
Terwijl Amerikaanse presidenten in het verleden vaak hoog opgaven van het herstel van de democratie of het beschermen van de mensenrechten als ze een olierijk land binnenvielen, liet Donald Trump er dit weekend geen misverstand over bestaan. Dankzij zijn actie in Venezuela krijgen de Amerikanen nu eindelijk de olie waar ze recht op hebben, verklaarde hij meermaals.
Maar klopt de logica van Trump ook? Dat is maar zeer de vraag. Volgens Ron Bousso, financieel commentator bij persbureau Reuters, schenkt Trump de Amerikaanse oliebedrijven een “vergiftigde kelk”. En Nobelprijswinnaar in de economie Paul Krugman spreekt van de “oliefantasieën” van Trump. “De enorme rijkdom die Trump denkt te kunnen roven, bestaat niet.” Krugman doelt daarmee op de olievoorraden van Venezuela die in werkelijkheid een stuk kleiner (en moeilijker te winnen) zijn dan Trump denkt.
Venezuela staat weliswaar bekend als het land met de grootste oliereserves ter wereld, maar het is twijfelachtig of dat klopt. Tijdens het bewind van Hugo Chavez verdrievoudigde de bewezen olievoorraad van Venezuela op wonderbaarlijke wijze. Dat creatieve boekhouden kan niet verhullen dat Venezuela nauwelijks meer iets voorstelt in de oliewereld. Het land was in de jaren zeventig nog goed voor ongeveer 8 procent van de wereldwijde olieproductie, maar inmiddels produceert het land minder dan 1 procent.
Dat is niet zonder reden. De Venezolaanse olie-infrastructuur heeft zwaar te lijden gehad onder slecht onderhoud en sancties. Het opnieuw opbouwen van die infrastructuur is enorm kostbaar. Oliebedrijven moeten miljarden investeren. De vraag is of ze dat willen. Het zou niet voor het eerst zijn dat hun bezittingen in Venezuela na een aantal jaar weer worden genationaliseerd. Een enorm risico, kortom.
Daar komt bij dat de winning van Venezolaanse olie enorm kostbaar is: meer dan 80 dollar per vat. Ter vergelijking: op de wereldmarkt levert een vat olie nu net iets meer dan 60 dollar op. Het punt is: er is op dit moment wereldwijd bepaald geen gebrek aan olie. Grote olieproducerende landen pompen veel op, omdat ze de hete adem van hernieuwbare energie in hun nek voelen. Naarmate elektrisch rijden populairder wordt – in Noorwegen waren bijna alle nieuwe auto’s vorig jaar al elektrisch – neemt de vraag naar olie af. Het is niet denkbeeldig dat de wereldwijde olievraag in 2030 piekt en daarna begint te dalen.
Trump lijkt nog altijd in de jaren zeventig te leven. Dat was de tijd dat olie duur werd en Venezuela een belangrijke exporteur was. De jaren zeventig liggen inmiddels ver achter ons, maar Trump laat zijn beleid nog wel altijd beïnvloeden door zijn al lang achterhaalde kennis uit die tijd.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.