
‘Waarom benoem je niet waar het probleem zit?’
Die vraag duikt telkens op sinds bekend werd dat jongeren negatiever zijn gaan denken over homoseksualiteit. In de media, in de politiek en ook als gemeenteraadslid in Amsterdam krijg ik hem steeds opnieuw. Al is het antwoord vaak al ingevuld: moslims. Migranten.
Laten we dan ook echt benoemen.
Religie speelt een rol. Opvoeding ook. Net als groepsdruk, mannelijkheidsnormen, sociale media en het maatschappelijke klimaat waarin jongeren opgroeien. Wie na het woord religie stopt met luisteren, zoekt geen verklaring maar bevestiging.
Sociaalwetenschapper Linda Duits zegt deze week in Het Parool iets wat blijft hangen: vooruitgang loopt niet in een rechte lijn. Na emancipatie kan een tegenreactie komen. Dat gebeurde met het feminisme. Waarom zou de emancipatie van LHBTIQ+’ers anders zijn?
Openlijk zeggen dat je tegen homo’s bent, is nog altijd lastig. Maar zeggen dat het nu wel genoeg is? Met die regenbogen. Met gender. Met seksuele vorming. Dat het allemaal wordt opgedrongen? Dat is een stuk gewoner geworden.
Dus ja, benoem religieuze orthodoxie waar die vrijheid begrenst. In moskeeën én kerken. Benoem ouders die hun kind afwijzen om wie het liefheeft of wie het is. Influencers die jongens vertellen dat mannelijkheid wordt bedreigd door homo’s, vrouwen of trans personen. En wie zegt dat het allemaal te ver gaat, mag uitleggen wat er dan te ver gaat. Wat is je probleem? Wat wordt jou eigenlijk afgenomen?
En als we dan toch benoemen, benoem dan ook de wereld die wij volwassenen daaromheen bouwen. We doen alsof de grote strijd voor gelijke rechten wel gestreden is, terwijl voorstellen voor meer rechtsbescherming en emancipatie in de Kamer stranden of simpelweg van tafel worden geveegd. Politici maken van seksuele vorming een bedreiging en van trans rechten een ‘ideologie’. Media houden zulke discussies gaande en herhalen het frame dat wij, LHBTIQ+’ers, onze rechten ‘door de strot duwen’. Wat onbekend is, wordt zo al snel verdacht of belachelijk gemaakt. Sociale media doen de rest: conflict wordt beloond met bereik.
Ook dat zijn keuzes. Wie krijgt een podium? Wat presenteren we als normaal en wat als afwijkend? Welke vrijheid behandelen we als grondrecht en over welke organiseren we wéér een debat?
Jongeren groeien niet op in een vacuüm. Ze horen ons. Ze zien ons. En dan zijn wij verbaasd over wat we terugzien. Vrijheid blijft niet vanzelf bestaan. Dus stop met steeds opnieuw de vrijheid van een ander ter discussie te stellen.
Deze vrijdag is het Paarse Vrijdag. Op scholen door het hele land dragen jongeren en docenten paars om te laten zien dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Laat dat niet alleen aan jongeren en docenten over. Iedereen die vindt dat we vrij moeten kunnen leven, heeft iets te doen.
Hang een vlag op en laat zien: hier ben je welkom. Draag vrijdag paars, ook al ga je allang niet meer naar school. Bezoek queer horeca. Koop bij queer ondernemers. Ga naar een queer film of voorstelling. Steun een LHBTIQ+ organisatie met geld of tijd. Spreek je uit als ‘homo’ een scheldwoord wordt. Kijk naar de plekken waar jij invloed hebt: thuis, op je werk, op school, bij de sportclub. Laat daar merken waar je voor staat.
Het lijken kleine dingen, maar zo wordt een norm zichtbaar. Aan een stille meerderheid heeft een jongen die op school voor homo wordt uitgescholden niets. Wat hij hoort, is stilte.
Vrijheid is geen wisselgeld. Als een transgender persoon meer vrijheid krijgt, verlies ik als homoseksuele man niets. Als een moslim vrij kan leven, raak ik geen vrijheid kwijt. En als ik veilig hand in hand over straat kan lopen, wordt de vrijheid van een streng gereformeerde niet kleiner.
Vrijheid vraagt niet om begrip. Niet om instemming. En al helemaal niet om toestemming. Vrijheid gun je elkaar niet: vrijheid komt ons allemaal toe.