Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen

Tijd voor een ecologisch wereldbeeld

  •  
21-06-2022
  •  
leestijd 9 minuten
  •  
956 keer bekeken
  •  
bosbomennatuur

© cc-foto: Valiphotos

Binnen de ecologische beweging bestaat er een brede overeenstemming dat we de ecologische crisis alleen kunnen oplossen als we, zoals de Amerikaanse activiste en schrijfster Naomi Klein zegt, “een alternatief wereldbeeld” ontwikkelen “dat het kan opnemen tegen het wereldbeeld waardoor de ecologische crisis is veroorzaakt”. We hebben een ecologisch wereldbeeld nodig waarin de mensheid niet buiten of boven de natuur staat maar een integraal onderdeel vormt van het aardse ecosysteem en zijn ecologisch equilibrium. “Wederkerigheid” blijkt daarbij het sleutelwoord.

Dualisme, mechanicisme en extractivisme
Een economie staat nooit op zichzelf maar berust altijd op een culturele voedingsbodem. Zo kan het kapitalisme niet los worden gezien van het christelijk-westerse wereldbeeld, waarin de mens – en sinds de Verlichting: de rationele mens – heerst over de natuur. In de Bijbel wordt deze heerschappij over de natuur nog door God aan de mens gegeven: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde…” (Genesis 1:26)

Sinds de Verlichting echter heeft de mens God niet meer nodig om over de natuur te heersen: dat kan hij sindsdien helemaal zelf, door zijn eigen vrije wil en rationaliteit. Was de mens in de joods-christelijke traditie slechts een beeld van God, in de Europese verlichting wordt de mens nagenoeg zelf een god, een heerser over de natuur dankzij wetenschap en technologie. God “sterft” (aldus Nietzsche) maar komt als ware tegelijk tot leven in zijn evenbeeld: de almachtige mens, die nu door middel van zijn superieure intellect de natuur aan zich onderwerpt. Zo ontstond het moderne westerse wereldbeeld, waarin dualisme en mechanicisme centraal staan: de mens staat tegenover de natuur (dualisme) die als een machine in losse onderdelen uit elkaar gehaald en beheerst kan worden (mechanicisme).

We zien dit dualisme en mechanicisme – en de wrede gevolgen daarvan – duidelijk bij de vroegmoderne filosoof René Descartes. Hij voorzag het moderne wereldbeeld van een kennistheoretisch fundament met zijn ontdekking van het “Ik denk (dus ik ben)” en zijn dualistische interpretatie daarvan als “denkende substantie” tegenover de “uitgebreide substantie” van de natuur. Het Cartesiaanse dualisme legitimeerde de moderne exploitatie van de natuur die als “uitgebreide substantie” louter mechanisch en zielloos is. Zo beloofde Descartes ons tot godgelijke “meesters en bezitters van de natuur” te maken. En zo konden Descartes en zijn volgelingen wrede vivisecties op honden uitvoeren, waarbij ze het erbarmelijke gehuil van de gemartelde dieren wegverklaarden als mechanische automatismen: de honden waren toch niets meer dan zielloze machines die geen echte pijn konden voelen…

Dit is het wereldbeeld dat ons van de natuur heeft vervreemd en deze tot gebruiksmiddel heeft gereduceerd, met de huidige ecologische crisis tot gevolg. Hierin wortelt het kapitalistische “extractivisme” dat Naomi Klein als volgt omschrijft: “Extractivisme is een niet-wederkerige, op overheersing gerichte relatie met de aarde, een relatie van alleen maar nemen… Het is het reduceren van leven tot gebruiksobject zonder eigen integriteit of waarde… Het is ook het reduceren van menselijke wezens tot arbeidskracht die hardhandig wordt uitgeperst en opgejaagd…”

Extractivisme kenmerkt dus niet alleen onze relatie tot de natuur maar ook onze relatie tot elkaar: niet alleen de natuur wordt tot gebruiksvoorwerp gereduceerd, we onderwerpen ook elkaar – ja, onszelf – aan deze instrumentaliserende reductie. De eco-anarchist Murray Bookchin verwoordde dit inzicht al in 1982 met zijn gevleugelde uitspraak dat “het hele idee dat de mens heerst over de natuur onlosmakelijk samenhangt met de overheersing van de ene mens door de andere mens” – een besef dat sindsdien binnen de ecologische beweging breder is doorgedrongen.

Zo leverde het westerse dualisme van mens en natuur de ideologische rechtvaardiging voor het kolonialisme, voor zover de gekleurde bevolkingen van de gekoloniseerde gebieden als ongeciviliseerde “natuurvolkeren” konden worden weggezet. De gekoloniseerden en tot-slaaf-gemaakten werden gereduceerd tot de ‘natuur’ waar de rationele Europeaan over moest heersen (vgl. de “white man’s burden” van Rudyard Kipling). Ook de vrouw, wiens spreekwoordelijke ‘lichamelijkheid’ en ‘irrationele gevoeligheid’ haar tot onderdeel van de natuur zouden maken, werd zo onderworpen aan dezelfde en in de kern dus patriarchale heerschappij. Het westers dualisme ligt zo ten grondslag aan de antropocentrische, racistische en seksistische ideologieën die de extractieve macht van het kapitalisme in stand houden.

Paradigmawisseling
Dualisme en mechanicisme zijn de denkgroeven waar we uit moeten willen we de natuur fundamenteel anders gaan zien en behandelen. Maar hoe? Ook daarover bestaat binnen de ecologische beweging een brede consensus, namelijk door naar de natuur zelf te kijken. In plaats van dualisme en mechanicisme zien we daar holisme en interdependentie: niets bestaat los van z’n omgeving, alles bestaat in dynamische interrelaties. Dat geldt primair voor de levende natuur, waar organismen van de meest diverse soorten verbluffend complexe netwerken van wederkerige afhankelijkheidsrelaties vormen.

Dat is wat ecosystemen wezenlijk zijn: netwerken van organismen die in onderlinge afhankelijkheid zijn geëvolueerd, via competitie (de Darwiniaanse strijd om het bestaan) maar óók via coöperatie. Samenwerkingsverbanden tussen soorten spelen daarbij een veel grotere rol dan tot voor kort werd aangenomen: “Het leven heeft de wereld niet overgenomen door strijd maar door te netwerken”, aldus de biologen Margulis en Sagan.

Overigens zien we deze overgang van dualisme en mechanicisme naar holisme en interdependentie niet slechts in de ecologie maar op nagenoeg álle terreinen van het huidige wereldbeeld. In die zin kunnen we spreken van een heuse paradigmawisseling: van de rol van het internet in het sociale en economische leven tot en met de netwerkstructuur van ecosystemen en zelfs van de kosmos als geheel (bijv. quantum-verstrengeling), en van neurale netwerken in de neurobiologie en artificiële intelligentie tot en met de horizontale en decentrale organisatievormen van nieuwe sociale bewegingen – overal zien we de holistische netwerkstructuur van interdependente eenheden opduiken.

Het egalitarisme van ecosystemen
Wat betekent deze paradigmawisseling voor onze relatie tot de natuur en voor de politiek-economische organisatie van samenlevingen? Duidelijk is dat daar, in beide gevallen, geen plaats is voor kapitalisme. Dit niet alleen vanwege het onnatuurlijke klassenverschil tussen rijk en niet-rijk, maar ook vanwege de kapitalistische noodzaak van constante economische groei. Die ‘noodzaak’ heeft weliswaar ook buiten-kapitalistische redenen, met name om bevolkingsgroei te faciliteren, maar volgt hoofdzakelijk uit de logica van het kapitalisme zelf, waar bedrijfskapitalen moeten groeien om de onderlinge concurrentiestrijd aan te kunnen en waar groei ook nodig is om de klassenheerschappij van de superrijken in stand te houden.

In een economie gebaseerd op de uitbuiting van de één door de ander is welvaartsgroei noodzakelijk om de uitgebuite klassen een minimum van welvaart te gunnen, om zo maatschappelijke onrust te voorkomen. In die zin zei de econoom Henry Wallich, oud-bestuurder van de Amerikaanse centrale bank, treffend dat “groei een substituut is voor gelijkheid van inkomen”.

Vanuit ecologisch oogpunt echter is het kapitalistische groei-imperatief totaal onhoudbaar. Economieën worden geacht jaarlijks zo’n drie procent te groeien, maar eindeloze exponentiële groei – met bijbehorende groei in grondstoffenverbruik en afval-uitstoot – is absurd op een eindige planeet. In de natuur komt eindeloze groei dan ook niet voor, behalve in zeer schadelijke vormen – bijvoorbeeld wildgroei van kankercellen of sprinkhanenplagen – waarbij de ondersteunende natuurlijke omgeving al snel uitgeput raakt of waarbij de almaar groeiende populatie vatbaar wordt voor ziektes, parasieten of roofdieren. De netwerkstructuur van ecosystemen is dan ook fundamenteel egalitair, omdat de competitieve en coöperatieve relaties tussen zowel individuele organismen als soorten ervoor zorgen dat geen enkel organisme dominant kan worden en de rest kan overheersen.

Naar een wederkerige samenleving
Tegenover het extractivisme van het westerse wereldbeeld plaatst de ecologische beweging het begrip “wederkerigheid” als leidend principe: ‘Ik geef aan anderen en krijg daar in gelijke mate iets voor terug.’ Wederkerigheid is wat de netwerkstructuur van ecosystemen bijeenhoudt: zonder wederkerigheid geen symbiotische samenwerkingsverbanden. Extractie is eenzijdig nemen, wederkerigheid is nemen én geven.

Willen wij als mensheid niet het aardse ecosysteem volledig uitputten en kapotmaken, dan zullen we een dergelijke wederkerigheid met de natuur moeten ontwikkelen, waarbij wat we nemen van de natuur (bijv. door ontbossing, grondstoffen-extractie of natuurvernietiging door milieuvervuiling) direct of indirect en in evenredige mate aan de natuur teruggegeven wordt (bijv. door bomen te planten of de natuur tijd en ruimte te geven om zich te herstellen). Alleen door deze wederkerigheid kunnen we in een ecologisch equilibrium met de natuur samenleven.

Binnen de ecologische beweging gaat het echter niet slechts om herstel van onze relatie met de natuur maar ook om herstel van onze relaties met elkaar: het einde van de natuuroverheersing moet ook het einde van de sociale overheersing betekenen. Daarbij moeten we echter wel waken voor een simplistische naturalistic fallacy, waarbij we uit de egalitaire aard van ecosystemen de gemakzuchtige conclusie trekken dat een ecologische samenleving “dus ook” egalitair moet zijn. Dan redeneren we te veel vanuit de natuur en ontkennen we de evolutionaire eigenheid van de menselijke soort als cultuurwezen. De mens is immers niet slechts nature maar ook nurture. Wij geven zelf vorm aan onze samenlevingen op basis van historisch gegroeide culturele tradities.

Anderzijds moeten we het onderscheid van nature en nurture ook relativeren. Als harde tegenstelling geformuleerd is dit een symptoom van het westerse dualisme van mens en natuur – precies het dualisme dat we middels holisme en interdependentie willen overwinnen. We moeten nurture niet zien als het tegendeel van nature maar juist als een evolutionaire manifestatie van de natuur zelf – nurture ís onze nature. De natuur zélf heeft ons als cultuurwezens voortgebracht.

Precies daarom is wederkerigheid een intrinsiek onderdeel van onze biologische constitutie. De mens is geëvolueerd als de “dialogische soort”: talige communicatie en de daardoor mogelijk gemaakte complexe samenwerkingsverbanden vormen de sleutel tot ons evolutionaire succes. “De mens is van nature een sociaal dier” zei Aristoteles al. En de latere evolutionaire antropologie heeft hem daarin gelijk gegeven: talige communicatie en coöperatie zijn bij ons genetisch ingebakken. Maar taal en samenwerking kunnen niet zonder wederkerigheid – de wederkerigheid van aanspreken en aangesproken worden, maar ook van dienst en wederdienst.

Deze communicatieve en coöperatieve wederkerigheid vormt de antropologische grondslag die aan de diversiteit van menselijke culturen ten grondslag ligt, zoals diverse antropologen hebben laten zien. Een ecologische samenleving, waarin de natuur van de mens alle ruimte krijgt, is dan ook een samenleving waar sociale relaties zoveel als mogelijk wederkerig zijn – en dat wil zeggen egalitair, omdat machtsverschillen de neiging hebben deze wederkerigheid te verstoren en tot extractivisme te leiden. Immers, als ik macht heb over jou, dan kan ik meer van jou eisen dan dat ik teruggeef. Daarom concludeert bijvoorbeeld de filosoof Habermas dat de wederkerigheid van communicatie “machtsvrijheid” vereist.

Tot slot: naar een klassenloze markteconomie
Wederkerigheid staat op gespannen voet met de ongelijkheid tussen rijk en niet-rijk in het huidige kapitalisme. Daarom is een ecologische samenleving ook een post-kapitalistische samenleving. Al betekent dit niet automatisch het einde van de markteconomie – integendeel. De markt, als toneel van interdependentie, concurrentie en samenwerking (binnen bedrijven), past op zich goed bij de evolutionaire achtergrond van de mens, waar immers ook Darwiniaanse competitie en coöperatie hand in hand gaan. Het probleem is alleen dat de marktwerking hapert in het kapitalisme door een fundamenteel gebrek aan wederkerigheid.

Marktwerking vereist, zoals economen zeggen, een gelijk speelveld: om met elkaar te kunnen concurreren moeten marktspelers dezelfde kansen hebben. Maar als er iets op gespannen voet staat met gelijke speelveldendan is dat het kapitalisme met zijn inherente tendens tot eindeloze kapitaalaccumulatie in de handen van enkelen. Hierdoor leidt gedereguleerd kapitalisme tot steeds grotere ongelijkheden tussen rijk en niet-rijk, tot steeds grotere multinationals en daarmee ook tot kartel- en monopolievorming – allemaal ontwikkelingen die de vrije markt ondermijnen.

Kortom, juist om echt vrije marktwerking mogelijk te maken moeten we voorbij het kapitalisme gaan. Vanuit ecologisch perspectief ligt de oplossing hier in het wederkerig maken van de ruilverhoudingen, die door de enorme machtsverschillen binnen het kapitalisme te vaak ongelijk en dus extractief zijn, bijvoorbeeld tussen kapitaalbezitter en werknemer en tussen rijke landen/ multinationals en arme landen. Maken we die ruilverhoudingen écht wederkerig, dan vindt er geen extractie meer plaats en dus geen verrijking van de één ten koste van de ander. Zo opent de ecologie het perspectief op een duurzame en klassenloze markteconomie, gekenmerkt door wederkerigheid met de natuur en tussen mensen onderling.

Een uitgebreidere versie van dit essay staat op NieuwWij.

cc-foto: Valiphotos

Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.