
Rafael, luister. Hoe haalde je het in je hoofd om te zeggen dat Marokkaanse spelers voor Marokko kiezen omdat ze niet goed genoeg zouden zijn voor Oranje? Hoe kun je zo neerbuigend praten over jongens die hun hele leven alles geven?
Rennen.
Scoren.
Trainen.
En ondertussen altijd het gevoel hebben dat ze er nooit helemaal bij horen?
Luister, dit is geen voetbalanalyse. Dit is minachtend vooroordeel. Alsof identiteit iets is dat je kunt beoordelen en claimen. Alsof een jeugdopleiding automatisch betekent dat een speler jou iets verschuldigd is. Alsof een paspoort iemands trots, afkomst en religie kan opheffen.
En terwijl jij dat zei, gebeurde er iets in Spanje wat precies laat zien waar deze discussie echt over gaat. Lamine Yamal, de jonge ster die Spanje de Europese titel hielp binnenhalen werd geconfronteerd met anti-moslim en islamofobe spreekkoren tijdens een oefenwedstrijd tussen Spanje en Egypte. In het stadion zongen mensen: “wie niet springt is moslim”. Dat leidde tot een officieel politieonderzoek naar racisme en xenofobie.
Yamal is moslim, Rafael. Hij zei zelf hoe respectloos en belachelijk dit was. Dat zulke spreekkoren niet alleen de tegenstander raken, maar iedereen die ooit onder die vlag heeft gespeeld of die religie heeft.
En weet je wat het ergste is? Dit is een jongen die Europa heeft laten zien wat hij kan. Prijzen gewonnen. Op het hoogste niveau. En toch racisme. En toch discussies over loyaliteit. Alsof hij iets verschuldigd is, alleen omdat hij roots heeft buiten Europa.
Het is nou eenmaal de realiteit voor veel spelers met een migratieachtergrond. Je bent king zolang je maar scoort. Je mag prijzen pakken. Maar je hoort er simpelweg gewoon nog steeds niet helemaal bij. Europa wil de talenten. Maar respecteert de mens erachter niet. Alsof we in een retoriek van kolonialisme belanden. Waarin mensen voor hun arbeid worden misbruikt.
En toch kiezen spelers. En terecht. Ze kiezen niet omdat ze niet goed genoeg zijn voor Oranje, België, Frankrijk of Spanje. Ze kiezen omdat iemand hen ziet zoals ze écht zijn. Met hun roots. Hun religie. Hun hart. Marokko snapt dat.
Ze praten met families. Met spelers. Over identiteit. Over trots. En dat werkt. Het Marokkaanse elftal staat inmiddels op plek 8 van de wereld. Dat is geen team van “niet goed genoeg”-spelers. Dat is een team van wereldklasse. Gebouwd op respect. Gebouwd op identiteit.
Europa wil scoren met deze spelers. Maar twijfelt zodra ze anders kiezen dan verwacht. Zolang racisme en een white supremacy denkwijze bestaan in stadions en studio’s, moeten bonden en analisten hun mond houden over loyaliteit. Spelers zijn geen eigendom. Ze zijn mensen.
De strijd tussen de Europese bonden en de Marokkaanse bond laat dit zien. Europa claimt spelers omdat ze zijn opgeleid in hun systeem. Maar Marokko laat zien dat loyaliteit niet gekocht kan worden met een opleiding of salaris. Loyaliteit komt voort uit respect. Identiteit kun je niet afdwingen.
Feit is simpel. Een speler kiest uiteindelijk voor het land dat zijn afkomst en religie respecteert. Voor het land waar hij zich volledig gezien voelt. Dat geldt niet alleen voor Marokko. Maar ook voor Suriname. Curaçao. Kaapverdië. En andere landen die vaak worden overschaduwd door Europese bonden.
Dus Rafael, denk daar eens over na. Niet over wat Europa denkt dat goed genoeg is. Niet over wie het beste voetbal levert. Maar over respect. Identiteit. En hart.
Want uiteindelijk kiest een speler voor waar hij zich thuis voelt. En wie dat niet begrijpt, zou vooral zijn mond moeten houden.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.