
Sinds de controversiële Massacre Law nu precies 2 jaar geleden in Turkije werd goedgekeurd, stromen sociale media over van afgrijselijke beelden. Er zijn talloze meldingen van het massaal doden van gezonde honden gedood in staatsasielen en op straat, allemaal sinds de invoering van de ‘dodingswet’, volgens de overheid bedoeld om agressieve of terminaal zieke zwerfhonden humaan in gemeenteasielen te plaatsen. In de praktijk blijkt het een vrijbrief voor een totale zuivering: vrijwel alle honden worden van de straat gesleurd en in overvolle overheidsasielen achter gesloten deuren afgemaakt. Bovendien gaf de wet vrij spel aan willekeurige dierenbeulen; er werden in korte tijd talloze verminkte honden en massagraven aangetroffen. Dierenbeschermers zijn wanhopig. Slechts door adoptie kan een hond nog worden gered, maar particuliere opvangcentra zitten overvol.
Om met eigen ogen te zien hoe de situatie nu is in Turkije ben ik zelf bij een officieel overheidsasiel gaan kijken. Meteen bij de poort zien we een nest puppy's op de gloeiende stenen liggen. Ze zijn er afschuwelijk slecht aan toe. We pakken onze camera’s en beginnen te filmen, bang dat we worden weggestuurd zodra de directie ons opmerkt. De situatie binnen is een levende hel. Tientallen gewonde, magere honden zitten samengeperst op een kale betonvloer vol urine. Schoon drinkwater is nergens te bekennen. In een hoek ligt een uitgeputte, uitgemergelde moederhond met haar pups. Ik voel een allesverzengende woede. Hoe kunnen mensen zo met levende wezens omgaan?
Plotseling komt er een colonne glimmende auto’s het terrein opgereden: de burgemeester met zijn gevolg, inclusief twee overheidsdierenartsen. Terwijl ik de misstanden vastleg, zoekt mijn collega het gesprek. De burgemeester reageert defensief en beweert dat ze "alles doen wat binnen hun macht ligt". Ik ga het gesprek aan met een jonge, nerveuze dierenarts. Honden worden hier volgens hem "nooit geëuthanaseerd". Wanneer ik doorvraag waar de honden dan naartoe gaan als het asiel volraakt, beweert hij dat ze worden overgebracht naar een "prachtige opvangplek diep in de bossen".
Ik geloof er niets van en vraag direct of ik die locatie mag zien. Na zenuwachtig overleg stemt hij toe. Niet lang daarna rijden we in onze auto achter de colonne aan, de gortdroge bergen in. De weg verandert in een zanderig pad vol diepe kuilen en losse stenen. We besluiten het risico te nemen; we moeten weten wat hier verborgen ligt en blijven twijfelen: zou er echt een mooie “bosopvang” bestaan, waar komen we terecht?
Eenmaal boven staat de burgemeester met zijn gevolg al klaar, inclusief gemeentefotografen voor een rondleiding. Ik laat de camera's draaien en ga zelfstandig op onderzoek uit op deze "fantastische plek". Meteen word ik op de voet gevolgd door ambtenaren. De verblijven in het bos zijn weliswaar groot en er is water, maar de honden zien er angstaanjagend slecht uit. Vrijwel elk dier zit onder de diepe bijtwonden en is nagenoeg kaal door schurft. De pijn en jeuk moeten ondraaglijk zijn. Wanneer ik de dierenarts hiermee confronteer, stottert hij dat de gemeente "op dit moment geen budget heeft voor medicatie". Maar, zo belooft hij snel: "Als je over een paar maanden terugkomt, zien ze er heel anders uit."
De rillingen lopen over mijn rug. Dit is geen opvang; dit is een dumpinggrond, kilometers ver buiten het zicht van kritische burgers en media. Een plek waar ziektes vrij spel hebben en honden elkaar door de stress en het gebrek aan voedsel ongetwijfeld verscheuren. Terug op de parkeerplaats nemen we koel afscheid van de burgemeester. Met een loodzware steen in mijn maag sla ik de autodeur dicht. De rit terug verloopt in een oorverdovende stilte. Ik heb gelezen over de beruchte 'spooklocaties' in Turkije waar duizenden straathonden bewust worden gedumpt om een stille, onzichtbare dood te sterven. Ik hoef de lezer niet te beschrijven wat zich hier afspeelt als de camera's uitstaan en de nacht valt.
De dag voor ons vertrek naar Nederland spreken we in het diepste geheim af met een klokkenluider die als dierenarts werkt voor de lokale overheid. Hij wil absoluut anoniem blijven want kritiek op overheidsbeleid is in Turkije gevaarlijk. Ik vertel hem over de honden in het bos en vraag of mijn slechte gevoel hierbij klopt. Absoluut, zegt hij resoluut. In het asiel waar we waren, worden honden gedood. Als ik vraag waarom hij met mij wil praten zegt hij: dit moet stoppen. Wat is het meest vreselijke wat je tot nu toe hebt meegemaakt, vraag ik hem wanneer we afsluiten. De grote, stoere man breekt. Na een stilte weet hij uit te brengen: “In een middag werden 500 puppy’s gedood”. Ik weet niet hoe te reageren en dus pak ik zijn hand en beloof hem dat wij er alles aan gaan doen het lot van de Turkse honden onder de aandacht te brengen. We nemen afscheid en dat valt mij zwaar.
Eenmaal thuis overleggen we met ons team wat we nog meer kunnen doen om te helpen.
De enige manier om aantallen straatdieren structureel te verminderen is door hen onvruchtbaar te maken en deze strategie consistent vol te houden, aangevuld met educatie over het belang van neutraliseren en een systeem van adoptie. Dat wordt in Turkije onmogelijk gemaakt door de Massacre law.
We besluiten een petitie te starten waarin we de overheid van Turkije oproepen de Massacre Law ongedaan te maken. En als heel veel mensen op deze manier hun stem uit spreken, is dat een belangrijke steun in de rug voor de dierenbeschermers in Turkije. Ze staan er niet alleen voor.