
Zolang het regime in Iran weet dat de kern en de Garde onaantastbaar zijn, blijft repressie de goedkoopste en functionerende optie.
Elke nieuwe protestgolf in Iran roept dezelfde vraag op: is dit het begin van het einde van de onderdrukking? Steeds opnieuw volgt het antwoord dat verandering alleen van binnenuit kan komen, en dat buitenlandse druk het land slechts verder destabiliseert. Het klinkt verstandig, deze terughoudendheid, maar het gaat voorbij aan een hardnekkige realiteit. Realpolitik blijft voor velen een vies woord.
De Islamitische Republiek is geen regime dat wankelt door maatschappelijke onvrede alleen. Het is een systeem dat juist is ingericht om protesten neer te slaan, om repressie vol te houden en de machtskern af te schermen tegen elke vorm van druk. Zo zijn er meer staten. Helaas.
En steeds moet daarom een inschatting worden gemaakt op basis van een aantal variabelen binnen scenario's of er kans is om een einde te maken aan een onderdrukking - en wat de kosten en baten zijn bij inzet van welke nterne en externe middelen. Een einde maken aan dictaturen in China en Rusland is op dit moment in de tijd een illusie. Andere staten onder druk zetten biedt betere kansen. De fundamentalisten in Iran wankelen, maar vallen doen ze waarschijnlijk nog niet.
De machtskern daar heeft zich de afgelopen decennia opmerkelijk veerkrachtig getoond. Massale demonstraties, economische sancties en internationale isolatie hebben het regime niet doen bezwijken, maar eerder aangescherpt. Zolang de structuren die geweld organiseren en legitimeren intact blijven, blijft de vraag niet of het regime valt, maar waarom het dat tot nu toe niet heeft gedaan.
Die structuren zijn geconcentreerd rond de Islamitische Revolutionaire Garde. Tussen de 150.000 en 200.000 lieden sterk. Ook nog eens met milities (om er letterlijk op los te slaan. De Basij bestaat uit miljoenen mensen. Om op elkaar te letten en de zeden te beschermen.
De Revolutionaire Garde is geen 'gewoon' veiligheidsapparaat, maar is de krachtige ruggengraat van de theocratie. De Garde controleert strategische sectoren van de economie, voert buitenlandse operaties uit en bewaakt het binnenlandse leven met een geweldsmonopolie. Ze beschermt het regime niet alleen, ze houdt het in stand en is een vitaal onmisbaar levend orgaan.
Dat maakt de gedachte dat verandering hoofdzakelijk van onderaf moet komen problematisch. Protesten kunnen indrukwekkend zijn, maar zolang de moslimtop, oligarchen en de Garde zich veilig weten, hebben ze geen politiek effect.
Daarmee komen diplomatie, economische sancties maar ook een vorm van militaire druk onvermijdelijk in beeld. Niet als een totale oorlog, ook niet als poging om democratie te exporteren, maar als ondersteunend middel om het gevoel van onaantastbaarheid aan te tasten.
Autoritaire systemen functioneren zolang macht bescherming biedt. Zodra die begint te wankelen, verandert het gedrag van elites. Dan worden risico’s herberekend, ontstaan er meer spanningen en komt de interne samenhang onder druk te staan. Niet de morele overtuiging, maar onzekerheid over de toekomst - het eigenbelang bij de groepen rondom de macht - zet beweging in gang.
Het veelgehoorde argument dat buitenlandse inmenging dus onvermijdelijk tot chaos leidt, is begrijpelijk maar te absoluut gepredikt. Chaos is een reëel risico, maar ook nodig om het systeem te laten falen. Het alternatief - niets doen - is geen strategie die werkt.
Het geeft voortzetting van repressie, regionale destabilisatie en een regime dat leert dat het onaantastbaar is zolang het geweld intern georganiseerd blijft.
Passiviteit is zodoende geen hogere morele zuiverheid, maar een impliciete bevestiging dat de bestaande machtsverhoudingen in stand blijven. Sancties raken vooral de gewone burgers en njet de machthebbers. Er is meer nodig. Of acceptatie dat er weinig of niets aan is te doen.
Dat betekent niet dat militaire druk op zichzelf voldoende is. Zonder interne tegenkracht werkt zij zelfs contraproductief. Maar het omgekeerde geldt net zo goed: zonder externe druk blijft interne oppositie gevangen in een cyclus van hoop en onderdrukking.
Protesten, stakingen en burgerlijke ongehoorzaamheid zijn noodzakelijk, maar krijgen pas gewicht wanneer de machtselite twijfelt aan haar eigen veiligheid en toekomst. Pas dan wordt loyaliteit een last in plaats van een vanzelfsprekendheid. De Revolutionaire Garde moet aan het twijfelen worden gezet. Dat gebeurt door een palet aan interne en externe middelen. Zonder deze laatste verandert er weinig.
Tegelijk moet een andere illusie worden losgelaten: dat de val van het regime automatisch leidt tot democratie. Daar zijn weinig aanwijzingen voor. Iran kent geen verenigde oppositie, geen breed gedragen alternatief machtscentrum en geen duidelijk institutioneel pad richting democratisch bestuur, zelfs geen traditie.
De kans is aanzienlijk dat een machtsvacuüm leidt tot chaos, weer interne machtsstrijd met uiteindelijk een mildere, maar nog steeds autoritaire islamitische orde. Dat vooruitzicht is voor velen ongemakkelijk, maar wel eerlijker dan de belofte van een snelle democratische doorbraak. Die komt er niet.
De ervaringen elders in de regio zijn immers ontnuchterend. Regimewisselingen hebben vaker instabiliteit voortgebracht dan duurzame democratieën. Eerlijk gezegd: nooit in deze regio. Of hooguit op papier.
Dat maakt ingrijpen dus niet automatisch verkeerd - het hogere doel is onbereikbaar - maar het dwingt tot realisme over de uitkomst. Verandering betekent niet vanzelf een fundamentele vooruitgang voor mensen, dieren en de natuur. Soms betekent het slechts een andere verdeling van macht, met nieuwe winnaars en verliezers. Wie dat niet wil zien, doet aan wensdenken en houdt mensen een schijnwereld voor.
Verandering in Iran zal dus heel rommelig zijn - verre van romantisch - ook zeer onzeker en waarschijnlijk volstrekt onvolmaakt. Er is geen scenario zonder risico’s of schadelijke gevolgen. Vasthouden aan het idee dat niets doen moreel superieur is, verhult vooral de angst om verantwoordelijkheid te nemen voor machtspolitiek die soms hard nodig is.
Besluiten om wel of niet in te grijpen in landen waar mensenrechten worden geschonden moeten weloverwogen tot stand komen. Niet per definitie afwijzen of juist toejuichen. Per keer bekijken. Geen nieuwe dogma's creëren.
Zolang het regime in Iran weet dat de kern en de Garde onaantastbaar zijn, blijft repressie de goedkoopste en functionerende optie. Pas wanneer die veiligheid verdwijnt, ontstaat ruimte voor echte verschuivingen, hoe onvoorspelbaar of pijnlijk die ook zijn.
De vraag is uiteindelijk niet of ingrijpen een perfecte uitkomst oplevert, maar of het verdedigbaar is een systeem te laten voortbestaan dat alleen standhoudt omdat niemand bereid is zijn machtsbasis fundamenteel uit te dagen op momenten die geschiedenis kunnen doen kantelen.
Er kunnen ontwikkelingen zijn waarbij de interne druk op een fout systeem heldhaftig is te noemen en dat we weten dat externe bemoeienissen nodig zijn om daadwerkelijk een einde te maken aan een autocratie of dictatuur. Zo'n kans vraagt om weloverwogen besluiten en moedig handelen. Veranderen komen van binnen, uit het centrum en van buiten. Door samenwerkende krachten op juiste momenten binnen de historie.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.