Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Terugblik op een publiek tribunaal: de affaire Pols-Milieudefensie

Vandaag
leestijd 10 minuten
927 keer bekeken
ANP-556361234

De affaire - het drama, zo men wil - rond Donald Pols’ apartheidsverleden was een ware mediahit. Velen hadden direct een kant-en-klaar oordeel gereed. Juist daarom is het zinvol om achteraf een paar ongemakkelijke vragen te stellen die in de publieke opwinding nauwelijks klonken - en tegelijk het blikveld te verbreden.

De affaire
Kort: waar ging het over? Donald Pols maakte per 1 juni 2026 een opmerkelijke overstap van Milieudefensie naar Tata Steel, waar hij directeur duurzaamheid en communicatie werd. Milieudefensie nam direct afstand van hem toen zijn vertrek bekend werd. Al na één dag beëindigde Tata Steel zijn contract, nadat NRC - getipt door historica Anne-Lot Hoek - het bedrijf had geconfronteerd met informatie dat Pols in zijn jeugd voorzitter was geweest van het extreemrechtse Afrikaner Studente Front in Zuid-Afrika. Volgens mediaberichten had Pols Milieudefensie hierover zelf geïnformeerd. De affaire kreeg nog een vervolg toen begin juni ook de raad van toezicht van Milieudefensie opstapte wegens de ophef over de omgang met Pols’ verleden.

Het publieke tribunaal
Anne-Lot Hoek, die een respectabele bijdrage heeft geleverd aan het blootleggen van de gruwelijke oorlogsmisdaden van Nederland in voormalig Nederlands-Indië, informeerde NRC over het pro-apartheidsverleden van Pols. Zij was er na een anonieme tip op gestuit, tijdens onderzoek voor een boek over het Zuid-Afrikaanse apartheidssysteem. Meer dan een jaar was zij toen al van dat verleden op de hoogte.

Opmerkelijk is dat Hoek hierover in de talkshow Eva, waar zij te gast was, geen kritische vraag kreeg. Waarom NRC juist op dit tijdstip tippen? En gaat het niet wat ver om als historicus in de rol van klikspaan, morele autoriteit of publieke aanklager een krant heel specifiek te wijzen op het foute verleden van een publiek bekende persoon? Is dat het doel van wetenschappelijk onderzoek? Als dit historisch relevant is, zou het bovendien vanzelf aan de orde kunnen komen in het boek dat op stapel staat. Hoek meldde zelf dat dit ook haar oorspronkelijke plan was, maar besloot dat niet af te wachten en NRC toch nu al te tippen.

Cancelcultuur?
Fascinerend is hoe Hoek haar besluit om NRC te tippen motiveerde. Het begon te wringen, zei ze, toen Pols bij zijn overstap naar Tata "hoog opgaf over het belang van zijn reputatie" en Mandela als inspiratiebron opvoerde - terwijl hij hem als student had tegengewerkt en daar nooit open over was geweest. Bij Eva voegde zij toe: "het is ook wel iets als je dit soort hoogtes gaat opzoeken in de publieke sfeer".

Hoek onthulde dus niet alleen feiten, maar maakte ook duidelijk waarom Pols naar haar oordeel blijkbaar juist nú een harde publieke afstraffing verdiende. Bijna als een boeteprediker uit vervlogen tijden die vaststelt dat de zondaar naar haar smaak te hoogmoedig is, te weinig nederig. De historicus als zedenrechter in het publieke tribunaal.

In Trouw beschrijft Hoek dit jeugdverleden van Pols. Opvallend is hoe dik zij zijn onmiskenbare jeugdzonde aanzet. Zo voert zij aan dat Jean du Plessis, lid van de ASF waarvan Pols voorzitter was, later een gewelddadige neonazi-ondergrondse opzette en tot twaalf jaar cel werd veroordeeld. Via guilt by association worden diens misdaden wel erg gemakkelijk deels op rekening van Pols geschreven: alsof je de leider van een linkse studentenclub mede verantwoordelijk houdt voor latere RAF-aanslagen, omdat een oud-lid daarin verzeild raakte. Ook de slotpassage over Mandela - waarin wordt beschreven hoe hem een lezing aan een universiteit onmogelijk werd gemaakt - zet Pols bijna neer als de clubvoorzitter die dat in zijn eentje verhinderde. De verstoring was echter het werk van honderden studenten.

Is dit nog wel een objectieve beschrijving van een jeugdverleden, of hebben we van doen met de motivering van een publiek vonnis?

De zaak-Pols toont een breder mechanisme: wie voor een publiek tribunaal wordt gedaagd, staat er de facto zonder advocaat voor. Zelfs in het veel ernstiger geval van misdrijven organiseert en faciliteert de samenleving zo'n tegengeluid, omdat het tot de kern van beschaving en rechtsstaat behoort. Hier en daar werd Pols geïnterviewd, maar zo'n interview biedt nauwelijks een echte verdedigingspositie. Wie eenmaal publiek in de beklaagdenbank zit, merkt dat vrijwel elk eigen weerwoord wordt uitgelegd als wegduiken of excuses verzinnen.

De vraag dringt zich op of deze gang van zaken niet gevaarlijk dicht bij cancelcultuur komt. Hoe dit te wegen, laat ik graag over aan de lezer.

De publieke opinie als laatste oordeel
De gang van zaken rond Pols staat niet op zichzelf, maar past in een bredere hedendaagse trend: zonder terughoudendheid vergaande morele oordelen vellen over de motieven, gedragingen of het karakter van publieke personen. Sociale media puilen ervan uit; ook daarbuiten klinkt die toon. Zo hoorde ik enige tijd geleden bij de publieke omroep een bekende columnist beweren dat Mona Keijzer een diep en diep slecht mens is. Aan de rechterkant klinkt hetzelfde veelvuldig over politici van progressieve partijen.

In de monotheïstische godsdiensten - jodendom, christendom en islam - geldt God traditioneel als de instantie aan wie het ultieme oordeel over mensen toekomt. Uiteraard kennen ook die tradities naargeestige veroordelingspraktijken. Maar evengoed klinken er geregeld oproepen tot terughoudendheid wanneer mensen elkaar de maat nemen. Het spreekwoord, stammend uit het christendom, "wie zonder zonde is, werpe de eerste steen", herinnert daaraan.

In onze geseculariseerde wereld lijkt de publieke opinie - het publieke tribunaal - zich die traditionele rol van God als ultieme rechter te hebben toegeëigend. De vonnissen zijn doorgaans meedogenloos, het oordeel vaak definitief.

Jeugddwalingen en verjaringstermijnen
De zaak-Pols betreft daden en opvattingen uit een ver verleden, van iemand die volgens de toenmalige Zuid-Afrikaanse wet nog niet volwassen was en bovendien nooit strafrechtelijk is veroordeeld. Is het billijk om een mens dat een leven lang na te dragen? Voor zaken die veel ernstiger zijn - en wél misdrijven - kent Nederland verjaringstermijnen. Hiervoor blijkbaar niet.

Mensen groeien en veranderen. Het leven is geen loper die kaarsrecht uitrolt, maar eerder een zich vertakkend weefsel, een verhaal dat zichzelf gaandeweg herschrijft. Wie heeft geen foute denkbeelden achter zich gelaten? Kun je iemand drie decennia later nog naadloos identificeren met zijn vroegere zelf? En hoort het niet bij een humane samenleving dat jongeren extra ruimte krijgen om te dwalen?

Onze neoliberale tijd, die het idee uitvent dat mensen volledig aan de stuurknuppel van hun leven zitten, heeft weinig oog voor tragiek en context. Zelf stam ik uit een kerkelijk milieu dat mij, net als Pols, pro-apartheid socialiseerde. Ik had het geluk begin jaren zeventig, rond mijn vijftiende, nadrukkelijk met dat standpunt te breken. De eerste twijfel werd gezaaid door een docente die inging tegen de destijds gebruikelijke, kritiekloze steun voor apartheid in dat milieu. Pols had blijkbaar een verhuizing naar Nederland nodig om met andere perspectieven in aanraking te komen en zich ervan los te maken.

Het milde oordeel van voormalig BIJ1-leider Silvana Simons was in dit verband een verademing: zij vroeg begrip voor hoe moeilijk het voor de adolescent Pols was om uit een gesloten, conservatief milieu te breken.

De schone schijn van het transparantie-ideaal
Nogal wat commentatoren verweten Pols dat hij niet transparant was geweest over zijn verleden. Het transparantie-ideaal staat tegenwoordig zó torenhoog aangeschreven dat bijna niemand er nog kritische vragen bij stelt. Ten onrechte.

Het panopticum - de koepelgevangenis waarin alleen al de mógelijkheid van observatie volstaat om mensen te disciplineren - symboliseert de totalitaire ontsporing waartoe dit ideaal kan leiden. Zonder beteugeling groeit de transparantiecultus uit tot de westerse variant van de surveillancemaatschappij die China en andere autoritaire staten optuigen.

Misschien wordt dit ideaal extra gevoed door tijdverschijnselen: door een breed exhibitionisme dat mensen aanspoort hun hele hebben en houden zichtbaar te maken, en door de gedachte dat het uitstallen van de diepste zielenroerselen een teken van authenticiteit is.

Totale transparantie bedreigt niet alleen de vrijheid, maar ook de mogelijkheid om te vergeten, te vergeven en opnieuw te beginnen. Waar alles zichtbaar, vindbaar en oproepbaar blijft, worden mensen vastgepind op hun verleden, hun fouten en mislukkingen. Zo raakt een wezenlijk menselijk vermogen afgeklemd: het vermogen om iets nieuws te beginnen — wat Hannah Arendt treffend nataliteit noemde.

Een humane samenleving behoeft daarom niet alleen openheid, maar ook beschutting: ruimte voor discretie, imperfectie, experiment en welwillende vertrouwelijkheid. Dat geldt voor het privéleven, maar evengoed voor organisaties en instituties.

Tegen die achtergrond dringt zich de vraag op: waarom zou iemand eigenlijk een openbare biecht moeten afleggen over een voorgeschiedenis die al decennia uit zicht is en waarvan hij zich in theorie en praktijk allang heeft losgemaakt? En tegenover wie eigenlijk?

De grenzeloze werkgever
Niemand ontkent dat bepaalde feiten uit iemands privéleven of verleden kunnen botsen met een functie. Een milieu-directeur die als hobbyboer al te gretig naar de gifspuit grijpt, een Leger des Heils-woordvoerder die publiek boegbeeld is van een militant atheïstische vereniging, of een pensioenfondsbestuurder met een recent fraudeverleden: zulke voorbeelden spreken voor zich.

Ondertussen valt op hoe werk en organisatie de laatste jaren sluipenderwijs een grotere greep krijgen op het privéleven van mensen. Die bijna totalitaire tendens bestaat erin dat steeds meer aspecten van privéleven, verleden, overtuigingen en nevenactiviteiten als functie-relevant worden aangemerkt. Bedrijven en organisaties gaan zich gedragen als een morele slokop: ze beoordelen niet langer alleen hoe iemand functioneert, maar inspecteren gaandeweg steeds grotere delen van zijn privéleven, verleden en overtuigingen.

In en rond werk ontstaat daardoor een krampachtige sfeer, misschien wel een angstcultuur, van preventief gewetensonderzoek: wat heb ik ooit gezegd, gedacht, gedaan of gesteund dat mij later bij een aanstelling of functie kan worden aangerekend? Bovendien tast deze morele expansiedrift een wezenlijk burgerrecht aan: de vrijheid om buiten het werk naar eigen inzicht deel te nemen aan de samenleving — politiek, maatschappelijk, cultureel, persoonlijk — ook als die keuzes weerstand oproepen. En dat holt de vrije, pluriforme samenleving van binnen uit.

Mensen zijn geen lijfeigenen van bedrijven of organisaties. Hun privéleven en burgerschap vormen geen verlengstuk van hun functie. Tegenover de neiging steeds meer levenssferen functie-relevant te verklaren, zijn juist restrictieve criteria nodig.

Allereerst een functioneel criterium: hindert iets uit iemands privéleven of verleden hem aantoonbaar om zijn concrete takenpakket goed en betrouwbaar uit te voeren? Daarnaast een representatief criterium: botst iemands actuele of recente leven flagrant met de waarden of grondslag die hij in zijn functie publiek vertegenwoordigt? Een ver verleden waarvan iemand allang afstand heeft genomen, is daarvoor niet relevant.

Hanteer je zulke alleszins verdedigbare criteria in plaats van de huidige, doorgeschoten transparantienorm, dan is het nog maar de vraag of Pols zijn jeugdverleden überhaupt had moeten melden - laat staan publiekelijk opbiechten - en of het hem ongeloofwaardig maakte als directeur van Milieudefensie of ongeschikt voor een vergelijkbare rol bij Tata Steel.

Melden deed hij overigens wél: bij Milieudefensie was zijn verleden al sinds zijn sollicitatie in 2015 op het hoogste niveau bekend. Was het dan werkelijk nodig dat het daarbovenop organisatiebreed bekend was geweest, zoals verontwaardigde medewerkers achteraf vonden? Meer openheid was misschien wel prudent geweest: niet als verplichte biecht, maar om de afrekencultuur vóór te zijn.

Daarvoor was zelfs een natuurlijk moment. Nadat Pols met zijn verleden was gechanteerd om het beleid bij te stellen, stapte hij naar zijn toezichthouders. Pols en Milieudefensie hadden daarna wellicht samen naar buiten kunnen treden - niet als verplichte schuldbelijdenis, maar om te tonen dat zij niet zwichtten voor chantagedruk met een ver, al lang afgezworen jeugdverleden dat zijn functioneren niet aantastte.

Door achteraf alsnog af te treden bevestigde de raad van toezicht juist de gedachte dat dit verleden per se organisatiebreed - zo niet publiek -  bekend had moeten zijn. Daarmee capituleerde de raad voor de op hol geslagen transparantiecultus die juist hier begrensd had kunnen worden.

Ook het verwijt dat Milieudefensie een chantabele directeur had aangesteld, is te kort door de bocht. Chantabiliteit is geen natuurfeit. Iets wordt pas chantabel wanneer een samenleving het als vernietigend of onvergeeflijk laat verschijnen, zonder goed door te vragen of dat eigenlijk wel terecht is.

Precies daar ligt ook een politieke verantwoordelijkheid, zeker voor progressieve politiek: helpen voorkomen dat werk en organisatie steeds meer macht krijgen over het privéleven, verleden en burgerschap van mensen. Een onmatige transparantiecultuur vraagt om begrenzing, niet om verdere aanmoediging.

Een mens is geen moreel lesmateriaal
Dat Pols zijn verleden niet uit zichzelf publiek had gemaakt, leverde hem nog een extra verwijt op: juist zíjn levensweg leende zich bij uitstek als moreel leermiddel - het exempel van de man die ooit extreemrechts was en later omkeerde. In die redenering onthield hij de wereld een leerzaam verhaal. Klinkt fraai. Maar mág je zoiets wel van iemand eisen?

Natuurlijk kan een uitzonderlijke levensweg gidsen of inspireren. Alleen: het is niet aan derden om iemand die voorbeeldrol op te dringen, alsof hij of zij verplicht is zijn persoonlijke geschiedenis af te staan als publiek lesmateriaal, als stichtend bekeringsverhaal. Of schuilt achter die eis nog een oude boetelogica - wie terug wil keren in de gemeenschap, belijdt eerst publiek schuld en doet dan zichtbaar boete?

Hooguit betrokken naasten kunnen iemand vragen te overwegen of hij zijn verleden zélf tot leerervaring voor anderen wil maken. Maar wie het als buitenstaander opvoert als argument vóór transparantie, gedraagt zich bevoogdend en aanmatigend. Derden mogen een medemens aanspreken op elementaire ethische normen, maar zij gaan er niet over waaraan hij zijn leven dient te wijden, welke idealen hij moet koesteren of hoe hij zijn verleden existentieel moet verwerken.

Dubbele maten voor een fout verleden?
Tot slot. Wordt er bij foute politieke verledens eigenlijk wel met één moreel meetlint gemeten? Een pro-apartheid-jeugdverleden was fout, daarover geen misverstand. Maar Harry Mulisch hield zijn solidariteit met Castro's repressieve Cuba zijn leven lang vol en bleef een van onze meest gevierde schrijvers. En Paul Rosenmöller, nu fractievoorzitter van Progressief Nederland in de Eerste Kamer, was als jongvolwassene lid van een splinterpartij die het regime van Pol Pot - dat zijn eigen bevolking massaal afslachtte - door dik en dun steunde. Het heeft zijn loopbaan nooit echt in de weg gestaan.

Waarom geldt een radicaal-rechtse dwaling al snel als levenslang belastend, terwijl een radicaal-linkse dwaling vaker wordt afgedaan als jeugdige naïviteit, idealisme of tijdgebonden politieke bevlogenheid?

Overigens, in plaats van foute (jeugd-)verledens van publieke personen op te sporen, is misschien een andere vraag interessanter en urgenter: hoe voorkomen mensen, partijen en bewegingen dat zij zélf aan de verkeerde kant van de geschiedenis terechtkomen? Is het geluk of toch wijsheid? En waar bestaat dat laatste dan uit? Simpele recepten bestaan er in elk geval niet voor, al was het maar omdat de weg naar gruwelijk geweld of maatschappelijke en politieke verschrikkingen nu eenmaal vaak geplaveid is met goede bedoelingen en fraai klinkende idealen.

Meer over:

opinie, donald pols
Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor