
Afgelopen weekend riep premier Rob Jetten de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op tot het uitfaseren van fossiele brandstoffen, verwijzend naar Nederlands rol als co-organisator van de eerste Transitioning Away from Fossil Fuels (TAFF) conferentie eerder dit jaar. Op de TAFF kwamen deelnemende landen overeen dat routekaarten tot het volledig uitfaseren van fossiel door ieder land opgesteld zouden worden. De Nederlandse overheid presenteerde diens routekaart zelf vorige week in het hernieuwde Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Met deze “roadmap” neemt Nederland internationaal een voortrekkersrol; alleen Frankrijk en Duitsland hebben tot nu toe een roadmap richting het uitfaseren van fossiel gepubliceerd. Dat klinkt veelbelovend.
Helaas hangt de Nederlandse roadmap echter van vaagheid en teleurstelling aan elkaar. Het NPE stelt dat er grootschalig zal worden ingezet op elektrificatie ter bevordering van de afbouw van fossiele brandstoffen, maar er wordt niet gerept over wanneer die fossiele brandstoffen daadwerkelijk verdwenen zullen zijn. Bovendien gaat het plan voorbij aan het oorspronkelijke doel van de roadmaps, namelijk het volledig uitfaseren van fossiele brandstoffen. In plaats daarvan moeten we het nu met een afgezwakt “afbouwen” doen. Afbouwen is iets wat niet tot nul hoeft. Uitfaseren moet wel naar nul, dat ligt in het woord besloten. Zo staat dit document symbool voor Nederlands klimaatbeleid: hard roepen hoe belangrijk de doelen zijn, en er vervolgens het minimale aan doen om ze te halen.
Waar het dan ook aan ontbreekt bij huidig Nederlands klimaatbeleid, is het aanpakken van het probleem bij de bron. Ook bij de publicatie van de miljoenennota werd duidelijk dat er miljoenen vrijgemaakt zullen worden voor fossiele subsidies en het opvangen van CO2 onder de zeebodem. CO2 opvangen heeft echter totaal geen zin als er tegelijkertijd onbevangen wordt doorgegaan met het uitstoten ervan. Als er niet wordt ingezet op het uitfaseren van fossiele brandstoffen uit onze maatschappij, is zo’n opvangproject net zo nuttig als een pleister op een open wond. Als medeorganisator van de TAFF zou de Nederlandse overheid dit moeten weten.
De gelijktijdige aanpak van de vraag naar fossiel en het aanbod ervan was immers een van de kernthema’s van de conferentie. Toch zwijgt de Nederlandse roadmap over het terugdringen van de vraag naar fossiele energie, en ontbreekt er in dat opzicht dan ook een cruciale maatregel die eerder dit jaar nog expliciet door de Wetenschappelijke Klimaatraad in de spotlight werd gezet: een landelijk verbod op fossiele reclame. Eerder raadde ook TNO een fossiel reclameverbod aan, evenals een groep gedragswetenschappers op basis van een onderzoek in opdracht van toenmalig klimaatminister Jetten. Het totale aantal wetenschappelijke aanbevelingen tot een fossiel reclameverbod aan de Nederlandse overheid staat momenteel op elf. Hoe kan het uitfaseren van fossiele brandstoffenimmers in een stroomversnelling komen als de publieke ruimte en het medialandschap nog gevuld zijn met reclames die de meest vervuilende producten juist aanprijzen?
Gemeenten als Amsterdam, Nijmegen, Zwolle en liefst acht andere geven al het goede voorbeeld door lokale wetten tegen fossiele reclame in te voeren. Het is de hoogste tijd dat de nationale overheid dit voorbeeld volgt. Dit is een effectieve maatregel die weinig geld kost, op korte termijn te implementeren is, keer op keer door wetenschappers wordt aangeraden en ook onder burgers op brede steun kan rekenen. Meer dan 3200 mensen onderschreven een recente oproep aan klimaatminister Van Veldhoven om een verbod op fossiele reclame in te voeren. Landelijk kan een fossiel reclameverbod rekenen op ruim twee keer zo veel steun als tegenstand, bleek uit onderzoek van Motivaction. Waar wacht de minister dan nog op?
We verdrinken in de klimaatrapporten die de urgentie van de klimaatcrisis onderschrijven. Waarom loopt beleid toch steeds zo ver achter op de wetenschap? Het is nog niet te laat om de ergste schade van de klimaatcrisis te beperken, maar dan moet het probleem wel bij de bron worden aangepakt; dan moeten de meest vervuilende producten niet meer als vanzelfsprekend gezien worden. En de cruciale eerste stap in die richting is het verbieden van de reclames die juist deze producten verkopen.