Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Sterk gedaalde leesvaardigheid, dat is pas ondermijning van de maatschappij

08-09-2026
leestijd 6 minuten
1353 keer bekeken
ANP-509930440

PISA-rapport plaatst Nederland onderaan de lijst

De Tweede Kamer maakt zich druk over het blijvend ontbreken van een verbod op gemaskerd demonstreren. Dit wordt gezien als een onderdeel van de ondermijning die onze samenleving bedreigt.

Dat is allemaal flauwekul en totaaltheater voor het paaien van de rechtse stemmer. Dinsdagochtend stelde het nieuwe PISA-rapport vast dat veertig procent van de vijftienjarigen niet behoorlijk kan lezen en schrijven. Zoals een auteur van jeugdboeken het bij Goedemorgen Nederland formuleerde: “Geen boeken, geen bijsluiters bij medicijnen, geen sollicitatiebrief kunnen schrijven”. Op dit verkeerde lijstje staat Nederland bij de Europese landen onderaan, net boven Griekenland.

Een half-analfabete bevolking, dat is pas ondermijning van de maatschappij.

De deskundigen buitelen over elkaar heen om uit te leggen dat aan dit probleem een veelheid van oorzaken ten grondslag ligt. Dat is altijd het beste recept om de zaken bij het oude te houden.

Thorbecke liet al in de grondwet zetten dat het onderwijs een zaak van aanhoudende zorg is voor de overheid. Daaruit vloeit voort dat de hoofdvraag is: waarom lukt het scholen zo slecht de leerlingen behoorlijk lezen te leren? Terwijl het misschien wel aan docenten ontbreekt maar zeker niet aan leermiddelen. Het antwoord is eenvoudig: de methodes deugen niet. Zij brengen leerlingen massaal een diepe afkeer van lezen bij. Waarom? Omdat docenten gedwongen worden heel veel tijd te verdoen met begrijpend lezen. Zij vervelen hun leerlingen met eindeloze zoektochten naar signaalwoorden en dergelijke flauwekul meer. Arjen Lubach heeft dat een jaar of wat geleden al uitvoerig aangetoond en bewezen maar hij wordt door beleidsmakers en pedagoochelaars uiteraard niet serieus genomen.

Stap 4: nadenken over scaffolding en modeling
Om de leerlingen zelfstandig stappen te laten maken in het omgaan met rijke, complexe en uitdagende teksten, maak ik gebruik van scaffolding en modeling. Door scaffolding bied ik de leerlingen tijdelijk hulp, bijvoorbeeld door voorkennis aan te brengen rond de inhoud van de tekst. Ik doe dat bij deze tekst door eerst een filmpje met de leerlingen te kijken over de etsen van Rembrandt. Op deze manier zien de kinderen wat een ets is en vormen ze zich een beeld van wie Rembrandt was en hoe de mensen in die tijd leefden.

Voordat de leerlingen kunnen vertellen wat er in het begin, midden en eind van het verhaal gebeurt, laat ik met behulp van modeling zien hoe ze dit aan kunnen pakken. Ik laat hardop denkend zien wat er in het begin van het verhaal gebeurt door een gedeelte van de tekst voor te lezen en samen te vatten. Ik vertel waar het begin van de tekst overloopt naar het middenstuk en waarom ik dat denk.

Stap 5: interactie over de tekst bevorderen
¨Het is belangrijk om leerlingen met elkaar in gesprek te krijgen over de inhoud van de tekst. Om interactie te bevorderen passen we coöperatieve en activerende werkvormen toe. Na het modelen wordt de tekst ‘Hoge nood’ in tweetallen Samen in gesprek over de tekst Lezen met de pen in de hand nogmaals gelezen. Samen wordt er nagedacht over het belangrijkste in het midden en eind van het verhaal. Leerlingen onderstrepen, verleggen en maken mooie zinnen die vertellen waar het midden en eind over gaat. Vervolgens lezen ze samen de zinnen om te kijken of het duidelijk vertelt wat er in het midden en op het eind gebeurt.

Tijdens sessie twee maken de leerlingen een schema met de opsommingen die in het verhaal voorkomen. Vervolgens bekijken ze elkaars schema’s en praten ze hierover met elkaar.

Bij sessie drie bekijken de leerlingen de ets van Rembrandt. Bij welk stuk uit het verhaal hoort de ets? Waarom past de ets goed, of juist niet, bij het verhaal? Wat zou je nog aan de ets, of het verhaal, willen toevoegen of juist weglaten? Daarna denken we na over wat we geleerd hebben over Rembrandt in het kader van ons schoolbrede thema¨.

Mij dunkt, als je dit allemaal doorstaan hebt, ben je wel uitgelezen. Close reading is heel nuttig om moeilijke tekstgedeeltes te begrijpen maar met daadwerkelijk lézen heeft dat niets te maken. Het gaat erom dat het tijd kost om tot de kern van sommige zaken door te dringen. En aandacht. En nog eens kijken. Op de middelbare school heb ik dat het beste geleerd tijdens de lessen Frans, Duits, Engels, Latijn en Grieks als we zinnen moesten vertalen, die op het eerste gezicht raadselachtig leken. Niet in het kader van leeslessen. Ook op de lagere school gebeurde dat niet.

Het doel van leesles dient te zijn dat je snel een heel stuk tekst kunt lezen, bijvoorbeeld een hoofdstuk van een roman of een uitgebreide reportage op het internet. Dat bereik je niet door eindeloos gepiel met teksten waarvan volwassenen denken dat zij over onderwerpen gaan die de jeugd aanspreken. Een belangrijk doel van lezen dient te zijn dat je een deeltje van Mees Kees kunt verslinden.

Oefening baart kunst: dat kan het best gebeuren door met zijn allen in de klas spannende boeken te lezen. Het is een beetje opa vertelt maar toen ik op mijn zesde de grote school betrad, hingen er voor onze neus bovenin het lokaal allemaal tekeningen met daaronder woorden. Ik weet nog hoe het begon: maan, zaag, Fien, vier, koek schoen… Aan het eind als laatste, maar helemaal apart hing het portret van Pius XII. Daaronder stond “paus”. Wij oefenden onder de bezielende leiding van broeder Blasius eerst deze woordbeelden. In onze kastjes vonden wij allemaal een letterdoos. Daarmee moesten wij die woordjes naleggen. Losse letters leerden wij in het schrijfonderwijs met kroontjespen en inkt uit een potje. Het begon met de i (spreek uit ih) want die was het gemakkelijkste. De letters werden onderscheiden in kabouters, heksen en reuzen. De t was een heks, de l en de F waren reuzen. Zo ging dat.

Op den duur vervaagden de verwijzingen naar de platen aan de wand en gingen wij schoolboekjes lezen. Die bevatten vreselijk katholieke en saaie verhalen over een familie. Het was zelden spannend en slechts een enkele maal ontroerend, bijvoorbeeld als de heilige engelbewaarder nog net op tijd de hoofdpersoon voor een auto wegduwde of als een klasgenootje aan longontsteking stierf want die boekjes stamden nog van voor de oorlog. Wij hadden elke dag van de week minstens een uur leesles waarbij de broeder het kind aanwees dat een stukje moest voorlezen.

Het was natuurlijk allemaal verre van ideaal en ik verveelde mij een ongeluk want ik was meestal met het lezen al pagina’s vooruit maar als principe werkte het wel. En natuurlijk vielen er slachtoffers. In onze klas zaten enkele domme kinderen die alleen maar wisten te hakkelen als zij de beurt kregen. “Zeg de letters!”, riep de broeder dan en als dit niet lukte, schold hij: “Koe, kalf karbauw”. Of “kafferzoeloe” en andere termen waarvan we pas in deze eeuw algemeen het racistisch karakter inzien. Tegenwoordig zouden leerkrachten vaststellen dat zulke “domme” leerlingen dyslectisch waren. Of worstelden met iets in het autistisch spectrum.

We hadden in de hogere klassen beter les kunnen krijgen uit de boeken over Arendsoog en Witte Veder want die waren wel spannend. En dat de broeder dan opschoot en ze niet drie keer klassikaal liet lezen.

Lezen leer je uit boeken waarvan je wilt weten hoe ze aflopen omdat ze zo spannend zijn. Daarna neem je een nieuw verhaal ter hand.

Dat zou het uitgangspunt moeten zijn van het leesonderwijs met als leerdoel het vlot kunnen lezen van een langere tekst omdat die je om wat voor reden dan ook belang inboezemt.

Uiteraard kent het vak Nederlands of “taal” nog heel veel andere onderdelen zoals kennis van de grammatica (ontleden) en correcte spelling. Daarbij is lezen een hulpmiddel.

Opmerkelijk is – tenslotte – dat het PISA-onderzoek positief is over hoe vijftienjarigen omgaan met wis- en natuurkunde. Zeventig procent doet dat goed, zo wordt trots gemeld, slechts dertig procent bakt er niets van.

Dat is maar tien procent minder dan de functioneel analfabeten. Het zou interessant zijn om te weten of van de vijftienjarigen die nauwelijks kunnen lezen, drie kwart ook niets begrijpt van exacte vakken of dat die percentages elkaar absoluut niet dekken.

Rusland is sinds de inval in Oekraïne uit het PISA-netwerk gegooid. De laatste cijfers dateren uit 2018. Op leesvaardigheid was de score toen 479, de Nederlandse staat nu op 441. Oekraïne kreeg in 2018 466 punten, nu 428 punten. Dit is een direct gevolg van de oorlog maar ons rijke welvarende land komt daar met die 441 punten niet spectaculair bovenuit.

Opnieuw: dit is pas ondermijning van de samenleving.

Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo’n schandelijke compensatie geboden krijgt voor het toestaan van nieuwe winningen.

Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: de moffen zijn terug.

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor