
‘Ga je’?
Ehnemmm….
‘Ga jij’?
‘Ik weet niet. Zaterdag zeker niet. Misschien zondag’.
Een tweegesprek. Maar geen van tweeën vragen ze, ‘wat bedoel je’.
‘Ik weet niet’.
‘Zondag’.
Mijn gesprekspartner en ik. Ze weet dat ik ‘het fo der kap’. Dat die hard to get-pose gespeeld is. Want natuurlijk ‘ga ik gaan’. Ik zou dat aftands feestje, zo tussen het groen niet willen missen. Die konverjari (kermis) waar we elke zomer vanaf 1975 naar uit kijken.
Al meer dan 50 jaar, van begin juli tot eind augustus komt de Surinaamse gemeenschap samen in Zuidoost. Niks bijzonders. Een voetbalveld. En een voetbalcompetitie waar niemand belangstelling voor heeft. Daarlangs een looppad. Tot ongeveer 7 uur, want dan verandert het in een flaneerpad. Allerlei vrouwen met hun kroost die uitgedost in hun mooiste kleren langslopen. Ze zijn gekomen om te wandelen en mensen te kijken.
Naar het veld gaan is een behoorlijk ingewikkelde reis voor mensen die niet in Zuidoost wonen. De auto, de trein en de metro. Dan een stuk lopen. Langs de politiepost, waar de gemeentepolitie een stevig oogje in het zeil houdt. Langs de schaafijsverkopers. Meanderen tussen de vrouwen met hun gommakoekjes, zuurgoed in weckflessen en de gekookte koren (maiskolven) in een grote dampende pan. Dan voorbij de mensen van de EHBO, langs de wc’s met de blauwe deuren, en dan verder door naar 'ergens op het veld' waar het gezelschap op picknickkleden zit. De ouderen zitten op campingstoeltjes. De meeste mensen komen van ver. Groningen. Winschoten. Maar ook Duitsland, Italië, Spanje, Zweden en Zwitserland.
Mensen zoals mijn oom en tante, die Suriname verlieten toen ze nog kleuters waren.
Allemaal kopen we heimwee-eten zoals de bloedworst van Vyent. Of een portie nasi met saté. Saoto. Roti met kip.
We hebben onze eigen drankjes meegenomen, die we koelen in een joekel van een icebox. Cupjes (Surinaams: plastieken bekers) en bordjes. Ook meegenomen van thuis.
We praten over begin jaren 90.
Fast Forward naar midden jaren 90. Die voetbalcompetitie op dat veld bij Zuidoost? Dat is een heus festival geworden. Er worden stands verhuurd waar je -als je geluk hebt- kunt zitten om een Surinaamse moksi-alesi of her-heri te verorberen. Er is Fernandes “soft” te koop en er zijn Djogo’s (literflessen Parbobier uit Suriname). Allerlei stands. Defensie. De politie die in het kader van de diversiteit personeel komt werven op Kwakoe. Makelaars die huizen verkopen in Suriname.
Mijn gezelschap komt er nog steeds. We kunnen niet meer picknicken. We zitten nu bij Loesje en Reginald op een bankstel in de make-shift huiskamer. Ze verkopen voorin allerlei kruidenmixen en sate’s aan voorbijgangers.
Vyent de worstman heeft kapsones gekregen. “Wij werken met nummertjes! En als u er niet bent als uw nummer wordt afgeroepen dan hebt u pech!”. Die pinnige verkoopsters met hun graag of niet-mentaliteit verpesten de sfeer. De sfeer wordt ook verpest door de stank van aangebrand vlees. De Afrikaanse standhouders met hun grote zwartgeblakerde barbecues hebben hun eigen klandizie.
Maar als we eventjes verderop bij twee vriendelijke Curaçaose vrouwen de twee laatste stukken overheerlijke cashewnotentaart kunnen bemachtigen, zijn we weer helemaal blij.
Bij Rietpetiet draait DJ Bennie salsamuziek. Witte vrouwen die op westerse wijze -op 1, in plaats van op 2, de salsa dansen.
'Er komen steeds meer witte mensen naar Kwakoe'.
'Ze willen meegenieten. Laat ze. Ze zijn welkom'.
Tussen de muziek en gewoel door staan er vrijwilligers klaar met bloeddruk- en glucosemeters. Geen luxe want hypertensie en diabetes zijn twee veelvoorkomende ziekten bij Surinamers. Al wordt er maar één leven gered. Dit soort initiatieven rechtvaardigen het bestaan van het festival. Net als de boekenstand van Carl Haarnack en de mensen die allerlei Surinaamse kruiden verkopen.
De buurtagenten lopen er rond, maken een praatje en houden de orde. Als het nodig is kunnen ze bellen voor versterking.
Bij de poort vragen ze een vrijwillige bijdrage.
Het festival wordt afgesloten met een liveband en vuurwerk. We moeten naar de bosjes voor onze nummer 1… de wc’s kunnen de druk niet meer aan.
Begin jaren 10. Het Kwakoefestival wordt hoogstwaarschijnlijk gecanceld. Althans, zo luidt de Mare. De “orga” sjoemelt al jaren met gelden. Betaalt geen enkele rekening. Standhouders moeten á contant afrekenen bij de voorzitter van de “orga”, want anders kunnen ze hun standplaats op hun buikjes schrijven. Het gaat om enorme bedragen. Binnen de Surinaamse gemeenschap gaan de wildste geruchten over een stelende en frauderende voorzitter van de organisatie die de gelden gebruikt om een groot huis in een van de beste buurten van Paramaribo te kopen. Bizarre verhalen die nooit goed onderzocht zijn.
Het festival gaat evenwel door. Het wordt steeds drukker. Toegang: €2,50. Maar ondanks de drukte en de entreegelden kan er geen winst gemaakt worden.
Tot 2010 zijn er diverse Surinaamse ondernemingen die het festival sponsoren. Telesur. Fernandes. Parbo en de Surinaamse rumfabriek, de SAB. Ook de gemeente Amsterdam subsidieert.
Het festival is nog immer relevant. Het blijft een trefpunt voor de vele Surinamers in diaspora. Voor veel Nederlanders is het de eerste kennismaking met Suriname, Afrika en Curaçao.
Rietpetiet is niet langer een salsa-joint. Het is een wijnbar waar ze glazen Cava, Prosecco en borrelplankjes verkopen. Er is een meneer die swanky Surinaamse ice-cream, gemaakt van Surinaams fruit, verkoopt. Drie euro voor een bolletje. Te duur voor de vele alleenstaande moeders. Te duur voor al die kindjes uit de Bijlmer die niet op vakantie kunnen. Was het voetbaltoernooi aanvankelijk niet voor hen georganiseerd?
Op initiatief van Mikel Haman wordt er Kwakoe Roze Zondag gevierd. Meer diversiteit. Meer inclusie. Ook de LHBTQ-gemeenschap is van harte welkom op dit multiculturele feestje. Voor rolstoelers en mensen met een rollator blijft het vanwege het rulle zand en de drukte een ontoegankelijk festijn.
Maar de problemen rondom de financiën blijven spelen.
In 2010 dreigt het doek te vallen. De tentenboer wil eerst dat ze een rekening van €10.000 voldoen voor de tenten.
Het festival sukkelt door. Een naamsverandering dan maar? Van Kwakoefestival naar Zomerfestival? Er dienen zich steeds andere partijen aan die in de zomer een festival willen organiseren, maar de financiële problemen zijn structureel en onmogelijk oplosbaar. De stadsdeelvoorzitter Marcel la Rose komt vanwege de problemen rondom het festival in de verdrukking en moet opstappen.
Maar het festival blijkt een kat met negen levens. De regering Bouterse, bij mondde van zijn kabinetschef zegt toe het festival met €50.000 euro te zullen sponsoren. De gemeente Amsterdam is niet blij, maar het festival kan door.
In 2013 wordt het festival overgenomen door De Vries Producties en 529 Producties. Kwakoe wordt Kwaku. En festival is dan vanaf die verandering niet langer iets van de Bims. Het groeit uit tot een van de grootste zomerfeesten van Nederland. Er wordt niet langer gevoetbald. Het is een festival met grote muzikale namen, waar bovendien extra voor betaald moet worden. Mensen komen om te eten, te drinken, te zien en gezien worden. Maar de prodo-misi’s (modepoppen) met hun typische kleurrijke outfits van weleer, die zijn er niet meer. Het publiek is nu wit en Randstedelijk. Mensen die 10 euro betalen voor een gevulde bara en 6 euro voor een bolletje Surinaams limoenijs. En die typisch Surinaamse bloedworst van Vyent die mensen terugbracht naar de Heiligenweg in Paramaribo? Die is verdwenen.
Je kunt nu gaan zeggen dat alle festivals het moeilijk hebben. Dat de kosten voor het organiseren van zulke grote evenementen exorbitant -niet op te brengen- hoog zijn. Het zal allemaal wel. Het probleem is dat de mensen om wie het uiteindelijk ging en nog steeds gaat, dus die mensen uit Zuidoost voor wie het feestje bedoeld was, hier niet om gevraagd hebben. Zij wilden gewoon samenzijn. Beetje voetbal kijken. Op het bankstel bij Loesje en Reginald om ‘schuine moppen’ (onderbroekenlol) schateren, een smeuïge roddel horen… of kiek nemen op al die lui die zich in de hitte uitsloven op de muziek van Oscar d’Leon.
Even ontsnappen aan de sleur van alle dag. Even vergeten hoe hard Holland bijt. Even vergeten dat erbij horen in deze witte samenleving niet vanzelfsprekend is.
Ze weten dat die witte mensen die hier op zondag zo amicaal zijn, ze op maandag niet zullen uitnodigen voor een sollicitatiegesprek. Ze weten dat die mensen hun cultuur exotiseren. Dat ze hun identiteit toe-eigenen als het ze zo uitkomt. Maar desondanks blijven ze welkom... het was alleen niet de bedoeling dat zij, de mensen om wie het draaide, opeens niet welkom zijn op hun eigen feestje.
En omdat zij niet langer welkom zijn op hun eigen feestje, kan Kwaku in zijn huidige vorm niet blijven bestaan.

De opening van Kwakoe Roze Zaterdag. Met Mikel Haman, Jerry Straub, Marcel La Rose en Natascha Adama (conferencier)