
Ik sta met een vriendin bij het selfservice-popcornapparaat in Pathé de Munt. Nadat wij onze selfservice-snackjes en -drankjes bij de zelfscankassa afrekenen, lopen wij naar Zaal 11. Op het programma staat ‘The End of Oak Street’.
De bioscoopzaal is luidruchtig. Op de achterste rij zit een appende brugklas. En in de rij pal voor ons lijkt een dispuut te zijn neergestreken. We nestelen ons in de comfortabele, instelbare stoelen en zetten de grote bak popcorn tussen ons in.
“Ik ben al zo lang niet naar de bioscoop geweest; het voelt alsof we first class vliegen, die stoelen zijn fantastisch,” zegt de vriendin, terwijl ze inmiddels volledig horizontaal ligt.
De lichten dimmen enigszins; de reclames beginnen.
‘Als er in jouw vriendengroep vrouwonvriendelijke opmerkingen worden gemaakt, zeg jij er wat van?’ – galmt het door de zaal. Je hoort wat geroezemoes.
“Wat goed dat ze dit laten zien, hè?” fluister ik.
‘Iemand wordt op straat aangevallen, stap jij er dan op af?’ luidt de daaropvolgende reclame. Het schetst een beeld van filmende omstanders; een persoon ligt gewond op de stoep.
“Het doet me ergens aan denken…” zegt de vriendin.
“SIRE!” antwoord ik.
Als klap op de vuurpijl een indringende boodschap over homo-acceptatie en homogerelateerd geweld: ‘In Nederland krijgt ongeveer 1 op de 10 LHBTQIA+-personen te maken met fysiek geweld of dreiging met geweld.’
Het is stil in de zaal.
De vriendin tikt me aan en zegt: “Vroeger kwamen er gewoon reclames van Coca-Cola of Mars voorbij, wat is dit, joh?”
De lichten dimmen volledig.
Tijdens het begin van de film kan ik de beelden die wij zojuist zagen niet loslaten. Mijn gedachten dwalen af naar het selfservice-popcornapparaat en de zelfscankassa's. We raken gewend aan steeds minder menselijke interactie. De hele wereld rust in onze handpalm, terwijl kennelijk de meest primaire sociale omgangsvormen door onze vingers glippen.
Instructies, groot geprojecteerd in een bioscoopzaal, herinneren ons eraan dat we iemand niet in elkaar dienen te slaan vanwege zijn of haar seksuele geaardheid. En als je dan toch gewond op straat ligt, dan maar hopen dat omstanders je niet alleen filmen, maar je ook overeind helpen. En seksisme? Daar doen we niet aan, knoop het in je oren.
“Hoe vond je The End of Oak Street?” vraagt de vriendin, terwijl we inmiddels onze boodschappen staan te scannen in de Albert Heijn.
“Matig. De reclame was indrukwekkender: ‘The End of Humanity’.”