
Een bepaald slag conservatieven werd in een spagaat gebracht door het nieuws over de afgenomen homoacceptatie onder scholieren. Hun reacties lieten vooral grote moeite zien om deze afname te veroordelen. In de talkshow Renze weet Mona Keijzer de daling aan migranten en moslims, om tegelijkertijd te stellen dat ze de minder accepterende jongeren ook wel begrijpt, omdat het met Paarse Vrijdag wel wat minder kan. In Dit is de Dag mocht Geerten Waling de schuld ook bij moslimmigranten leggen, terwijl hij tegelijkertijd betoogde dat er met gaybrapaden en regenboogvlaggen wordt geprobeerd “mensen iets door de strot te duwen”.
De schuld van de afname bij onverdraagzame moslims en migranten neerleggen is, blijkens het onderzoek, onzin. Hoewel homohaat onder jonge moslims en migranten zeker een probleem is, toont dit onderzoek onder elke groep een grote afname van homoacceptatie. Eerdere onderzoeken lieten ook al zien dat de afname door het hele land aanzienlijk afneemt: niet alleen in de grootste steden, maar ook in regio’s waar een veel kleiner percentage van de bevolking moslim of migrant is. Het lukraak beschuldigen van moslims en migranten hoort echter bij de rituelen van uiterst rechts.
Dat uiterst rechtse partijen, politici en influencers zich daarnaast niet simpelweg zonder reserve vóór homoacceptatie uitspreken, is ook niet verrassend. Deze flank is nooit fan geweest van emancipatie. Toch hield uiterst rechts zich vroeger, op verwijten richting moslims na, op de vlakte over homoseksualiteit.
Dat is sinds 2020 veranderd: in vele landen raakte uiterst rechts in de ban van verhalen over “seksualisering van kinderen”. Met deze term wordt niet op aanranding, verkrachting of misbruikbeelden gedoeld, maar op lesmateriaal. Dit begon in de VS. Hoewel de Republikeinen een tijdje deden alsof hun homofobie verleden tijd was, kwamen ze recent met een enorme hoeveelheid wetsvoorstellen die lesmateriaal over homoseksualiteit verbieden. De machthebbers in Florida liepen voorop en kwamen in 2022 met zo’n verbod, waarbij ze expliciet aangaven dat voorlichting over homoseksualiteit voor hen gelijkstaat aan “seksualisering van kinderen”. Dit werd spoedig het mainstream Republikeinse standpunt. Sindsdien daalde het percentage Republikeinen dat positief tegenover homoseksualiteit staat van 56% naar 35%.
Dit inspireerde diverse Nederlandse politici, en een van hun eerste mikpunten werd de Week van de Lentekriebels. Tijdens deze themaweek besteden basisscholen aandacht aan seksuele en relationele voorlichting. Tot 2023 ging dat probleemloos, maar dat jaar werden er op sociale media leugens verspreid over de themaweek. PVV- en FvD-politici sprongen hierop in en verzonnen van alles, bijvoorbeeld dat scholen kleuters over anale seks zouden vertellen. Vanuit FvD werd homoseksualiteit in één adem genoemd met kindermisbruik.
Omdat rechtse partijen veel met onderlinge concurrentie bezig zijn, werden deze fabels zó belangrijk voor hen, dat ze ook in de verkiezingsprogramma’s van vorig jaar een rol spelen. Volgens de PVV moeten de Week van de Lentekriebels en “links-liberale seksuele indoctrinatie” verboden worden. JA21 spreekt van “verplichte indoctrinatie over seksualiteit”, en volgens FvD is er sprake van het “opdringen” van “LHBT-gedachtegoed”.
Daar blijft het niet bij. Wilders noemt regenboogvlaggen “lhbtig+ [sic] gedram” en “pervers” en koos afgelopen jaar de kant van zijn vriend Orbán toen die dreigde deelnemers aan Budapest Pride te vervolgen wegens “homopropaganda”. Annabel Nanninga (JA21) klaagde vorig jaar over een kinderboek over een gezin met twee vaders, want daarmee “wordt heel jonge kinderen weer van alles door de strot geduwd”. FvD-politici beschuldigen scholen al jaren van “LHBT-indoctrinatie”. Dit alles bereikt een groot publiek, zo blijkt als media scholieren en ouders interviewen. Jongeren zeggen dat ze niet willen dat homoseksualiteit “wordt geïndoctrineerd”, en ouders zijn tegen Paarse Vrijdag vanwege vermeend “opdringen” van homoseksualiteit.
Absurd is dat pers en politiek de enorme toename aan homofobe politici al lange tijd praktisch negeren. Toen vorig jaar het PVV-programma verscheen, was de PVV de grootste partij, maar geen journalist of politicus die Wilders vroeg wat hij eigenlijk bedoelt met “links-liberale seksuele indoctrinatie”. Positief is dat sommige politici sinds publicatie van het onderzoek wel hebben gewezen op de rol van uiterst rechts, maar het is onvoldoende. De afname van acceptatie vormt een direct gevaar en moet tot meer leiden dan plichtmatige steunbetuigingen. De pers moet uiterst rechts op dit punt eindelijk kritisch benaderen. Journalisten en politici zijn bepalend voor het discours. Als zij stil blijven helpt dat alleen homofoben. Homo’s en lesbiennes lopen er juist meer gevaar door, en dat al vanaf hun schooltijd.