
Foto © Esseline van de Sande
Het hele idee van collectief ‘eerst de taal leren’ is achterhaald en isoleert. Het zet talentvolle nieuwe burgers jarenlang in een passieve wachtstand tot ze eindelijk aan de beurt zijn. Alsof je een taal leert in isolement. De communicatieliteratuur bevestigt overigens dat slechts 7% van wat we overdragen gaat over de letterlijke woorden die we gebruiken. 93% van de betekenis die we in de communicatie overbrengen is vooral non-verbaal, onze houding en ogen, en verbaal, de toon waarop we een gesprek voeren.
Het kan anders. Al tien jaar lang verbinden we nieuwe en gevestigde stadsgenoten. Klokkenmakers, achitecten, wateringenieurs, musici of bakkers. We zien dat mensen die een passie voor een vak delen, dezelfde taal spreken. Vaktaal is een universele taal. De taal is geen doel, het is een middel om samen te werken. De taal leer je door te doen, door aan de slag te gaan zodat je die woorden leert die je nodig hebt op die ene werkplek. Een bakker spreekt een andere vaktaal dan een docent of architect.
Taal is een machtig instrument dat iemand in één zin buitenspel zet of opneemt als onmisbaar onderdeel van het grotere geheel. ‘Taal doet ertoe’, wordt vaak gezegd. In taal komen onderliggende principes via woorden naar boven. Gesproken of geschreven taal is bij uitstek een middel om elkaar te verstaan. Letterlijk of figuurlijk, tussen de regels doorlezen. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
De afgelopen decennia wordt taal meer en meer gebruikt om met veel dedain te spreken over ‘de ander’. ‘Onze taal’ vormt zelfs een reden om de ander uit te sluiten. ‘Nee, je kan hier niet werken, want je spreekt de Nederlandse taal niet.’ Inburgeringsprogramma’s draaien overuren en er zijn te weinig docenten. Succesvolle nieuwe ondernemers wachten jaren tot ze aan taallessen kunnen beginnen. Nieuwe ingenieurs draaien overuren omdat ze in de avonden tot laat nog dé Nederlandse taal moeten leren terwijl ze vooral Engels spreken op de werkvloer
‘Leren door doen’ kan het vastgelopen credo van ‘eerst de Nederlandse taal leren’ doorbreken. Een paar voorbeelden waar dit al werkt. Een Haagse fysiotherapeut staat haar client in het Engels te woord, die antwoordt in het Nederlands. Ze begrijpen elkaar. De fysio leert de taal door te doen, samen met clienten en met collega’s op werkvloer. In de Rotterdamse Bakkerswerkplaats leren tien nieuwe bakkers niet alleen brood bakken, maar ook de woorden die nodig zijn voor het bakproces. Soms wordt vertaald naar Engels, Eritrees of Arabisch zodat de Nederlandse taal context krijgt. Dat versnelt het leerproces.
Aan de slag met het principe van ‘leren door doen’. We hebben een principiële revolutie nodig. Een revolutie die taal niet monopoliseert maar een ruimte laat ontstaan waarin we elkaar kunnen ontmoeten en van elkaar leren. De werkplaatsen en bedrijven zijn dé nieuwe opleidingsplekken waar de verwerving van vaktaal bloeit, waar je fouten kan maken en kan leren, van en met elkaar. Zo bouw je een netwerk op en kan je de taal direct spreken en oefenen met de mensen om je heen.
Deze tijd vraagt om een andere deltamentaliteit. Een mentaliteit waarbij we investeren in elkaar. Die open staat en ruimte geeft om wederzijds van elkaar te leren. Zo ontstaat bovendien ook nog eens bewezen innovatie. Niet alleen in noodsituaties zoals indertijd de uitvinding van het Covid medicijn dankzij een team van wetenschappers uit verschillende culturen. Ook in de bakkerij wordt Nijl Polder brood verkocht, met baktechnieken uit Egypte en Nederland. Laten we deze beweging vanuit overheid, bedrijfsleven en ondernemerschap stimuleren. De mogelijkheden zijn oneindig.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.