Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Sir Ian McKellen brengt angstwekkend relevante Shakespeare-monoloog over vreemdelingenhaat ten gehore

Gisteren
leestijd 4 minuten
6643 keer bekeken
Scherm­afbeelding 2026-02-06 om 10.27.05

Te gast bij Stephen Colbert heeft de vermaarde Britse acteur Sir Ian McKellen een wervelende Shakespeare-monoloog gehouden. Om precies te zijn, Sir Thomas Moore, Akte II, Scène 4. Een rol die McKellen voor het eerst op het podium vertolkte in 1964.

Het verhaal draait om een ​​advocaat uit de Tudor-periode die ter dood werd veroordeeld omdat hij weigerde Hendrik VIII te erkennen als opperhoofd van de Kerk in Engeland. De toespraak in het stuk wordt gehouden door een jonge advocaat die eropuit wordt gestuurd om een ​​rel te sussen die is aangewakkerd door mensen die geen "vreemdelingen" in hun midden willen, oftewel: immigranten. McKellen speelt de rol van advocaat Thomas More, die eropuit wordt gestuurd om de rellen te bedwingen en dat doet door duidelijk te maken dat wat ze doen illegaal is, maar ook een beroep te doen op hun menselijkheid, door op te merken dat als zij ooit zelf "vreemdelingen" zouden zijn, misschien als gevolg van hun huidige acties, ze niet op dezelfde manier behandeld zouden willen worden.

Het toneelstuk mag dan geschreven zijn rond 1593, het is anno 2026 minstens zo relevant.

Tekst van de toespraak onder het fragment

"Grant them removed, and grant that this your noise
Hath chid down all the majesty of England;
Imagine that you see the wretched strangers,
Their babies at their backs with their poor luggage,
Plodding to the ports and coasts for transportation,
And that you sit as kings in your desires,
Authority quite silenced by your brawl,
And you in rough of your opinions clothed;

What had you got? I'll tell you: you had taught
How insolence and strong hand should prevail,
How order should be quelled; and by this pattern
Not one of you should live an aged man,
For other ruffians, as their fancies wrought,
With self same hand, self reasons, and self right,
Would shark on you, and men like ravenous fishes
Would feed on one another.

O, desperate as you are,
Wash your foul minds with tears, and those same hands,
That you like rebels lift against the peace,
Lift up for peace, and your unreverent knees,
Make them your feet to kneel to be forgiven!

You'll put down strangers,
Kill them, cut their throats, possess their houses,
And lead the majesty of law in liom,
To slip him like a hound. Say now the king
(As he is clement, if th' offender mourn)
Should so much come to short of your great trespass
As but to banish you, whether would you go?

What country, by the nature of your error,
Should give you harbor? go you to France or Flanders,
To any German province, to Spain or Portugal,
Nay, any where that not adheres to England,—

Why, you must needs be strangers: Would you be pleased
To find a nation of such barbarous temper,
That, breaking out in hideous violence,
Would not afford you an abode on earth,
Whet their detested knives against your throats,
Spurn you like dogs, and like as if that God

Owed not nor made not you, nor that the claimants
Were not all appropriate to your comforts,
But chartered unto them, what would you think
To be thus used? this is the strangers case;
And this your mountainish inhumanity."

Nederlands
Stel, we zetten ze het land uit en stel dat, dit, jullie kabaal,
het hele vorstelijk gezag van Engeland heeft afgeblaft;
Zie de vreemdelingen voor je, miserabel,
baby’s op hun rug en hun armzalige bagage,
ploeterend op weg naar havens en kusten voor transport,
en jullie, als koningen, wentelend in je wensen,
het gezag verstomd door jullie gebral,
als kemphanen gekleed in je eigen overtuigingen.

Wat heb je dan bereikt? Dat zal ik je vertellen: je zou aantonen,
hoe onbeschaamdheid en het recht van de sterkste zouden zegevieren,
hoe orde ondermijnt zou worden: en door dit patroon
zal niet één van jullie je oude dag beleven,
omdat andere schurken, met hun ingebeelde grillen,
met ’t zelfde gedrag, dezelfde redenen en hetzelfde gelijk,
jou zullen oplichten, en mensen elkaar
als uitgehongerde haaien zullen verslinden.

O, wanhopig als jullie zijn,
was je vervuilde geest met tranen en hef dezelfde handen,
die je als oproerkraaiers tégen de vrede opheft,
nu op vóór vrede, maak van je oneerbiedige knieën,
je voeten die knielen om vergeven te worden!

Zeg mij: welke rebellenleider
kan alleen door zijn reputatie een opstand dempen?
Muiterijen zijn niets anders dan incidenten,
Wie zal een verrader gehoorzamen?

En hoe helder kan zijn stem zijn,
als daar alleen de rebellie in klinkt?
Jullie onderdrukken vreemdelingen,

Doodt hen, snijdt hen de strot af, neemt bezit van hun huizen,
En laat het vorstelijk recht zomaar wegsluipen als een hond.

Stel dat de koning,
die genadig is als de overtreder berouw toont,
je overtreding licht op zou nemen en je slechts zou verbannen,
waar zou je dan naar toe gaan?

Welk land zou jou, gezien de aard van je overtreding,
een schuilplaats bieden? Ga je naar Frankrijk of Vlaanderen
naar één van de Duitse provincies, naar Spanje of Portugal,

Tja… waar dan ook, als Engeland maar geen greep op je heeft,-

Kijk, het is noodzakelijk om eerst zélf een vreemdeling te zijn:
zou jij het fijn vinden een land te treffen met zo’n barbaarse aard,
dat , terwijl het uitbreekt in afschuwelijk geweld,
het jou geen verblijfplaats op deze aarde gunt,
hun vervloekte messen aan jullie strotten slijpt,
je veracht als honden, alsof die God daar, je niets verschuldigd is,
noch jou gemaakt heeft, noch dat steun van de staat voor enige vertroosting
zorgt maar alleen een voorrecht is voor hen die er wonen,
wat zou je ervan vinden om zo behandeld te worden?

Dit is de toestand van de vreemdelingen;
en dit is jullie kolossale onmenselijkheid.

Vertaling door Jaap Voigt en Henriëtte Koomans

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor