
Nederland daalt opnieuw op de wereldwijde ranglijst voor gendergelijkheid, van plek 43 naar plek 46. Vorig jaar zakten we ook al vijftien plaatsen. We blijven vooral achter gezien de positie van vrouwen in de politiek.
Dat nieuws zou alle politieke partijen in Nederland tot nadenken moeten stemmen. In het licht van de verkiezingen voor het bestuur van Progressief Nederland (PRO) en de opmars van de verkiezingen voor de Waterschappen wordt dit meteen heel actueel. Tot en met vrijdag 25 september kunnen leden van PRO stemmen over de toekomst, onder andere door te stemmen op het nieuwe bestuur.
Opvallend is dat PRO Brabant deze week al een expliciete oproep deed aan vrouwen om zich te kandideren aangezien de verhouding man/vrouw nog niet optimaal genoeg is. Ook is het straks mogelijk een realiteit dat in zowel de Eerste Kamer, Tweede Kamer, Europa en de voorzitter van het landelijk bestuur van PRO allemaal mannen zijn.
Dit benadrukt de urgentie en relevantie om te reflecteren op hoe we ervoor zorgen dat vrouwen niet alleen lid willen blijven worden van PRO, maar ook hoe we hun talenten kunnen ontwikkelen en uiteindelijk doorstromen naar politieke en bestuurlijke posities. PRO bouwt nu aan de fundamenten van een nieuwe politieke vereniging. Daar is nog een wereld te winnen als je het mij vraagt, juist voor een schaamteloos linkse politieke partij die progressieve idealen in naam volledig naar zich toe trekt.
Met veel interesse volg ik de voorzitterscampagne van de afgelopen maanden, waar absolute topkandidaten zoals Kitty Jong, Michiel Servaes en Frank van de Wolde strijden om hét gezicht te worden van de vereniging van PRO. In die campagne is tot nu vooral veel gesproken over politieke invloed, ervaring, netwerken en positionering. Maar een goede voorzitter is wat mij betreft niet degene die zelf zoveel mogelijk politieke invloed weet te verzamelen. Een goede voorzitter van PRO bouwt wat mij betreft een diverse en inclusieve vereniging waarin anderen invloed kunnen krijgen, waarin we nadenken over hoe we niet alleen nu de juiste leiders op de juiste plek weten neer te zetten maar ook reflecteren op hoe we dat de aankomende decennia gaan doen.
Daar ligt een enorme opdracht, wijst het recente onderzoek van de Global Gender Gap Index ons op. Hoe vinden we vrouwelijk politiek talent? Wie vragen we actief om zich kandidaat te stellen? Hoe ondersteunen we vrouwelijke kandidaten tijdens deze processen, verkiezingen en gedurende een politieke of bestuurlijke loopbaan? Op welke manier houden we als politieke partijen rekening met vrouwen die veel meer met online haat en intimidatie geconfronteerd worden? Wie krijgt binnen onze vereniging verantwoordelijkheid, begeleiding, een netwerk en een podium? En weten we welke talenten onderweg afhaken, en waarom?
Diezelfde vragen moeten we overigens stellen over de representatie van mensen van kleur en andere mensen die niet vanzelfsprekend hun weg vinden naar politieke partijen en bestuurlijke netwerken. Voor een politieke partij als PRO gaat dat verder dan diversiteitsbeleid en zie ik dat meer als een essentieel onderdeel van bewegingsopbouw.
Daarom raakt het me als ik bedenk dat zelfs bij een partij als PRO straks de meest zichtbare posities aan de top voorlopig door mannen worden vervuld, mocht Kitty Jong niet verkozen worden als voorzitter. Dat beeld verandert volgend jaar wanneer Mariëtte Hamer, zoals nu voorzien, de positie van Paul Rosenmöller in de Eerste Kamer overneemt, maar representatie is natuurlijk niet afhankelijk van één vrouw die aan de top wordt benoemd.
Een schaamteloos linkse beweging mag bouwen aan een partij die haar voelsprieten midden in de samenleving heeft. Waarin diversiteit de norm is en waar verschillende groepen actief betrokken worden om daadwerkelijk politieke invloed uit te oefenen. Daarom ben ik benieuwd om van de kandidaten voor het voorzitterschap niet alleen te horen hoeveel bestuurlijke of politieke ervaring zij hebben, of hoeveel invloed zij kunnen uitoefenen in dat politieke proces. Ik wil graag weten welke vereniging zij willen achterlaten als zij het stokje weer overdragen aan de volgende generatie politieke en bestuurlijke leiders van PRO, en hoe die vereniging eruitziet.
Het is mooi om te weten hoe PRO zelf een plek aan de tafel van de macht gaat willen bemachtigen. Nog mooier is het om te weten hoe we ervoor zorgen dat er aan die tafel meer stoelen worden bijgezet en dat we reflecteren op wie daar op mogen zitten. Want het is net zo relevant om te kijken hoe PRO aan die tafel komt, als te weten wie PRO vervolgens meeneemt.