
Wanneer slaat een mening om in bewuste provocatie?
De helft van de wereld, maar het overgrote deel van de slachtoffers. Of het nu gaat om de harde cijfers van partnerdoding of de dagelijkse routeoverwegingen om onveilige, donkere stukken te vermijden: de verhouding is volledig scheef. We vormen ongeveer vijftig procent van de samenleving, maar dragen de last van een onveilige maatschappij voor veel meer dan dat.
Met die cijfers in het achterhoofd verzamelden tienduizenden mensen zich afgelopen 8 maart op de Dam. De Feminist March is in zijn huidige vorm nog jong, maar al decennia wordt er op de Dam geprotesteerd. Dat we daar meer dan een halve eeuw na de eerste Dolle Mina’s nog steeds moeten staan, zegt eigenlijk alles over de huidige noodzaak.
De noodzaak hiervan is de afgelopen tijd treurig duidelijk geworden door cijfers over partnerdoding en de groei van veiligheidsgadgets zoals het sleutelalarm. Burgemeester Femke Halsema omschrijft het treffend: “Het ontwricht onze samenleving heel diep: de vrijheid van meisjes om over straat te gaan, in het uitgaansleven actief te zijn. Niet met sleutels tussen je vingers naar huis te hoeven fietsen. Wat wij allemaal hebben gedaan op enig moment.”
En daar zit ook één van de vele pijnpunten en de urgentie: “wat wij allemaal hebben gedaan op enig moment.”
Alleen het negatieve benoemen brengt geen optimisme, maar de massale opkomst van de march onderstreept de urgentie. Het laat zien dat we er simpelweg nog niet zijn. We komen van ver: zeventig jaar geleden was je als vrouw nog ‘handelingsonbekwaam’ en kreeg je zonder krabbel van je man geen bankrekening open. Zelfs verkrachting binnen het huwelijk werd pas in de jaren negentig strafbaar. De legalisering van abortus in 1984 (Wafz) markeerde het begin van de lichamelijke autonomie voor de Nederlandse vrouw.
Ondanks de treurige cijfers zijn er wel lichtpuntjes. De verplichte bedenktijd voor abortus is weg en de abortuspil is nu via de huisarts te krijgen, al is het een aanfluiting dat pas 3,5% van de artsen de benodigde cursus heeft gedaan om die ook echt voor te schrijven.
Ook in de Nederlandse politiek zien we groei: dit jaar is een record gebroken nu na de verkiezingen maar liefst 43,3 procent van de leden in onze Tweede Kamer vrouw is. Maar vooruitgang is geen rechte lijn omhoog. Dat bleek tijdens de Feminist March, toen een groep anti-abortusdemonstranten zich langs de route verzamelde.
Natuurlijk mag iedereen een andere mening hebben en heeft iedereen in Nederland het recht om te demonstreren. Maar wanneer slaat een mening om in bewuste provocatie? Als je op de enige dag die in het teken staat van vrouwenrechten precies op de route van die march gaat staan met borden tegen abortus, dan negeer je de autonomie waar die 15.000 anderen juist voor lopen. De keuze voor deze dag en deze plek is niet toevallig; dan zoek je geen dialoog, maar frictie. En dat is op deze dag simpelweg misplaatst. Want vanwaar de keuze van juist deze dag en deze plek?
De frictie langs de route legt een groter probleem bloot: we lijken de kunst van het 'fatsoenlijk oneens zijn' te verliezen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben het absoluut, in de verste verte niet eens met de anti-abortusdemonstranten die daar stonden. Maar waar is het moment gebleven dat we over dit soort fundamentele verschillen nog een kop koffie konden drinken? Of hebben we die tijd echt nog nooit gekend of geleerd? En als dit zo is, moeten we daar maar heel snel mee beginnen.
Want hoezeer ik het ook met hun boodschap oneens ben, ik ga nog duizend keer liever het gesprek aan, dan de agressieve manier van provocatie die we nu zagen. We moeten terug naar een basisniveau van fatsoen waarin we elkaars belangrijke momenten respecteren, ook als we elkaars standpunten niet kunnen uitstaan.
De balans van deze Feminist March is dan ook dubbel. Aan de ene kant is er de winst: een recordaantal vrouwen in de politiek en wetgeving die (langzaam) eindelijk moderner wordt. Aan de andere kant is er de rauwe realiteit op straat, waar vrouwen nog steeds omlopen in het donker.
Woensdag mogen we weer gaan stemmen en we kiezen samen wie er verantwoordelijk worden voor de veiligheid in onze wijken. Wie er ook gekozen wordt: partijen die het fundamenteel niet met elkaar eens zijn, zullen dit samen moeten doen. Dat is de minimale verwachting die ik van ze heb. Ik reken erop dat onze steden, wijken en straten na woensdag een stukje veiliger worden door partijen die, ondanks hun verschillen, wel gezamenlijk problemen moeten aanpakken.
Dus laten we wat wij van hen verwachten ook onszelf aanleren: het fatsoenlijk met elkaar oneens zijn.
Meer over:
opinie, feminist march, vrouwenrechten, partnergeweld, anti-abortusactivisten, provocatiesMeld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.