
Wat Nederland nu gepresenteerd krijgt als regeringsbeleid is geen visie voor de toekomst en zeker geen handreiking naar anderen in de politiek en in de samenleving. Het is het resultaat van een fundamenteel verkeerde politieke aanpak door Rob Jetten, Henri Bontenbal, Dilan Yeşilgöz en hun secondanten. Zij hebben een minderheidskabinet behandeld alsof het een klassiek meerderheidskabinet was. Daarmee is het kabinet al bij de start in de verkeerde richting geduwd.
Een minderheidskabinet vraagt om een andere methodiek: openheid, fasering, debat, flexibiliteit en over rechts en links beleid maken. In plaats daarvan is gekozen voor een traditionele formatie: nachtelijke onderhandelingen, dagenlang aftikken van dossiers, en uiteindelijk een bijna dichtgetimmerd regeerakkoord waarin compromissen zijn vastgelegd voordat de Kamer überhaupt serieus betrokken was. Dat is een logische werkwijze voor een meerderheidskabinet dat stabiliteit en een vaste koers zonder dualisme zoekt. Voor een minderheidskabinet is het contraproductief. Dit minderheidskabinet is al stervende voor het is benoemd.
Het resultaat is een akkoord dat boekhoudkundig sluitend oogt, maar politiek en maatschappelijk weinig of de verkeerde richting geeft. Geen overkoepelende visie op zorg, sociale zekerheid, arbeid, veiligheid, natuur, innovatie, migratie, integratie, klimaat en solidariteit, maar een verzameling maatregelen die primair zijn ingegeven door haalbaarheid, kostendekking en een schijn interne balans tussen drie partijen.
Daarmee is vanaf de start geen gebruik gemaakt van het specifieke karakter en de potentiële kracht van een minderheidsconstructie.
Wat anders had gemoeten
Een minderheidskabinet had moeten starten met een visie op hoofdlijnen. Geen gedetailleerd regeerakkoord, maar een document waarin wordt geschetst hoe het kabinet naar de grote dossiers kijkt. Vervolgens had per thema in hoofdlijnen aangegeven kunnen worden welke richting het kabinet op wil, met expliciete ruimte voor debat en bijstelling door de Kamer. Binnen financiële ruimte, natuurlijk.
Daarna had de benoeming van bewindslieden moeten volgen, met een duidelijke opdracht: binnen honderd dagen uitgewerkte beleidsvoorstellen ontwikkelen, in overleg met andere politieke partijen, uitvoeringsinstanties, maatschappelijke organisaties, bedrijven en wetenschappers. Dat is geen theoretisch model, maar een beproefde manier om in een gefragmenteerd politiek landschap tot uitvoerbaar en breed gedragen beleid te komen.
Deze route is niet gekozen. In plaats daarvan is vastgehouden aan controle, eigen belang en idiote snelheid. De Kamer werd geconfronteerd met een bijna afgerond pakket, terwijl steun per dossier nog moet worden gezocht. Daarmee is de ruimte voor constructieve samenwerking juist verkleind. Dat dit kabinet nu al onder spanning staat, is geen verrassing maar een logisch gevolg van deze foute keuze. Ook van de informateur.
Boekhoudkundige keuzes als politiek onvermogen
Uit deze aanpak rolde een akkoord dat sterk leunt op klassieke rechtse hysterische sociaaleconomische reflexen. Er wordt geïnvesteerd in defensie, veiligheid en woningbouw, terwijl tegelijkertijd wordt bezuinigd op zorg, sociale zekerheid en langdurige ondersteuning. Dat is echt geen onvermijdelijke uitkomst van rationeel denken, van de economische omstandigheden of van wetenschappelijke kennis, maar een bekende beleidsmatige politieke keuze.
In de zorg blijft het eigen risico hoog en wordt het verhoogd. Daarmee wordt ziekte opnieuw gekoppeld aan individuele draagkracht. Vooral chronisch zieken, mensen met psychische aandoeningen en lage inkomens worden geraakt. De onderliggende gedachte is dat financiële prikkels zorggebruik moeten beperken. In de praktijk leidt dit tot zorgmijding en grotere gezondheidsverschillen.
In de langdurige zorg wordt dezelfde lijn doorgetrokken. Hogere eigen bijdragen, beperkingen in de Wlz en een toenemend beroep op mantelzorg veronderstellen een mate van zelfredzaamheid en sociaal netwerk die niet voor iedereen realistisch is. Wie geen familie of omgeving heeft die kan bijspringen, raakt afhankelijk van minimale voorzieningen.
Het meest consistent - en het minst besproken - is deze benadering bij arbeidsongeschiktheid. De WIA blijft functioneren als een systeem waarin wantrouwen centraal staat. Zieke mensen moeten herhaaldelijk aantonen dat zij niet kunnen werken. Arbeidsongeschiktheid wordt benaderd als een individueel probleem dat moet worden opgelost, niet als een structureel risico dat collectief wordt gedragen.
Tegelijkertijd is er ruime politieke consensus over hogere defensie-uitgaven en een strenger veiligheidsbeleid. Bescherming wordt primair gedefinieerd in termen van grenzen en orde, minder in termen van sociale zekerheid en bestaanszekerheid.
De hogere inkomens worden ontzien. De lasten worden bij alle kwetsbaren gelegd. Dat is een traditioneel rechts-conservatieve keuze die we kennen van deze drie partijen. Je kunt het onmogelijk een handreiking noemen.
Migratie als electorale mokerslag
Deze beleidskeuzes worden mogelijk gemaakt door een electoraat waarin migratie is uitgegroeid tot dominant kader. Kiezers die sociaaleconomisch belang hebben bij sterke collectieve voorzieningen stemmen rechts uit onvrede of angst over migratie, en accepteren daarmee beleid dat hun eigen positie verzwakt. Wie migratiepaniek kiest, betaalt daar uiteindelijk zelf de prijs voor.
VVD-kiezers handelen hierin consistent: zij stemmen voor behoud van vermogen, fiscale voordelen en een beperkte rol van de overheid. Dat is 'rationeel' - en zeer egoïstisch - vanuit hun positie. Anders ligt dat bij grote delen van het electoraat van CDA, D66 en ook de PVV. Daar stemmen veel kiezers structureel tegen hun eigen materiële belangen: tegen inkomenszekerheid, tegen toegankelijke zorg en tegen collectieve risicoverdeling.
Migratie fungeert hier als mobiliserend thema dat andere beleidskeuzes aan het zicht onttrekt. Het debat wordt emotioneel geladen, terwijl de feitelijke herverdeling van risico’s en kosten vrijwel geruisloos plaatsvindt ten koste van veel. De verzorgingsstaat wordt afgebouwd, niet ondanks, maar mede dankzij deze focusverschuiving die al jarenlang speelt en waar rechtse en linkse partijen zijn gepolariseerd in hun standpunten zonder naar studies te kijken en oplossingen te willen zien.
En natuurlijk is de schuld voor de polarisatie niet alleen bij rechts te leggen. Ook progressief linkse partijen mogen uit hun idealistisch dogmatisme komen. Kiezers zijn naar rechts gelopen en daar veelal gebleven door de starheid op thema's bij de andere kant.
Kennis is geen probleem, keuzes wel door koppigheid
Jammer genoeg kiezen veel mensen dus voor sociaaleconomisch rechtse partijen op basis van 'geloof' in een 'oplossing' voor migratie. Daarmee geven ze steeds weer ruimte aan rechts voor verdere ontmanteling van de verzorgingsstaat.
Alsof de uitkomst van het kabinet - bezuinigingen en investeren - het gevolg is van gebrek aan kennis. Dat is zij niet. Nederland beschikt over een enorme hoeveelheid analyses, rapporten en studies over vrijwel elk relevant beleidsdomein. Over de hervorming van de zorg, de toekomst van sociale zekerheid, arbeidsongeschiktheid, natuurbescherming, woningbouw, stikstof en landbouw, klimaatbeleid, dierenwelzijn, migratie, veiligheid en defensie.
Planbureaus, universiteiten, adviesraden en uitvoeringsinstanties hebben de afgelopen jaren talloze scenario’s en oplossingsrichtingen uitgewerkt. Over en voor alles. De kernproblemen zijn bekend. Oplossingsrichtingen ook. Die gaan verder dan geld afpakken en schenken. Het gaat immers ook om systeemveranderingen, keuzes in productie en consumptie, attitudewijzigingen, innovaties en grote veranderingen in attitude en gedrag.
De beleidsopties liggen er
Het wiel hoeft niet telkens opnieuw te worden uitgevonden. Er moet wel zonder hysterie en politiek hooliganisme over worden gesproken. Bij veel kwesties moeten keuzes worden gemaakt. Maar wel na goede maatschappelijke en politieke discussies. Zodat mensen weten wat de keuzes zijn met welke positieve en negatieve gevolgen.
Dit geldt ook voor macro-economisch beleid. Keynesiaanse investeringen zijn slechts één onderdeel van een bredere set inzichten: gerichte overheidsinvesteringen kunnen economische stabiliteit bevorderen, innovatie stimuleren en werkgelegenheid creëren, terwijl sociale voorzieningen intact blijven. Andere landen laten dit zien.
Japan houdt het sociale vangnet overeind terwijl het investeert in strategische sectoren. Noord-Europese landen combineren hoge sociale bescherming met infrastructuur- en technologie-investeringen. Duitsland stabiliseerde zijn economie met grootschalige investeringsprogramma’s zonder sociale afbraak. Zuid-Korea zette in op innovatie en industriebeleid om economische schokken op te vangen. Denemarken weet wel strategisch beleid te maken.
Deze voorbeelden zijn geen blauwdrukken, maar ze tonen aan dat de tegenstelling tussen investeren en beschermen niet onvermijdelijk is.
Een doodgewoon centrumrechts kabinet
Wat nu resteert is een kabinet dat zich gedraagt als een regulier centrumrechts technocratisch bestuur, daar wilden we juist vanaf. Geen bureaucratische en technocratische kijken meer op de samenleving. En dit kabinet Jetten of Yeşilgöz - noem het Rutte V - doet weer hetzelfde. En mensen aan de rechterkant juichen, ze weten niet wat ze doen. Laten we eerlijk zijn: Yeşilgöz en de VVD hebben slim een kabinet zonder maar gewoon in de geest met JA21 geformeerd waarbij GroenLinks-PvdA werd uitgesloten.
Om overeind te blijven zal het kabinet namelijk meerderheden aan de rechterkant moeten zoeken. Dat kan relatief eenvoudig via partijen als JA21 en mogelijk anderen. In de Tweede Kamer vormt dat geen fundamenteel probleem; in de Eerste Kamer wordt het complexer, maar ook daar zijn tijdelijke meerderheden niet ongebruikelijk.
Er komt geen tweede kabinet Jetten (het eerste bestaat alleen op papier)
Jetten zal worden herinnerd als de politicus die de kans had om een minderheidskabinet anders te organiseren, maar ervoor koos dat niet te doen. Mislukt, ook voor hem straks een functie elders, waarschijnlijk ergens een burgemeesterspost.
Door vast te houden aan een traditionele formatie en een klassiek rechts beleidskader is de mogelijkheid verkeken om een minderheidskabinet op den duur te doen slagen.
Inhoudelijk is dit het eerste kabinet-Yeşilgöz. De koers was al naar rechts verlegd; na een tijdelijke ontsporing is zij opnieuw - bezeten van de rechterrijweg - achter het stuur geklommen en heeft zij de richting bepaald. Veiligheid en migratie vormen het conservatieve bindmiddel, terwijl sociaaleconomische zekerheid wordt ingeperkt met steun van de progressieve democraten.
Nederland blijft daarmee vastzitten in korte-termijnpolitiek, bekende patronen en oplopende spanningen. In een tijd van samenlopende crises - economisch, internationaal, sociaal, cultureel, ecologisch en institutioneel - biedt dit kabinet een chaotisch doormoddermodel, geen oplossingen.
Het resultaat is stilstand, soms wat vooruitgang, wel met veel kapotmaken, verhuld als liberale daadkracht met de zegen van de christendemocraten.
Hebben ze het zelf door en wie durft er binnen de klassieke partijen in te grijpen om deze rechtse puinhoop op te ruimen?
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.