
Door: Laurens Dassen (fractievoorzitter van Volt in de Tweede Kamer) en Roel Yska (lobbyist en communicatieadviseur in Brussel en Nederland)
Lobby heeft een slechte naam en wordt vaak geassocieerd met onethische praktijken in achterkamertjes. Dat beeld klopt niet altijd. Van klimaatorganisaties tot vakbonden en van patiëntenverenigingen tot bedrijven: ze lobbyen allemaal. Ze schrijven position papers, voeren gesprekken en organiseren bijeenkomsten. Zo komt beleid mede tot stand in een democratie waarin politici en beleidsmakers onmogelijk alle expertise zelf kunnen hebben. Het probleem is niet dat er gelobbyd wordt, maar dat vaak onduidelijk blijft wie met wie spreekt, hoe vaak, wanneer en namens welk belang. Transparantie is cruciaal voor vertrouwen in de democratie en in de overheid.
Op 24 september debatteert de Tweede Kamer opnieuw over integriteit in het openbaar bestuur, met name over de invoering van een lobbyregister. Het is de zoveelste keer dat dit onderwerp op tafel ligt. De vraag is of minister Heerma ditmaal wél met een concreet tijdpad komt. Nederland worstelt hier al jaren mee. In 2021 nam een brede Kamermeerderheid een motie aan voor een verplicht lobbyregister. Sindsdien volgden onderzoeken, evaluaties en debatten. Kabinet na kabinet beloofde stappen… en schoof het door. Op 12 juni 2025 werd een motie van Dassen en Van Waveren door de Kamer aangenomen waarin de minister werd opgedragen om vóór 1 september 2026 een verplicht lobbyregister in te voeren voor bewindspersonen en de ambtelijke top, naar Iers model. Daar functioneert zo’n register al goed sinds 2015.
Het vorige kabinet wees op openbare agenda’s als alternatief. Maar monitoring liet zien dat slechts drie op de tien afspraken van bewindspersonen volledig werd weergegeven. Ruim zeven op de tien contacten tussen macht en buitenwereld bleven onzichtbaar. Intussen spreekt de Europese anti-corruptiewaakhond GRECO Nederland al jaren aan op het gebrek aan transparantie. Transparency International noemt Nederland zelfs een stagnator: geen achteruitgang, maar ook geen vooruitgang.
Dat gebrek aan inzicht werd pijnlijk zichtbaar toen oud-minister Van Nieuwenhuizen optrad als lobbyist voor Energie-Nederland terwijl zij een lobbyverbod had. Ook oud-staatssecretaris Jack de Vries beschikte over een toegangspas voor het ministerie van Defensie, terwijl hij tevens lobbyist was bij Hill & Knowlton. Cruciale vragen bleven onbeantwoord: welk belang zat wanneer aan tafel, wat werd gevraagd en welke invloed had dat op beleid? Met een register waren die vragen direct te beantwoorden geweest. Nu leidde het tot maanden Kamervragen en juridisch getouwtrek - zonder helderheid. Dat leidt tot wantrouwen en is precies wat een register voorkomt.
Het kabinet-Jetten heeft het lobbyregister opgenomen in het coalitieakkoord. Een stap in de goede richting. De Open State Foundation heeft bovendien al een werkend register ontwikkeld, inclusief afspraken met topambtenaren. De technische basis ligt er dus. Maar een coalitieakkoord is nog geen uitvoering. En juist uitvoering ontbreekt al jaren. Ook minister Heerma lijkt het lobbyregister opnieuw als een ‘moetje’ te behandelen. Zo kondigde hij aan pas in het najaar met een contourenbrief te komen, zonder duidelijk te maken wat daarin komt. Een wetsvoorstel volgt volgens hem pas in het tweede kwartaal van 2027 of later.
De aankondiging ligt er. Concrete actie ontbreekt. Ondertussen geldt er een duidelijke Kameruitspraak: invoering vóór 1 september 2026. Die datum is inmiddels verstreken. De klok tikt door.
Hier schrijven een lobbyist en een Kamerlid samen. De discussie over het lobbyregister hoeft niet vast te lopen in schijntegenstellingen. Er is geen praktisch probleem, er is een transparantieprobleem. Een goed register is een voorwaarde voor effectieve belangenbehartiging.
Tempo is juist nu essentieel, aangezien het kabinet regeert zonder vaste meerderheid. Dat vergroot de rol van individuele Kamerleden, steun per dossier noodzakelijk en vergroot het belang van informele contacten. Ook groeit het risico op onzichtbare beïnvloeding. Transparantie is een randvoorwaarde voor werkbare politiek.
De lobbysector heeft daar zelf ook belang bij, want onzichtbare lobby wordt al snel verdachte lobby. De kennis uit de praktijk kan helpen om het register goed vorm te geven: welke contacten vallen eronder, welke drempels gelden, en hoe zorg je dat ook topambtenaren en politiek assistenten eronder vallen. Dat moet wel parallel aan invoering gebeuren, en niet als excuus dienen voor uitstel.
Een politiek mandaat, internationale voorbeelden, onderzoek en een technische basis. Het ligt er allemaal. Wat ontbreekt, is politieke wil om door te pakken. Het kabinet kan nu breken met jaren uitstel. Wat wij verwachten is helderheid én actie.