
"Als (oppositieleider) Magyar wint, is de Hongaarse democratie niet in één klap hersteld." Het zijn de woorden van Gergely Karácsony, burgemeester van Boedapest en een van Orbáns scherpste critici. Op 12 april mogen de Hongaren een nieuw parlement gaan kiezen, en wie weet beter dan hij wat er op het spel staat? Toch zegt hij het zelf: een verkiezingsuitslag lost de echte problemen nog niet op. Dat is precies waar de brede aandacht voor de Hongaarse verkiezingen aan voorbijgaat.
Die aandacht is te begrijpen. Viktor Orbán heeft als vriend van Rusland sanctiepakketten geblokkeerd, miljardenleningen aan Oekraïne tegengehouden en de Europese Raad, waar de regeringsleiders grote besluiten nemen, op beslissende momenten gegijzeld. Wie jarenlang heeft gevolgd hoe één premier systematisch de Europese besluitvorming wist te vertragen en te torpederen, begrijpt dat dit belangrijke verkiezingen zijn. Maar wie denkt dat zijn eventuele vertrek het probleem oplost, kijkt naar de verkeerde verkiezing.
Want terwijl alle ogen op Boedapest gericht zijn, verloor Janez Jansa in Slovenië zondag de verkiezingen met slechts 5500 stemmen verschil. Geen enkele partij behaalde een absolute meerderheid en de formatie moet nog beginnen, maar zijn kans op het premierschap is klein. Dit is voor de EU belangrijk. Zelfs de artikel 7-procedure, waarmee de EU lidstaten op rechtsstatelijk gedrag kan aanspreken, vereist instemming van alle andere lidstaten, wat in de praktijk betekent dat dwarsliggers elkaar jarenlang de hand boven het hoofd hebben gehouden. Verliest Orbán op 12 april ook, dan zijn twee grote obstakels weggenomen. Maar we zijn er nog niet: de Slowaakse premier Robert Fico blokkeert al actief Europese sancties tegen Rusland en houdt steun aan Oekraïne herhaaldelijk tegen, en hij heeft daar geen bondgenoot in Ljubljana voor nodig.
Voordeel uit de Europese Unie is niet alleen voorbehouden aan netto-ontvangers: ook netto-bijdragers als Nederland verdienen hun geld grotendeels via de interne markt en zijn gebaat bij Europese stabiliteit. Maar Hongarije, Slowakije en Slovenië ontvangen bovenop al die gedeelde voordelen ook nog eens structureel meer uit de Europese begroting dan ze inleggen via fondsen en subsidies die andere lidstaten mede financieren. Tegelijk gebruiken hun premiers het vetorecht om het gemeenschappelijke buitenlandbeleid te blokkeren. Die combinatie is niet alleen politiek frustrerend, maar vooral onhoudbaar, en het wordt duurder naarmate de geopolitieke druk toeneemt.
Op de meest urgente terreinen als buitenlandbeleid, defensie, uitbreiding, geldt in de Europese Raad unanimiteit. Alle landen moeten het eens zijn. Dat betekent concreet dat een regering, zelfs van een land als Malta, met een inwoneraantal ter grootte van ongeveer Drenthe, het buitenlandbeleid van 450 miljoen mensen kan blokkeren. Het is een architectuurfout die in vredestijd acceptabel leek, maar in een Europa dat zich geopolitiek moet heroriënteren steeds onhoudbaarder wordt.
Hetzelfde geldt voor de artikel 7-procedure: ook die vereist instemming van de andere lidstaten, wat betekent dat één land de procedure tegen een ander land kan tegenhouden. Hongarije en de voormalige Poolse regering gebruikten dat jarenlang precies zo: nooit stemmen voor het omzeilen van de veto van je maatje. Tegelijkertijd kan het loslaten van deze landen betekenen dat ze nog verder van de EU wegdwalen, eventueel zelfs verder richting de Russische invloedssferen.
Het gebruikelijke verweer is dat unanimiteit kleine landen beschermt tegen de dominantie van Berlijn en Parijs. Die zorg is niet onredelijk, maar bescherming en blokkademacht zijn fundamenteel verschillende dingen. Bescherming betekent dat je stem telt en je belangen serieus worden genomen. Blokkademacht betekent dat je het geheel kunt gijzelen voor nationaal gewin, of erger, voor de belangen van een derde partij. Onder druk van de oorlog in Oekraïne en het wegvallen van Amerikaanse veiligheidsgaranties pleiten steeds meer mensen openlijk voor afschaffing van het vetorecht op buitenlandbeleid. Het is de enige structurele oplossing voor wat een structureel probleem is.
Made in Europe, de rapporten van Draghi en Letta, de plannen voor strategische autonomie: het zijn serieuze voorstellen die serieuze uitvoering vereisen. Maar zolang één premier in Bratislava met één veto de belangrijkste besluiten kan tegenhouden, zijn het pleisters op een botbreuk. De Hongaarse verkiezingen verdienen aandacht. Maar zelfs Karácsony, die Orbán al jaren van dichtbij bestrijdt, weet dat een verkiezingsuitslag geen Europees architectuurprobleem oplost. De 5500 stemmen waarmee Jansa nipt verloor laten zien dat dit nooit alleen een Hongaars probleem was. De oplossing moet dan ook vanuit de lidstaten komen, wanneer zij bereid zijn een deel van hun eigen macht op te geven.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.