Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Pfeijffer en Verhofstadt over het beschermen van de democratie tegen het fascisme

Gisteren
leestijd 7 minuten
5736 keer bekeken
IMG_7764 kopie

Meer dan tweeduizend mensen die een hele avond ademloos luisteren naar twee auteurs die van gedachten wisselen over de crisis van de democratie, dat verwacht je misschien in een ver buitenland of in het oude Griekenland maar het gebeurde dinsdagavond in Brussel. In Bozar, het grootste kunstencentrum van België, voerden de Nederlandse literaire grootheid Ilja Leonard Pfeijffer en de Belgische ex-premier en essayist Guy Verhofstadt over dat onderwerp een gesprek, onder leiding van journalist Ine Roox. Het werd een avond zoals je zelden meemaakt.

Pfeijffer heeft net ‘Absolute democratie, kroniek van een aangekondigde afrekening’ gepubliceerd, een bundeling van wekelijkse beschouwingen die hij voor De Morgen publiceerde en die leest als een actuele geschiedschrijving van de reis naar de verdoemenis die we momenteel beleven. Van Verhofstadt verscheen deze week ‘De burger in opstand, de toekomst van de politiek & de liberale democratie’. Beide mannen zien hetzelfde probleem, maar andere oplossingen. Het was een rijke avond waarin van alles aan de orde kwam maar ik beperk me hier tot hun belangrijkste standpunten en ben zo vrij daar mijn eigen commentaar aan toe te voegen. Het doel van het gesprek is immers je aan het denken te zetten en daar slaagden ze ruimschoots in.

Pfeijffer zette uiteen dat de politieke crisis, die zich als een olievlek over de wereld verspreidt, veroorzaakt wordt door het geloof in wat hij de ‘absolute democratie’ noemt. Hij vertelde hoe hij in Italië, waar hij woont, op een literaire bijeenkomst in gesprek raakte met een aantal mensen over de politieke situatie en dat ze allen net zoals hij bezorgd waren over de staat van de democratie. Maar al snel ontdekte hij dat er een groot verschil bestaat in wat daar dan onder verstaan wordt. Pfeijffer maakt zich zorgen over de uitholling van de rechtsstaat en de afname van de persvrijheid onder de regering Meloni. Zijn gesprekspartners zagen dat heel anders. Het waren keurige mensen die aanhangers van de fascistische premier bleken. “Nu is het onze beurt!,” zei een van hen met priemende vinger. Ze ergerden zich aan het feit dat de anti-democratische plannen van Meloni worden tegengehouden door regels en rechters. Ze zien zich als democraten maar bleken een verontrustende opvatting over democratie te hebben. “Wij hebben de verkiezingen gewonnen, dus nu bepalen wij alles.”

Pfeijffer maakt een vergelijking met de monarchie. Lang geleden was er de absolute monarchie waarbij alleen de koning alles bepaalde, dankzij de Franse revolutie hebben we nu de constitutionele monarchie waarin de politieke macht van de koning wordt ingeperkt door de grondwet. We hebben op dezelfde manier een constitutionele democratie waarbij de macht van de winnaar, de regering, wordt beperkt. De meerderheid regeert maar moet rekening houden met de rechten van de minderheid. Democratie is zo een zoektocht naar deelbelangen.

Hij ziet een grote groep kiezers die aan dat laatste geen boodschap hebben, die van mening zijn dat in een democratie de winnaar alles bepaalt, de absolute macht heeft. “Dat vinden zij het toppunt van democratie. Ze vinden het heel erg ondemocratisch als de winnaar van de verkiezingen wordt gehinderd door de grondwet, door regeltjes, door vonnissen van ongekozen rechters, door bureaucraten in Brussel. Het was als een gesprek tussen pyromanen en brandweermannen. Ja, we waren het roerend over eens dat het huis in brand stond maar verder…”

Dergelijke absolute democratie, waarbij de winnaar ongehinderd zijn gang kan gaan, is niets anders dan de dictatuur van de meerderheid, stelt Pfeijffer. Dat zie je nu in de VS gebeuren. Trump keert zich tegen rechters en andere instituten die de democratie bewaken, de onafhankelijke journalistiek bijvoorbeeld. Hij merkt op dat het zelfs hoogst onzeker is of er ooit nog vrije verkiezingen in de VS worden gehouden. Want volgens de aanhangers van de absolute democratie is het immers volstrekt democratisch om die af te schaffen. Pfeijffer merkt op dat het over dit verschil in opvattingen, die diametraal tegenover elkaar staan, nooit gaat in het publieke debat. Ook niet bij de laatste verkiezingsstrijd, terwijl de val van het vorige kabinet er toch op terug te voeren is. Kijk naar de opstelling van Wilders binnen de coalitie.

Volgens Verhofstadt, die voorzitter is van de liberale fractie in het Europees parlement, ligt de oorzaak in verwaarlozing van de democratie. “De crisis komt er op neer dat bij de huidige verkiezingen de toekomst van de democratie zelf op het spel staat. Sinds de Franse revolutie heeft de democratie zich steeds verder verspreid. Eerst mochten alleen witte mannen met geld stemmen, toen was de volgende stap dat de vermogenseis verviel, daarna kregen ook de vrouwen stemrecht en zo breidde de democratie zich steeds verder uit. Totdat eind vorige eeuw gedacht werd dat het klaar was. Dat democratie alleen maar bestaat uit verkiezingen waar iedereen aan mee kan doen. Klaar. Maar de absolute democratie is geen democratie, dat is een illiberale democratie zoals Orbán die voorstaat."

"Liberalisme en democratie zijn twee verschillende zaken. Liberalisme gaat over fundamentele waarden, die van belang zijn voor de mensheid. Absolute democratie gaat over de wil van de meerderheid, los van enige waarde. Je kunt met een democratische beslissing deze avond verbieden, maar dat gaat in tegen het liberalisme. Met andere woorden, een democratie die niet gelieerd is aan het liberalisme heeft geen vrijheid van meningsuiting, geen persvrijheid. Het liberalisme is nodig om te voorkomen dat de democratie zichzelf opheft.”

Verhofstadt wil tegelijkertijd niet dat de strijd wordt gereduceerd tot deze twee posities die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Hij stelt dat de liberalen gemakzuchtig zijn geworden, dat er niet meer nagedacht wordt over hoe de democratie zou moeten werken. “Terwijl het duidelijk is dat een groot aantal mensen niet gelukkig is met hoe het nu gaat.” Hij kijkt daarbij naar het land waar er volgens hem geen sprake is van een dergelijke democratische crisis: Zwitserland. Daar wordt de democratie hoog gewaardeerd omdat deze is uitgebreid met referenda. “En dan niet eentje in de zoveel jaar want dan stemmen mensen altijd tegen de regering. Nee, meerdere keren per jaar en steeds over meerdere onderwerpen. Dat geeft burgers het gevoel dat ze meebeslissen.”

Het kwam niet aan de orde maar volgens critici stimuleren referenda het populisme en de absolute democratie juist. Alles wordt immers gereduceerd tot voor of tegen. Dat is koren op de molen van autocraten. In Zwitserland levert het tegelijkertijd minder problemen op omdat de macht van de regering, de Bondsraad die altijd bestaat uit de vier grootste partijen, zeer beperkt is. Het premierschap rouleert en het land heeft zelfs officieel geen hoofdstad. De meeste macht ligt bij de kantons. Dat verklaart ook waarom het land zo geïsoleerd is en bijvoorbeeld geen lid van de EU. Het staat daamee zelfs haaks op het gepassioneerde pleidooi van Verhofstadt voor een federaal bestuurd Europa.

Al luisterend bedacht ik dat het verlangen naar absolute democratie een onontkoombaar uitvloeisel is van de neoliberale ideologie die zich in de afgelopen halve eeuw meester heeft gemaakt van het denken. Het streven naar een kleinere overheid wordt daarbij gekoppeld aan het idee dat alles en iedereen met elkaar moet concurreren. De grondlegger ervan, de Oostenrijkse filosoof Hayek, meende dat die benadering het beste middel was tegen de dictaturen van fascisme en communisme. Die waren immers gebaseerd op de collectieve samenleving. Door het collectief te verzwakken, vakbonden terug te dringen, vergaande privatisering door te voeren en zoals Thatcher de samenleving tot ‘niet bestaand’ te verklaren, werd dergelijke ideologieën volgens hem de zuurstof ontnomen. Dat pakt anders uit. De atomisering leidt tot een burger die zijn eigen belang voorop stelt en met niemand meer rekening wil houden. Zoals VVD-leider Yesilgöz bijvoorbeeld consequent linkse kiezers buiten spel wil zetten. Zo’n houding baart als vanzelf het verlangen naar absolute democratie en in de slipstream daarvan het fascisme.

Pfeijffer wist het debat op scherp te stellen met een helder vraagstuk. Stel je voor, zei hij, dat er robots komen die al onze arbeid en andere taken uit handen nemen, over de hele wereld. Van wie zouden die robots dan moeten zijn? Van een paar miljardairs die alles bezitten? Of van iedereen? “Van de overheid bedoel je?” vroeg Verhofstadt. Ja, antwoordde Pfeijffer, waarop de liberaal bijna uit zijn stoel sprong. “Maar dat is communisme! Dat werkt niet. Dat is nu inmiddels al zo vaak geprobeerd. Kijk naar China, zelfs daar ontdekten ze dat de enige manier om de armoede te bestrijden het toestaan van de vrije markt is.” Pfeijffer stelde bedaard dat er nog nooit sprake is geweest van echt communisme.

De twee waren het er wel over eens dat de toenemende ongelijkheid een groeiend probleem is en er toe leidt dat een paar rijke lieden overal de dienst uit maken. Volgens Pfeijffer toont dat het falen van het kapitalisme. Verhofstadt daarentegen beweert dat het komt omdat de VS de vrije markt niet heeft beschermd. “De vrije markt bestaat niet meer, dat is het probleem. Al die tech-bedrijven die de wereld regeren, dat zijn allemaal monopolies. Het is aan Europa om daar tegen op te treden en de markt te herstellen.”

Verhofstadt wil dat de opeenhoping van macht bestreden gaat worden door kapitaal te democratiseren. Hij wil dat bedrijven hun werknemers mede-eigenaar maken, een soort coöperaties. Er zijn genoeg voorbeelden dat een dergelijk model zeer succesvol kan zijn, hield hij het publiek voor. Andere mensen noemen dat socialisme, dacht ik.

Het kwam niet aan de orde maar er is natuurlijk maar één partij die zo’n democratisering van het kapitaal kan bewerkstelligen: de overheid. In het huidige klimaat zal big tech er alles aan doen om te voorkomen dat er via democratische verkiezingen een regering aan de macht komt die een dergelijke aanpak gaat doorvoeren. Trump heeft daarom nu ook de oorlog verklaard aan Europa, om big tech te beschermen. En daar liet Verhofstadt geen misverstand over bestaan: de VS is geen onwillige bondgenoot meer, het is nu onze vijand. “Dat is misschien het enige goede aan Trump,” aldus Pfeijffer die de avond toch optimistisch wilde eindigen. “Hij schudt ons wakker.”

Een langdurige ovatie volgde, daar in het hart van de Europese democratie.

Absolute Democratie, kroniek van een aangekondigde afrekening; door Ilja Leonard Pfeijffer.
De burger in opstand, de toekomst van de politiek & de liberale democratie; door Guy Verhofstadt

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor