Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Solidariteit is geen liefdadigheid

07-09-2026
leestijd 5 minuten
1685 keer bekeken
ANP-479696946

Foto: EPA/Filippo Attili - Chigi Palace Press

Toen Malta in 2004 toetrad tot de Europese Unie, sloot het een wederzijdse overeenkomst. In ruil voor het openstellen van grenzen, markt en wetgeving voor de rest van Europa zou het land voortaan profiteren van de collectieve voorzieningen van het samenwerkingsverband, waarbij het zich vol enthousiasme had aangesloten.

Twee decennia later is de balans van dat akkoord onomstreden. Malta behoort zonder meer tot de grootste winnaars. Wél omstreden is – en dat heb ik zelf aan den lijve ondervonden – de vraag of Malta wel weet dat deze overeenkomst in beide richtingen geldt.

Laten we om te beginnen naar de cijfers kijken, want die zijn veelzeggend. Sinds de toetreding heeft Malta zo’n 2 miljard euro aan de EU-begroting bijgedragen en daar aanzienlijk meer uit ontvangen. Tussen 2004 en 2020 is via de Europese structuur- en investeringsfondsen naar schatting 1,7 miljard euro naar het eiland gevloeid. Voor de lopende periode 2021–2027 ontvangt Malta pakweg 2,3 miljard euro – de hoogste toewijzing ooit –, terwijl aan bijdragen circa 1 miljard is gevraagd.

Simpel gezegd: voor elke euro die Malta naar Brussel overmaakt, krijgt het er ruim twee terug.

Deze middelen bleven niet zomaar ongebruikt liggen. Het bbp per hoofd van de bevolking van Malta is gestegen van ongeveer 80 procent van het EU-gemiddelde op het moment van toetreding tot meer dan 100 procent vandaag de dag – de sterkste convergentie van alle landen die in 2004 zijn toegetreden. De economie is meer dan verdubbeld en de gezinsinkomens zijn met meer dan 90 procent gestegen. Financiële dienstverlening, iGaming, toerisme, farmaceutica en de verwerkende industrie hebben allemaal geprofiteerd van de onbeperkte toegang tot een interne markt van 450 miljoen mensen en het vrije verkeer van de daar werkzame arbeidskrachten. Malta heeft het EU-lidmaatschap niet alleen maar met succes doorstaan. Het is er rijk van geworden.

Het vrije verkeer van personen en goederen vormt de drijvende kracht achter dit alles. Maltese burgers kunnen overal in de Unie wonen, werken, studeren en rentenieren; Maltese bedrijven werven vrijelijk personeel uit heel Europa. De ziekenhuizen, hotels, verzorgingstehuizen en bouwplaatsen op het eiland maken dankbaar gebruik van veelal goed opgeleide EU-burgers, die hun leven elders hebben opgegeven en hier naartoe zijn gekomen. Malta heeft alle voordelen die het vrije verkeer te bieden heeft maar al te graag omarmd.

En hier loopt de deal stuk. Want vrij verkeer is namelijk nooit als eenzijdig voorrecht bedoeld. Dezelfde verdragen die Maltese burgers in staat stellen desgewenst een leven in het buitenland op te bouwen, garanderen principieel gelijke behandeling van EU-burgers die hun leven hier willen opbouwen. Het verblijfsrecht in artikel 21 van het Verdrag over het functioneren van de Europese Unie en het beginsel van geen discriminatie, dat als een rode draad door het EU-recht loopt, zijn juist bedoeld om te voorkomen dat een burger van de Unie in een andere lidstaat als een permanente buitenstaander wordt behandeld. Die regels zijn niet zonder beperkingen — daar kom ik nog op terug — maar ze zijn wel degelijk van kracht en Malta lijkt vastbesloten te testen in hoeverre het deze kan omzeilen.

Ik weet dit omdat ik zelf een van die burgers ben. Na 25 jaar in Berlijn, Duitsland, ben ik als EU-burger van Nederlandse afkomst naar Malta verhuisd, heb ik hier mijn leven opgebouwd. Zelfvoorzienend als freelance vertaler met klanten van over de hele wereld heb ik al die tijd in mijn eigen onderhoud voorzien en mijn geld vooral lokaal uitgegeven.

Vorig jaar werd bij mij kanker vastgesteld. Ik raakte mijn klanten en mijn inkomen kwijt. Nu dreigt dakloosheid op korte termijn. Na tien jaar, waarvan ik het grootste deel op Gozo (Malta’s zustereiland, red.) heb gewoond, beschouw ik mezelf als een Gozitaan. Toen ik echter een beroep wilde doen op het Maltese socialezekerheidsstelsel – het vangnet waar iedere burger in mijn situatie naar zou grijpen – kreeg ik bij overheidsinstanties steeds te horen dat dit uitsluitend voor Maltezers is bedoeld. Niet voor de EU-burger die hier woont, die hier premies heeft betaald en die nergens anders terecht kan. Zelfs de verlenging van mijn verblijfsstatus (residency) werd botweg afgewezen: het Identità-kantoor weigert ook maar enige vorm van hulp of ondersteuning te bieden. Terloops werd mij meegedeeld dat mijn aanvraag van september 2025 – op miraculeuze wijze – was zoekgeraakt.

Op de dag dat dr. Robert Abela werd herkozen, verklaarde hij zich tot premier van alle Maltezers en Gozitani. Ik nam hem bij zijn woord. Ik schreef persoonlijk aan zijn kantoor, beschreef mijn fragiele situatie en de bureaucratische blinde muur waar ik herhaaldelijk op was gestuit. Ik stuurde de brief twee keer – één keer per e-mail, één keer per aangetekende post, zodat er geen twijfel over kon bestaan dat deze was aangekomen. Ik ontving geen antwoord. Geen woord. Geen bevestiging van ontvangst. Het blijkt dat de premier van alle Maltezers en Gozitani mij niet tot zijn volk rekent. Voor hem blijf ik, zelfs na een decennium, een buitenstaander die kan worden genegeerd.

Nu wil ik hier niet gemakshalve voorbijgaan aan het tegenargument, want een eerlijk naar voren gebracht argument is overtuigender. Het EU-recht verleent niet elke hier aankomende burger automatisch aanspraak op sociale uitkeringen van een ander EU-lid. De richtlijn over het vrije verkeer en arresten zoals Dano en Brey staan de lidstaten toe om economisch inactieve nieuwkomers die niet over voldoende middelen beschikken, sociale bijstand te onthouden – althans in de eerste jaren van hun verblijf. Malta is niet verplicht om voor iedereen die net uit het vliegtuig is gestapt een onuitputtelijke geldbron te zijn.

Maar zo mijn situatie helemaal niet, noch die van vele anderen die stilletjes zijn afgewezen. Degenen die hier al jaren wonen, die hier hebben gewerkt en premies betaald, die niet uit vrije keuze maar door ziekte of tegenslag in de problemen zijn geraakt. Zij zijn niet de profiteurs die de jurisprudentie beoogde uit te sluiten. Voor hen wordt een algemene uitspraak als „sociale zekerheid is uitsluitend voor Maltese onderdanen” niet gedaan uit voorzichtigheid. Het is pure discriminatie op grond van nationaliteit — exact datgene waarvoor de Unie uitdrukkelijk is opgericht, namelijk om er een einde aan te maken.

Er is hier sprake van een morele asymmetrie waar Malta zich voor zou moeten schamen. Een land dat miljarden uit de gemeenschappelijke begroting heeft geput, dat uitbundig floreert van de arbeid en de douane-inkomsten van andere Europeanen, dat zijn eigen burgers vol vertrouwen over het hele continent uitzendt, kan vervolgens niet de ophaalbrug ophalen wanneer een Europeaan op Malta juist op die solidariteit een beroep doet, waar Malta zelf als EU-lid van heeft geprofiteerd. Je kunt niet de voordelen van het lidmaatschap incasseren en vervolgens moedwillig de verplichtingen ontlopen.

Malta heeft enorm geprofiteerd van de Europese Unie. Het minste wat het als lid in ruil daarvoor verschuldigd is, is om de medeburgers van de Unie – degenen die hier, onder ons, wonen en het kwetsbaarst zijn – te behandelen als leden van dezelfde waardengemeenschap, niet als vreemdelingen die moeten worden weggestuurd als ze ondersteuning nodig hebben.

Solidariteit is geen liefdadigheid. In de Unie waar Malta zelf voor heeft gekozen om toe te treden, vormt dat de prijs van het lidmaatschap dat Malta destijds met zoveel gretigheid heeft verworven.

Een Engelstalige versie van deze bijdrage verscheen in de Times of Malta.

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor