Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Schone kunzt

Vandaag
leestijd 3 minuten
229 keer bekeken
ANP-560650989

Onlangs liet een sympathiek ogende directeur van een nóg sympathieker bedrijf zich interviewen door een grote, landelijke krant. In een plaatselijk sufferdje wordt zo’n man nog wel eens tevreden grijnzend (armen over elkaar en trots voor eigen bedrijfspand) gezellig, ongedwongen op de begeleidende foto vastgelegd. Geen probleem, het gaat hier immers om een lokale nering en in een dorp kent iedereen iedereen. Dergelijk beeldbeleid echter ook toepassen in een ‘Grote Landelijke Krant’ is van een geheel andere orde, en voor de geportretteerde bovendien érg onverstandig. (Ziet u al een ‘captain of industry’ voor u die een t-shirt draagt met het opschrift ‘Make peace, not war’?)

De sympathieke directeur ging losjes, ontspannen en in vrijetijdskleding op de kiek. Rood/witte letters op een knalblauwe trui, niet weinig in het oog springend dus, vermeldde het opschrift ‘Palestine’. Er had ook ‘Israël’ of ‘Fuck Trump’ op kunnen staan, in elk geval werd mijn lezersoog onmiddellijk bij het geschrevene weggetrokken en ‘vervuild’ door allerlei, helemaal niet ter zake doende, politiek-gerelateerde gedachten.

Zo’n onbetaalbaar stuk free publicity weggooien door op die fatale interviewdag zomaar wat uit de kast te trekken… Een ongelooflijke misser. Zowel van het slachtoffer, diens persvoorlichter/woordvoerder, de persfotograaf als de beeldredactie van de krant. Bij zulke gevallen vermoedt mijn kwaaddenkende intuïtie dan ook altijd opzet. 

Succesvolle ondernemers in hun hemd (of blauwe jongenstrui) zetten onder het mom van een stukje ‘vrije nieuwsgaring’ is geen journalist vreemd. Linkse kinnesinne? Rechtse uitgesprokenheid? Het maakt allemaal niets uit. Men is het neutrale perspectief van pure verslaggeving uit het oog verloren en daar is dan de schaduwzijde van de veelbezongen ‘persvrijheid’.

In ‘de kunsten’ is nonchalance en volstrekte willekeur gek genoeg dan weer een voorwaarde. Zo ziet men onbegrijpelijke onzinkunst nogal eens gemakzuchtig omschreven als; ‘geen titel’ of ‘gemengde technieken’. Het is een paraplubegrip waaronder in feite ieder materiaal valt dat in, of op (of zelfs áán) een lijst geplakt kan worden en zich dan als ‘Kunst’ uit.

Stukkies karton, lappies stof, stro, gras en riet, ANYTHING GOES! (Dat het hier uitdrukkelijk niet gaat om zorgvuldig gecomponeerde collage’s moge duidelijk zijn). Deze buitencategorie kenmerkt zich genadeloos in zijn onzinnige vorm: Als het blijft plakken fixeert men de puinhoop en ontstaat eeuwigheidswaarde (tot de rotzooi loslaat uiteraard). Hars, lijm en dikke botenlak strijden hierbij om voorrang de meesterwerken voor toekomstige generaties te preserveren. Waar gestolde witte klodders (houtlijm?) van het doek afdruipen hoeft men niet onmiddellijk aan een gefixeerde natte droom van de kunstenaar te denken, maar de gelijkenis is inderdaad treffend. Bij aankoop ontvangt u uit voorzorg een pak zakdoeken cadeau.

Wellicht is het zinnig het begrip ‘gemengde technieken’ om te katten naar ‘geen noemenswaardige technieken gebruikt’, dat doet de werken aanmerkelijk meer recht en maakt het ook voor de toeschouwer duidelijk dat het hier een ‘experiment’ betreft, dat niet direct onder de noemer ‘Kunst’ hoeft door te gaan. Dat zou in elk geval de radeloze woede bekoelen van de ware broodkunstenaar die zich nu de monsterlijkste creaties moet laten welgevallen bij wijze van ‘goed bedoeld amateurisme’.

Terwijl men zich bij het ene werk afvraagt: Hoe kreeg de meesterhand het gedaan? Hoe ving hij dat licht of hoe gaf zij zo trefzeker vorm? verbaast men zich bij het zien van kunsterig onbenul, en dan vooral over de beweegredenen van de galeries en musea die dergelijk werk tonen.

Is men een rad voor ogen gedraaid door de maker die e.e.a. te vuur en te zwaard verdedigde? Dat zou natuurlijk heel wel mogelijk zijn. Een beetje creatieve geest heeft nu eenmaal een enorm tot de verbeelding sprekend jargon tot zijn beschikking die de argeloze galeriehouder/museumdirecteur moeiteloos in zijn onbegrijpelijk web spint.

De schrijfster Renate Rubinstein (in ‘Tijd van Leven’) snoerde ooit iedere criticaster de mond met de woorden:“Zoals de waarheid te vinden is in het botsen der meningen, zo ligt de schoonheid te grabbel in de botsing der stijlen”. Daar is natuurlijk geen letter Sanskriet bij maar die vrijblijvendheid wringt waar het om Kunst gaat. Échte Kunst hoeft zich nooit te verdedigen. Kunzt wel.

Meer over:

opinie, kunst
Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor