
Geachte Rosanne Hertzberger,
Afgelopen 8 juli bent u te horen geweest op NPO Radio 1. Daar deelde u uw twijfels over de uitslag van het onderzoek dat u, middels een motie als NSC-Kamerlid in 2024, hebt aangevraagd. Het betrof een onderzoek naar transgenderzorg voor jongeren in Nederland. Daar kwam uit dat deze zorg gekenmerkt wordt door een zorgvuldig ingericht proces. Uw twijfels lijken gebaseerd op verkeerd getrokken conclusies. Sta mij daarom toe om een aantal van uw conclusies aan te vechten, aangezien er zeer weinig ruimte bleek bij de EO voor de positieve verhalen van mensen die van deze zorg gebruikmaken (overigens de overweldigend grote meerderheid).
Om te beginnen met uw twijfel over of het onderzoek wel grondig genoeg was, gezien andere onderzoeken in andere landen dichter bij uw onderbuikgevoelens kwamen. Het is heel bevreemdend om te horen dat u het onderzoek van de Gezondheidsraad betwijfelt, aangezien u dit onderzoek zelf heeft aangevraagd.
Het is alsof u gehoord heeft dat sommig fruit giftig kan zijn en, omdat wij in Nederland appels hebben, besluit om appels te laten onderzoeken. Een groep deskundigen onderzoekt vervolgens of appels inderdaad giftig zijn en daaruit komt de uitslag: “Appels, zoals we die in Nederland verbouwen en eten, zijn niet giftig.”
Vervolgens zegt u: “Ik heb gehoord dat in andere landen ander fruit wel giftig is. Daarom wantrouw ik nog steeds appels.”
Ik wil u prima gelijk geven dat er inderdaad onderzoeken zijn die zeggen dat sommige fruitsoorten giftig zijn (of de uitslagen van die onderzoeken kloppen, is een andere discussie), maar zelfs dan kan men niet stellen dat daarom al het fruit gevaarlijk is, laat staan dat appels giftig zijn.
Fruit is voor de overweldigende meerderheid juist erg gezond.
Transgenderzorg is levensreddende zorg.
Appels zijn niet giftig.
Transgenderzorg voor jongeren in Nederland is zorgvuldig.
Daarnaast uitte u uw zorgen over mensen die later spijt krijgen van hun transitie. Ik geef u (en voornamelijk uw Radio 1-gesprekspartner dhr. Vermeiren) helemaal gelijk dat voor mensen die in detransitie gaan, meer ruimte en onderzoek moet komen. Als transvrouw weet ik maar al te goed hoe naar het kan zijn wanneer je lichaam niet kloppend voelt. Mensen die om wat voor reden dan ook spijt hebben van hun medische behandeling, verdienen passende zorg.
Toch ben ik het vurig oneens met uw uitspraak: “Liever maken we een fout door niet te handelen dan door wel te handelen.” Dit is namelijk een ongelooflijk schadelijke uitspraak. Het spijtpercentage bij transgenderzorg is bizar laag, nog lager dan bij andere (nodige) medische zorg waar niemand over twijfelt op Radio 1; bijvoorbeeld maagverkleining. Overigens wordt er in veel spijtpercentageduidingen geen rekening gehouden met verschillende stopredenen; sommigen stoppen met de zorg vanwege externe factoren zoals discriminatie of afstoting.
De fouten die men maakt door niet te handelen zijn vele malen groter en schadelijker dan de fouten die men maakt door wel te handelen. Omdat ik niet eerder gehandeld heb, moet ik nu door een veel zwaarder en ingewikkelder proces van transitie. Omdat ik niet eerder gehandeld heb, kom ik door grotere zorgkosten in de schulden. Omdat ik niet eerder gehandeld heb, leefde ik de eerste vijfentwintig jaar van mijn leven in verwoestende zelfhaat, angst en depressie. Wanneer we liever niet handelen uit angst om fouten te maken, komen we niet verder. Als oud-Kamerlid zou u dat echt moeten weten.
Ook lijken uw zorgen gegrond in het vertekende beeld dat geschetst wordt door (extreem) anti-transgeluiden. Jongetjes die een keer een jurkje aan willen, worden niet meteen aan puberteitsremmers gezet. Puberende meiden die geen bh willen dragen, worden niet meteen voor een mastectomie ingepland bij het Amsterdam UMC. “Gendergekte” bestaat niet tot nauwelijks in het dagelijkse leven buiten internetforums om.
De werkelijkheid toont aan dat er een zorgvuldig proces plaatsvindt voordat er überhaupt wordt nagedacht over medische stappen. Bovendien geldt daar nog bij dat de wachtlijsten momenteel in jaren gerekend kunnen worden. Hoe duurzaam moet de overtuiging van een kind zijn voordat hen over hun eigen identiteit een besluit mag nemen?
Daarnaast bestaan er genoeg voorbeelden waarin kinderen keuzes maken die impactvol kunnen zijn op de rest van hun leven: vakkenpakketten, studie, sport, muziekles, of de keuze om niet open te zijn over de worstelingen waar ze mee zitten. Toch hopen we dat deze talentvolle groep durft te kiezen voor dat ene muziekinstrument of die uitdagende studie. Waarom gunnen we dan de kinderen, die talentvol zichzelf kunnen zijn, niet de eigen regie (in veel en zorgvuldig overleg met ouders en artsenteams) om te bepalen wat goed voor henzelf is?
Afsluitend is mijn advies aan u om naar andere stemmen te luisteren. Met name wanneer u zelf om die feedback vraagt, in dit geval bij de Gezondheidsraad. U mag zeker twijfels hebben, maar bespreek ze met iemand die de twijfels weg kan nemen voordat u uw wantrouwen in een gevoelig maatschappelijk debat duwt. Ik wil u nadrukkelijk vragen om uw “columniestieke” stem pas in te zetten nadat u andere perspectieven eerlijk overwogen heeft. Maak ruimte achter de microfoon voor de personen over wie het gaat. Praat niet over ons, maar met ons.
Met queerlijke groet,
Lisbeth (zij/haar)