Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Van monsterverbond naar Jetten-bonus: kan D66 de gemeentelijke kaarten opnieuw schudden?

Gisteren
leestijd 5 minuten
1390 keer bekeken
ANP-552000115

In december 2024 schreef ik hier een column met de licht onheilspellende titel Monsterverbond GroenLinks-PvdA: Hoe D66 de progressieve strijd in gemeenteland kan overleven.” Het was de periode waarin bekend werd dat GroenLinks en PvdA in meer dan tachtig procent van de gemeenten met één gezamenlijke lijst zouden deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen. In progressief Nederland klonk dat als een feestelijke hereniging. Voor D66 voelde het eerder als een vriendelijke maar duidelijke mededeling: bedankt voor het meedoen, maar de dansvloer is vanaf nu voor ons.

De redenering was simpel. Als je twee partijen met vergelijkbare electoraten samenvoegt, krijg je in veel steden automatisch de grootste fractie. En als je de grootste bent, heb je meestal de sleutel tot het college. De vraag was toen dus niet of GroenLinks en PvdA samen sterker zouden worden, maar vooral: wat blijft er dan nog over voor D66?

Fast forward naar begin 2026 en het politieke landschap ziet er ineens een stuk minder dreigend uit voor de sociaal-liberalen. Dankzij een onverwacht stevige verkiezingszege bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen – en de bijbehorende premiersbonus van Rob Jetten – staat D66 landelijk sterker dan menig analist een jaar geleden voor mogelijk hield. Waar het monsterverbond van GL-PvdA destijds als een electorale stoomwals werd gepresenteerd, lijkt de strijd in veel steden ineens weer een stuk opener.

Dat bracht mij dit weekend – vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van aanstaande woensdag – tot een kleine exercitie. Gewoon uit nieuwsgierigheid, en misschien ook een beetje uit beroepsdeformatie. Ik pakte een paar peilingen, vergeleek ze met de gemeentelijke uitslagen van 2022 en maakte een grove inschatting van hoe het er volgende week uit zou kunnen zien.

Niet wetenschappelijk, wel leerzaam.

Ik keek eerst naar de vier grootste gemeenten van het land: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Niet omdat lokale politiek daar minder lokaal zou zijn, maar omdat nationale trends daar vaak net iets harder doorwerken. De uitslag daar wordt al snel gelezen als een soort tussentijdse beoordeling van het Haagse kabinet. In dit geval dus ook als een toets voor de huidige coalitie van D66, VVD en CDA.

Daarnaast keek ik naar drie gemeenten waar ik persoonlijk iets meer betrokkenheid bij voel: Ede, Wageningen en Overbetuwe. Dat heeft een simpele reden. Als lid van de lijstadviescommissie van D66 heb ik daar het advies uitgebracht aan de leden over de kandidatenlijst. Ede omdat ik er vroeger politiek actief was, Wageningen omdat ik er jarenlang woonde, en Overbetuwe omdat ik er nu woon.

En als je toch bezig bent, kun je net zo goed ook even naar Arnhem en Nijmegen kijken. Niet alleen omdat ze om de hoek liggen, maar ook omdat ik beide D66-fracties al jaren met belangstelling volg.

Het leverde een paar interessante patronen op.

In Amsterdam lijkt het progressieve blok alleen maar groter te worden. GroenLinks, PvdA en D66 zitten daar elk rond de twintig procent. Samen vormt dat een comfortabele meerderheid. In zo’n scenario is D66 niet de grootste, maar wel bijna vanzelfsprekend een collegepartij. Amsterdam blijft dus waarschijnlijk gewoon doen waar Amsterdam goed in is: progressief bestuur, met D66 ergens in het midden als bestuurlijke smeerolie.

In Utrecht ligt het nog duidelijker. Daar lijkt een gezamenlijke lijst van GL-PvdA ruim boven de dertig procent uit te komen, met D66 stevig daarachter. In de Domstad is de kans groot dat het huidige progressieve bestuur simpelweg wordt voortgezet. Voor D66 betekent dat: niet de hoofdrol, maar wel een veilige plek op het podium.

Arnhem lijkt een vergelijkbaar verhaal te vertellen. Een sterk GL-PvdA-blok, een solide D66-fractie en een paar lokale spelers die het geheel bestuurbaar maken. Ook hier ligt een progressief college met D66 voor de hand.

Maar dan komen de steden waar het spel een stuk ingewikkelder wordt.

Neem Rotterdam. Daar lijkt het een tweestrijd te worden tussen Leefbaar Rotterdam en GL-PvdA, beide rond de tien zetels. D66 zou rond de zes zetels uitkomen. Dat maakt de partij groot genoeg om relevant te zijn, maar niet per se onmisbaar. Als Leefbaar de grootste wordt, kan een coalitie met VVD en mogelijk zelfs DENK al voldoende zijn. En laten we eerlijk zijn: de politieke chemie tussen Leefbaar – nauw verbonden met JA21 – en D66 is op dit moment niet bepaald hartverwarmend.

Het zou dus zomaar kunnen dat Rotterdam voor het eerst in jaren een college krijgt zonder D66.

In Den Haag ligt de dynamiek weer anders. Daar is de verwachting dat Groep De Mos opnieuw de grootste wordt. De echte vraag wordt dan wat VVD en CDA willen. Als die twee samen met De Mos een kern vormen, hoeven ze nog maar één partij te vinden voor een meerderheid. Dat kan D66 zijn. Maar het hoeft niet. De keuze zal waarschijnlijk minder ideologisch zijn dan strategisch: wie maakt het bestuur het meest stabiel?

Kortom: ook hier is deelname van D66 allesbehalve gegarandeerd.

En dan de drie gemeenten waar mijn persoonlijke nieuwsgierigheid het grootst is.

In Ede lijkt D66 rond de vijf zetels uit te komen. Dat is netjes, maar niet doorslaggevend. CDA, SGP, ChristenUnie en lokale partijen kunnen daar ook zonder D66 een college vormen. Bovendien ligt een voortzetting van de samenwerking met GL-PvdA voor de hand, die in mijn inschatting zelfs iets groter wordt dan D66 en waarmee deze partijen in het verleden prima hebben samengewerkt. Als D66 daar in het bestuur komt, is dat dus eerder een politieke keuze dan een wiskundige noodzaak.

In Wageningen is de situatie bijna het omgekeerde. Daar domineert een gezamenlijke lijst van GL-PvdA waarschijnlijk de raad. D66 blijft een stevige speler, maar de vraag is of de partij nodig is om een meerderheid te bouwen. Soms is het nadeel van een grote bondgenoot dat hij het ook best zonder je kan.

En dan is er nog Overbetuwe, waar de lokale partij en het CDA traditioneel sterk zijn. Ook daar zou D66 rond de vijf zetels kunnen uitkomen. Respectabel, maar waarschijnlijk niet genoeg om automatisch een plek aan de bestuurstafel te claimen.

Wat betekent dit alles?

Voor D66 ziet het beeld er eigenlijk verrassend gunstig uit. In veel steden blijft de partij een logische coalitiepartner, vooral waar progressieve blokken domineren. Maar in een aantal gemeenten – met name Rotterdam, Den Haag, Ede, Wageningen en Overbetuwe – hangt het lot van D66 meer af van politieke keuzes dan van pure zetelwiskunde.

Of, zoals een ervaren wethouder mij ooit zei: in de lokale politiek is een zetel soms minder waard dan een goed gesprek.

Dus ja, ik heb mijn berekeningen gemaakt. Ik heb naar grafieken gekeken, percentages vermenigvuldigd en coalities doorgerekend. Maar uiteindelijk blijft de hoop toch gewoon ouderwets menselijk.

Dat ik woensdagavond verrast word. Met een onverwacht grote D66-zege in Ede, Wageningen, Overbetuwe, Rotterdam of Den Haag. Juist in de gemeenten waar de kans op coalitiedeelname volgens mijn eigen berekeningen het kleinst lijkt.

Want zelfs de meest fanatieke amateur-analist weet: niets is zo onbetrouwbaar als een politieke voorspelling op zaterdagavond.

Delen:

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor