dan ook weinig met drugsbestrijding te maken en alles met machtsprojectie en het veiligstellen van economische belangen.

De pretext van drugsbestrijding is een transparante leugen. Als het de Verenigde Staten werkelijk om drugs te doen was, zou het ten eerste effectiever zijn geweest om te investeren in behandelingsprogramma's, in plaats van militaire invasies. Ook wordt de grootste drugsplaag in de VS veroorzaakt door fentanyl, dat hoofdzakelijk afkomstig is uit China en daarbij Venezuela niet aandoet, maar Mexico. Dat vanuit Venezuela cocaïne wordt geëxporteerd is een feit, maar in die branche is Caracas maar een kleine speler en de uitvoer gaat vrijwel niet naar de VS. Tel daar als laatste nog bij op dat Trump onlangs oud-president van Honduras Juan Orlando Hernández gratie verleende. De extreemrechtse christen-nationalist Hernández werd in 2024 veroordeeld tot een 45-jarige celstraf wegens grootschalige drugs- en wapensmokkel naar de VS. Tot zo ver de geloofwaardige war on drugs.

De Amerikaanse aanvallen op bootjes in de Caribische Zee en de oostelijke Stille Oceaan waren dan ook geen gerichte operaties tegen drugskartels. De echte motivatie werd door Trump zelf verwoord toen hij sprak over het in handen krijgen van Venezuela's "enorme oliereserves" en het laten opereren van Amerikaanse oliebedrijven in het land. Hij maakte geen geheim van zijn verlangen om de olierijkdom te "nemen" en zei dat de Verenigde Staten zouden worden "terugbetaald voor de schade die dat land ons heeft berokkend". Met dat laatste doelde Trump op de nationalisering van de Venezolaanse olievoorraden waarbij Amerikaanse oliereuzen hun koffers konden pakken. Dat bij de aanval op Venezuela ook het mausoleum werd gebombardeerd met daarin het stoffelijk overschot van oud-president Hugo Chavez lijkt in dat licht ook meer een statement dan collateral damage.

Het is naïef te denken dat Trumps imperialistische ambities stoppen bij Venezuela. Hij heeft herhaaldelijk gedreigd met het gebruik van militair geweld om de controle over Groenland en het Panamakanaal te verkrijgen. Op 4 januari zei Trump tegen Fox News over de Venezuela-operatie: "This incredible thing last night... We have to do it again in other countries. We can do it again, too. Nobody can stop us." Het is een openlijke verklaring van straffeloosheid, een aankondiging dat internationale wetten en soevereiniteit niets betekenen als ze in de weg staan van Amerikaanse belangen. Binnen enkele uren na de aanval op Venezuela postte Katie Miller, de vrouw van Trumps belangrijkste adviseur Stephen Miller, een kaart van Groenland met de Amerikaanse vlag eroverheen en het bijschrift "SOON". De boodschap was helder: Venezuela was slechts het begin.

Terug naar Suriname. Voor dit land met zijn pas ontdekte grote olievelden van tot nu toe al meer dan 2,4 miljard vaten ruwe olie en aardgascondensaat en 12,5 biljoen kubieke voet aardgas, zijn dit alarmbellen die luid moeten klinken. Het GranMorgu-project van TotalEnergies (Frankrijk) en APA Corporation (VS), met naar schatting 750 miljoen vaten winbare reserves en een geplande productiecapaciteit van 220.000 vaten per dag, vertegenwoordigt de grootste industriële investering in de geschiedenis van het land. De productie zou in 2028 moeten beginnen. Andere blokken, zoals Blok 52 dat wordt geëxploiteerd door Petronas (Maleisië), bevatten naar schatting nog eens 500 miljoen vaten ruwe olie. In totaal heeft Suriname het potentieel om tegen het einde van dit decennium meer dan 200.000 vaten per dag te produceren, wat het land naast Venezuela zou positioneren als een van de grootste olieproducenten in het Caribisch gebied.

Dit is precies het soort rijkdom dat Amerikaanse belangstelling wekt, en gezien de recente gebeurtenissen in Venezuela is er alle reden tot bezorgdheid. De Verenigde Staten hebben een lange geschiedenis van interventies in Latijns-Amerika wanneer hulpbronnen op het spel staan. In het onlangs door het Trump-regime vrijgegeven Nationaal Veiligheidsbeleid wordt onomwonden gesteld dat de Amerikanen meer zeggenschap willen hebben in hun achtertuin. De retoriek over democratie, mensenrechten of drugsbestrijding is elke keer weer slechts een dekmantel voor economische belangen gebleken. Suriname deelt met Venezuela niet alleen geografische nabijheid, maar ook de kwetsbaarheid van een kleine natie met grote hulpbronnen in een regio die arrogant Washington historisch als die achtertuin beschouwt.

De parallel met de jaren 80 is dan ook ronduit verontrustend nu Trump heeft laten zien dat hij bereid is soevereine naties binnen te vallen, leiders te ontvoeren en economieën over te nemen als dat in het Amerikaanse belang is. Geen internationale instelling heeft hem tegengehouden. De VN-Veiligheidsraad komt maandag bijeen, maar de geschiedenis leert dat dit weinig zal opleveren als de Verenigde Staten vastbesloten zijn hun gang te gaan. De NAVO, waarvan zowel de Verenigde Staten als Nederland lid zijn, blijft grotendeels stil, wellicht uit angst voor een breuk die de alliantie fataal zou kunnen worden. De hemel verhoede dat Mark Rutte “daddy” Trump op de tenen staat.

Suriname moet zich nu voorbereiden op een toekomst waarin de aanwezigheid van olie een zegen kan zijn, maar ook een vloek. Het land heeft een zwakke economie, beperkte militaire capaciteiten en een bevolking van slechts 600.000 mensen. Als Trump besluit dat Surinames olie essentieel is voor “Amerikaanse nationale veiligheid” of dat het land een bedreiging vormt omdat het te vriendschappelijk omgaat met China of Rusland, wat kan Paramaribo dan doen? De recente geschiedenis toont aan dat juridische argumenten, internationale verdragen en diplomatiek protest weinig gewicht in de schaal leggen tegenover Amerikaanse geopolitieke ambities.

De illegale Venezolaanse invasie markeert na de Russische invasie van Oekraïne opnieuw een tijdperk waarin internationale normen openlijk worden geschonden door de machtigste naties ter wereld. Als de Verenigde Staten zonder consequenties een land kunnen binnenvallen, een zittende president kunnen ontvoeren en openlijk kunnen verklaren dat ze de economie gaan overnemen om hulpbronnen te exploiteren, dan is er geen enkele garantie dat dit niet zal worden herhaald. Door de Amerikanen, maar wat houdt Rusland tegen om door te blijven stoten? Voor China om Taiwan binnen te vallen? Israël om heel Palestina te zuiveren? In een wereld waar "nobody can stop us" het leidende principe is geworden, moet elke kleine natie met waardevolle hulpbronnen of een onwelgevallige leider vrezen dat ze de volgende op de lijst is.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor