
De top en aandeelhouders van Shell kunnen de champagne weer ontkurken want de klimaatvernietigende fossiele multinational ziet de winsten van zijn raffinaderijen verdubbelen. De enorme winstgroei is geen gevolg van innovatie, efficiëntie of andere vormen van ondernemerschap maar van de oorlog die Trump en Netanyahu starten tegen Iran. Shell benut die oorlog door de energiecrisis uit te buiten. Terwijl in grote delen van de wereld mensen in de problemen komen door de rap stijgende energieprijzen verhoogt de Shell de eigen winsten. In het derde kwartaal is de winstmarge per vat opgevoerd tot 42 dollar, een kwartaal eerder was dat nog 24 dollar.
Een gedeeltelijk herstel van de olie-export uit de Golf heeft ervoor gezorgd dat de prijzen op de markt voor ruwe olie zijn gedaald tot ongeveer $100 per vat, terwijl oorlogsschade aan raffinaderijen in het Midden-Oosten en Rusland ervoor heeft gezorgd dat de brandstofprijzen zijn blijven stijgen. Deze kloof zou grotere winsten mogelijk moeten maken voor raffinaderijen, vooral die in de VS en Europa. De crisis in het Midden-Oosten heeft Shell al aan een winst van bijna $10 miljard (£7,5 miljard) geholpen voor het tweede kwartaal van 2026, meer dan het dubbele van het cijfer voor dezelfde periode vorig jaar en de op een na hoogste kwartaalwinst ooit.
Shell is overigens niet de enige die de zakken vult, ook andere aanjagers van de klimaatcrisis harken de winsten binnen.
Shell exploiteert enkele van de grootste raffinaderijen van Europa naast het Franse energiebedrijf TotalEnergies, dat over de grootste raffinagecapaciteit van het continent beschikt. De CEO van TotalEnergies, Patrick Pouyanné, verwelkomde de kansen die de mondiale energiecrisis biedt. Hij vertelde deze week op een industrieconferentie in Londen: "We doen het heel goed door geïntegreerd te zijn. Integratie betekent dat uw raffinaderijen in Europa, waarvan u dacht dat het schulden waren, plotseling goudmijnen worden."
Dinsdag stemde het Europees Parlement een voorstel weg om deze overwinsten van de fossiele energiereuzen te beperken. Het voorstel dat op initiatief van de Groenen, de Sociaaldemocraten en de Linkse Fractie werd ingediend werd verworpen. Ufuk Kâhya (Europarlementariër namens PRO) noemt in een persverklaring het wegstemmen een gemiste kans.
Kâhya: “Terwijl mensen hun energierekening nauwelijks kunnen betalen, vullen grote oliebedrijven hun zakken. Opnieuw kiest de meerderheid van het Europees Parlement de kant van deze grote bedrijven in plaats van de torenhoge energierekeningen van mensen te verzachten deze winter. Blijkbaar is het voor partijen als CDA en VVD belangrijker om de aandeelhouders te belonen. Dat is onacceptabel: wie zo profiteert van een crisis, moet ook eerlijk bijdragen. Het geld dat daarmee vrijkomt, kan direct gebruikt worden om te investeren in een gezonde planeet, schone en betaalbare energie en lagere kosten voor huishoudens.”
PRO wijst erop dat sinds het uitbreken van de illegale oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran acht van de grootste Europese oliebedrijven zo’n 7,5 miljard euro aan extra winsten verdienden, de zogeheten fossiele overwinsten. Die winsten komen nog eens bovenop de winsten die deze oliegiganten sowieso al hebben gemaakt. Doordat de energieprijzen zo gestegen zijn, krijgen zij simpelweg meer geld voor hetzelfde product. En dat wordt betaald door Europeanen die hun energierekening zien stijgen. PRO Europa zegt zich te blijven inzetten voor een "eerlijke fossiele overwinstenbelasting".