Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Rampen komen, zeker met de plannen van dit kabinet

Gisteren
leestijd 3 minuten
1061 keer bekeken
ANP-552086136

Op het elektriciteitshuisje bij de spoorbrug over het Van Harinxmakanaal in Leeuwarden stond jarenlang de leus: “Rampen komen.” Het huidige kabinet lijkt die tekst nieuw leven in te blazen. De plannen liegen er niet om: de WW wordt gehalveerd, de toegang wordt verder beperkt en het loonbedrag waarover de uitkering wordt berekend gaat omlaag. De duur van arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen wordt gehalveerd en de regeling voor volledig en blijvend arbeidsongeschikten moet verdwijnen. En alsof dat nog niet genoeg is, wil het kabinet ook de AOW-leeftijd weer sneller verhogen.

Voor deze afbraak van sociale zekerheid bestaat geen financiële noodzaak. De Nederlandse economie is sterk en de overheidsfinanciën zijn op orde. Toch kiest het kabinet ervoor werknemers minder zekerheid te geven. De ideologische overtuiging lijkt belangrijker dan de feiten: het oude rechtse mantra dat sociale voorzieningen mensen lui zouden maken.

De halvering van de WW van twee jaar naar één jaar is daar een duidelijk voorbeeld van. Nog niet zo lang geleden was de maximale duur drie jaar. De eerdere verkorting naar twee jaar heeft niets opgelost, maar wel geleid tot meer onzekerheid en armoede. De volgende stap – één jaar WW – zal die problemen alleen maar vergroten. Vooral jonge werknemers worden geraakt, omdat zij door strengere toegangseisen vaak helemaal geen recht meer hebben op WW. Oudere werknemers lopen een ander risico: zij worden bij ontslag regelmatig geconfronteerd met leeftijdsdiscriminatie en worden keer op keer afgewezen bij sollicitaties.

Daar blijft het niet bij. Het kabinet wil ook het loonbedrag waarover de WW wordt berekend verlagen. In de praktijk betekent dit dat een uitkering die officieel 70 procent van het loon bedraagt, feitelijk kan dalen naar bijvoorbeeld 50 procent. Een opmerkelijke invulling van de veelgehoorde VVD-leus dat zij opkomt voor de “hardwerkende Nederlander”.

Ook de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen worden verder uitgekleed. Dat is des te schrijnender omdat het systeem nu al scheef is. Mensen die zwaar fysiek werk doen en een lager loon hebben, krijgen nu al minder snel een arbeidsongeschiktheidsuitkering dan werknemers met hogere inkomens. In plaats van die onrechtvaardigheid aan te pakken, maakt het kabinet het nog moeilijker om een uitkering te krijgen. Zelfs de IVA-regeling voor werknemers die volledig en blijvend arbeidsongeschikt zijn, wil men afschaffen. Dat is niet alleen hard, maar ook onbegrijpelijk.

En dan is er nog de AOW. Nederland heeft al één van de hoogste AOW-leeftijden van Europa. In 2019 werd met het Pensioen- en AOW-akkoord afgesproken dat de snelle stijging van de AOW-leeftijd zou worden afgeremd. Die afspraak wil het kabinet nu feitelijk loslaten. Opmerkelijk genoeg ontbreekt in de wet nog steeds een regeling die de AOW-leeftijd laat dalen wanneer de levensverwachting daalt. In plaats van dat gat te dichten, kiest het kabinet opnieuw voor verhoging.

De argumenten daarvoor zijn bovendien twijfelachtig. Zo wordt in sommige berekeningen van de AOW-kosten aangenomen dat de uitkering meestijgt met de algemene welvaart. Dat klopt niet: de AOW volgt de cao-lonen. Loonstijgingen door functieverhogingen tellen niet mee. Toch worden die in de berekeningen wel meegenomen, waardoor de kosten kunstmatig hoger lijken.

Ook het verhaal dat de AOW onbetaalbaar zou worden door vergrijzing houdt geen stand. Nederland vergrijst minder sterk dan landen als Duitsland en Italië. Bovendien is het aantal daadwerkelijk gewerkte arbeidsjaren in Nederland de afgelopen decennia juist gestegen, ondanks de vergrijzing. Het inwonertal groeit ook nog steeds.

Wat vaak wordt vergeten, is dat er al eerder stevig op de AOW is bezuinigd. Tot 2015 kreeg een partner zonder eigen inkomen een partnertoeslag, zodat het gezamenlijke AOW-inkomen van een paar op 100 procent uitkwam. Die regeling is afgeschaft. Sindsdien moeten beide partners eerst de AOW-leeftijd bereiken om ieder hun 50 procent te krijgen. In de praktijk betekent dat dat veel paren gemiddeld twee jaar moeten rondkomen van een halve AOW.

Vakbonden hebben daarom terecht geëist dat deze plannen van tafel gaan. Het verder afbreken van sociale voorzieningen lost niets op. Het vergroot alleen de onzekerheid en zal onvermijdelijk leiden tot meer beroep op de bijstand en meer armoede. En dat in een land dat tot de rijkste ter wereld behoort.

Delen:

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor