
Het onderzoek naar de rol van het Nederlandse Koningshuis is uniek, zei het NOS Journaal. Het Journaal verwees daarna naar de omringende koningshuizen, die graag de vuile was binnenskamers willen houden. De conclusies - zoals die nu naar buiten worden gebracht door het journaal - inzake de rol van het koningshuis in de slavenhandel en slavernij staven eerdere vermoedens: “Ze hebben geld verdiend, maar hun bemoeienis met de slavenhandel en de slavernij zelf, dat viel wel mee.”
Slimme zet van de koning om de rol van het Nederlandse koningshuis te laten onderzoeken. Met een beetje fantasie kun je adviseurs horen zeggen dat “U de kritische stemmen maar beter kunt laten verstommen voordat ze te luid worden, Majesteit”. Ook zo’n slimme zet: het besluit om het onderzoek uit eigen zak te financieren. In wetenschappelijke kringen worden dergelijke geldstromen met argwaan bekeken. Immers “wij van WC-Eend zullen altijd zeggen dat WC-eend de beste is”.
Andere tijden. Andere inzichten. Kennelijk. Maar de denigrerende woorden “het is maar een mening” zijn ook door Willem- Alexander uitgesproken toen professor Michiel Baud zijn bevindingen naar de bemoeienissen van zijn schoonvader Jorge Zorreguieta presenteerde.
Met de ogen van 2026 verrekijken naar het verleden. Zeggen dat het allemaal niet goed zat, en dan weer over gaan tot de orde van de dag en €99,90 vragen voor de handelseditie.
Wat is de waarde van dit onderzoek?
Kanttekeningen
Een aantal kanttekeningen die niet specifiek over de inhoud gaan. De kanttekeningen gaan over de presentatie op 22 oktober, en wat er daarna in de pers verscheen.
- Het onderzoek is gedaan vanuit Nederlands perspectief, en niet vanuit het perspectief van de kolonie. En laat het nu zo zijn dat juist dat perspectief wetenschappelijk relevant is.
- Vanaf 1848 is de koning volgens de Grondwet onschendbaar. De regering is verantwoordelijk. De koning kan zich in deze wel willen verantwoorden, maar de regering is uiteindelijk verantwoordelijk voor het koloniale beleid. En als de regering verantwoordelijk is, dan kan niemand uit de voormalige koloniën, Indonesië, Suriname, Papua, Aruba, Bonaire, Curaçao, St Maarten, St Eustachius en Saba, iets met de wetenschap dat het Nederlandse Koningshuis flink profiteerde van de kolonisatie. Het was artikel 53 van de GW dat door het geachte statenlid Benjamin Elias Colaço Belmonte (1866-1873) in de Koloniale Staten van Suriname als groot obstakel werd genoemd als het ging om de ontwikkeling van Suriname. Wie was De Kroon dan wel niet? De regering in Den Haag? De Koning?
Onderzoek vanuit het perspectief van de Gekoloniseerde
Er is academisch weinig substantieels vanuit het perspectief van de kolonies en de gekoloniseerde geschreven. Samenleven in grensgebied van Rudolf van Lier (1950) is nog steeds een van de beste wetenschappelijke werken geschreven over de kolonisatie. In dat onderzoek wordt de slavernij beschouwd als onderdeel van het kolonialisme.
Slavernij echter, is als concept, ouder dan het kolonialisme dat stamt uit de 14e en 15e eeuw.
“Colonialism is both a practice and a world view…[And]… as a world view colonialism truly is a global geopolitical, economic, and cultural doctrine..(….) that survived (…) well after the collapse of ..(..) global empires”.
Orlando Patterson beschrijft de slavernij als een “peculiair institution”; het heeft bijgedragen aan de opkomst en de neergang gang van diverse grote beschavingen in zowel het westen (Grieken, Romeinen, Visigotisch Spanje, Vikingen, Rusland) en het oosten. De opkomst van de Islam kon alleen met behulp van geschoolde en ongeschoolde slavenarbeid. Hetzelfde geld ook voor Afrika (Ghana, Koninkrijk Dahomey, Ashanti) en het oosten (Korea). De slavernij is eindige situatie; tenzij de tot slaafgemaakten niet in staat zijn om aan de precariteit van de slavernij te ontsnappen.
De slavernij waarover men nu spreekt, die begon in de 14e en 15e eeuw, moet gezien worden als intrinsiek onderdeel van het imperialisme. De reden? Bij deze vorm van slavernij, werden mensen vervoerd van het ene werelddeel naar het andere; deze vorm van slavernij betrof een volksplanting, bestemd voor de optuiging van de plantage-economie, waarbij de oorspronkelijke bewoners van dat gebied verdreven en vermoord (meer dan 1 miljoen Inheemsen werden door de Spanjaarden vermoord) werden. Met andere woorden: door deze vorm van slavernij werden er nieuwe samenlevingen gesticht en nieuwe godsdiensten en culturen geïntroduceerd. Deze vorm van slavernij zorgde voor nieuwe raciale tegenstellingen, de basis voor het hedendaagse racisme.
Kolonisatie
In de gebieden die wij vandaag als Zuid- en Noord-Amerika kennen heeft het kolonialisme de vorming van een robuuste en weerbare samenleving, navenant ondermijnd. Dat had voornamelijk te maken met de koloniale bevolkingspolitiek die georganiseerd was rondom extractie van grondstoffen en daarbij de vraag naar gratis of zeer goedkope arbeidskrachten. Eerst uit Afrika en later uit Azië. Groepen mensen die niets met elkaar deelden, leefden geografisch en cultureel strikt gescheiden van elkaar in landen die bestuurd werden door een buitenlandse machten en krachten.
Tijdens de periode van de dekolonisatie werd duidelijk hoe fnuikend het kolonialisme is geweest. In bijna alle gevallen kwamen er naties op die heden gekenschetst kunnen worden als “waterhoofd baby’s”: volwassen instituties overgeplant vanuit West-Europa en een bevolking die geen notie heeft van vrijheid, autonomie en democratie.
Welke rol speelde het koningshuis? Ze hebben, samen met een handjevol rijke West-Europeanen, flink geprofiteerd van die zwarte en bruine handen. Van de handel in specerijen uit Indonesië, bauxiet uit Suriname. Maar waren ze instrumenteel aan het vernietigen van de balata-industrie in Brazilië en Suriname, door stiekem de plantages te verplaatsen naar Maleisië en het huidige Singapore? Met die verplaatsing werd ook kapitaal en kennis verplaatst en raakte de Surinaamse economie steeds verder in het slop.
Zwart-wit tegenstellingen
Die perfide, verlammende periode van het Staatstoezicht (1863-1873) heeft diepe sporen achtergelaten in de Surinaamse samenleving. En laat het nu zo zijn dat er juist over die periode, toen de vrijgemaakten nog 10 jaar gedwongen moesten werken op de plantages, nooit iets wordt gezegd. Uit documenten blijkt dat in er in de American South ook zoiets als Staatstoezicht bestond. Uit die documenten blijkt dat vrijgemaakten typisch loon kregen voor arbeid. In 1937 werden er zelfs pensioenen uitgekeerd aan de vrijgemaakten die nog in leven waren. In sommige Zuidelijke staten werd er compensatie uitgekeerd.
Rondom diezelfde periode werden er in Suriname allerlei wetten opgetuigd met als doel de kolonie te vernederlandsen en het zwarte en Afrikaanse uit te bannen. Leerplicht en onderwijs in het Nederlands en kerken die werden ingezet om de zwarte mens tot deemoedige en godvruchtige mensen om te vormen.
In Indonesië lukte het om via Madrassas het volk rijp te maken voor de onafhankelijkheid. Ook in Suriname streden er mensen voor de onafhankelijkheid. Er was een sterke organisatiegraad naar Nederlands model (gilden, beroepsverenigingen en culturele organisaties, typisch geïnitieerd vanuit de kerken en de religieuze organisaties van contractarbeiders). En er waren duidelijk aanwijzingen van ontluikend politiek leiderschap en organisatie. En dat laatste was de koloniale autoriteiten een doorn in het oog. Elke keer als men ageerde of protesteerde tegen het koloniale juk werden de mensen monddood gemaakt. Benjamin Colaço Belmonte, was een van de eerste slachtoffers. Hij vroeg tevergeefs om onafhankelijkheid, omdat zo zei hij: “als Nederland niets wil doen, moeten ze het land de vrijheid geven”. Hij immigreerde in 1873 (noodgedwongen) naar Demerara. Louis Doedel, Adolf Bemmel en Hugo van Vliet werden allen door het “gouvernement” voor gek verklaard en gedwongen opgesloten in ’s Lands Psychiatrisch Instituut (in de Volksmond bekend als LPI). Bemmel en Doedel kwamen pas eind jaren 70 vrij. Van anderen zoals bijvoorbeeld Grace Schneiders -Howard en Wim Bosverschuur is bekend dat ze werden bespioneerd en verklikt en daarna door het koloniale bestuur gemuilkorfd.
Kolonialisme en de rol van het koningshuis: de koning is onschendbaar
De uitkomst van het onderzoek dat het koningshuis grote invloed heeft gehad op de wijze waarop het kolonialisme werd geïmplementeerd is relevant maar de beperking is dat de koning onschendbaar is. De Nederlandse regering is verantwoordelijk. Het was de Nederlandse regering die de politionele acties in Indonesië fiatteerde, en niet de koning. Het feit dat Soekarno (Koesno Sosrodihardjo) de onafhankelijkheid doorgedrukt heeft, ligt nog steeds zwaar op de maag van Den Haag. En de koning kan daar niets aan veranderen.
Het waren de koloniale autoriteiten die in Suriname na 1949 de politieke elite die ook vroeg om onafhankelijkheid ruw opzij duwden. Dat lukte ze omdat het land raciaal en geografisch diep verdeeld was. Het dekolonisatieproces in Suriname is feitelijk een grote mislukking geweest. Het was Nederland dat elke gezonde democratische ontwikkeling tijdens de transitieperiode begin jaren 50 ondermijnde. Het was het Nederlandse parlement dat continu hamerde op de invoering van het algemeen kiesrecht zonder zich te vergewissen van het feit dat het gros van de bevolking amper lezen of schrijven kon. De argumenten van de Surinaamse parlementsleden dat dat delen van de Javaanse bevolking stateloos waren, en terug wilden naar Indonesië werden terzijde geschoven.
Een schele onafhankelijkheid met een dowry die niet werd uitbetaald aan rechthebbenden. Daarna die coup van februari 1980, gepleegd door Nederlandse militairen (Bouterse was in Suriname gedetacheerd door het Nederlandse leger en op het moment van de coup Nederlands staatsburger) en de rol van Hans Valk, de Nederlandse militaire attaché die het allemaal overzag en van een drive-by shooting een heuse coup maakte. Meneer Valk was toch kind aan huis op Soestdijk?
Nogmaals: de koning is onschendbaar. De regering is verantwoordelijk. Toen en ook nu. De regering is verantwoordelijk voor alles wat misging. Het niet uitbetalen van salarissen aan oud-KNIL militairen; de Molukse zaak. De Papuakwestie. De massa-immigratie van Surinamers. Mensen die noodgedwongen naar hiertoe kwamen omdat de Nederlandse regering toestond dat hun samenlevingen werden vernietigd. De regering is verantwoordelijk dat die mensen, allemaal mensen van kleur, die niets anders kennen dat de Nederlandse driekleur, vandaag worden weggezet als profiteurs, kakkerlakken en ondermensen. De Nederlandse regering is verantwoordelijk voor de kansenongelijkheid en de normalisering van het racisme. Voor het leed van toen en voor het leed van nu!
De Koning is onschendbaar!