
Als docent burgerschap op het mbo vergelijk ik weleens mijn studenten met de mbo’ers van vijfentwintig jaar geleden, toen ik er zelf één was. Ik heb een tijdlang gedacht dat de huidige jongeren veel minder geëngageerd zijn dan mijn generatie toentertijd. In mijn lessen probeer ik de link tussen de actualiteit en hun leefwereld te verduidelijken. Te vaak botste ik op een muur van onverschilligheid. Dat is wat ik zag en het leek dan ook mijn kijk op de huidige generatie te worden.
Ik wil geen negatieve kijk hebben op jongeren, omdat het iets heeft van het opgeven van een generatie. Daarnaast voelt het te veel als ‘vroeger was alles beter’. Dus keek ik beter. Wat is het referentiekader van de huidige jongeren? Hebben zij te maken gehad met breuklijnen? Zo ja, welke? In welke maatschappij zijn zij opgegroeid?
In tegenstelling tot mijn generatie, die 9/11 als breuklijn heeft ervaren, vormen de huidige jongeren een generatie die na 9/11 opgroeide. 9/11 heeft de wereld waarin zij geboren werden mede gevormd, waardoor zij de wereld vóór 9/11 helemaal niet als referentiepunt hebben.
De psychologische erfenis van 9/11
Stilstaan bij de aanslagen op 11 september 2001 en de jaren daarna doet mij denken aan een citaat van historicus, socioloog en filosoof Ibn Khaldun (1332-1406):
‘Door de geschiedenis heen hebben veel naties een fysieke nederlaag geleden, maar dat is nooit het einde van een natie geweest. Maar wanneer een natie het slachtoffer is geworden van een psychologische nederlaag, dan markeert dat het einde van die natie.’
Ik vond dit altijd wel een mooie quote. Hoe herken je een psychologische nederlaag? Is dat als een willekeurige overheid de weg kwijt is? Als de bevolking massaal werkloos is en in armoede vervalt? Dit zijn de vragen die ik mezelf stelde toen ik als tiener deze quote voor het eerst las. Een psychologische nederlaag ontstaat niet op één dag. Meestal is het het gevolg van langdurige pijn.
Als ik terugkijk op 25 jaar sinds 9/11, besef ik dat de gevolgen niet enkel uit de verloren levens, de oorlogen en de moslim als vijandige karikatuur bestaan. De terecht bekritiseerde War on Terror die na de aanslagen uitbrak, heeft met bijna een miljoen slachtoffers veel schade, pijn en groot onrecht tot stand gebracht. Deze directe gevolgen van de aanslagen zijn om logische redenen veelvuldig besproken en beschreven.
Mijns inziens gaan de gevolgen nog dieper. Dit geldt zeker ook voor ons, wij die in het Westen leven. Het gaat om iets wat dieper gaat, minder tastbaar, maar zeer bepalend voor onze manier van denken, doen en leven. Wat er sindsdien is ontstaan, is een allesomvattende angst voor de Ander, het terugtrekken in de eigen, veilige omgeving en manier van denken. Een constante ‘staat van beleg’, zou je kunnen zeggen. Wat doet het met het menselijke brein?
Ik kan me de jaren na 9/11 nog goed herinneren. Dagelijks ging ik in debat met docenten. Ik vrat het nieuws op. Ik las alle gratis dagbladen en in de bibliotheek las ik regelmatig de kwaliteitskranten en magazines. Met vrienden besprak ik van alles en bleef ik door theoretiseren over de politiek, in de hoop er meer van te kunnen begrijpen.
De wereld was in rep en roer. Als je je midden in een breuklijn bevindt en ook doorhebt dat het een breuklijn is, dan is dat opwindend. Het was een tijd waarin men daadwerkelijk het gesprek aanging en met elkaar in debat ging. In mijn herinnering was men nog wel geïnteresseerd in de ander. Een andere kijk op zaken wilde nog niet zeggen dat je een slecht mens was. De hokjes die nu duidelijk ingericht en verdeeld zijn, moesten toen nog ingericht en verdeeld worden.
Ik was namelijk niet de enige die uitzocht hoe me te verhouden tot een nieuw tijdperk. Alles en iedereen was op zoek naar zijn of haar positie. De kaarten werden geschud, met altijd de aanslagen van 11 september als een donkere wolk boven je hoofd.
Hoe staan we er vijfentwintig jaar later voor?
Wat gebeurt er met je politieke betrokkenheid als je niet één grote breuklijn ervaart, maar voortdurend in een breuklijn leeft?
Mijn studenten zijn niet per se minder geëngageerd. Een crisis of wereldwijde gebeurtenis met grote gevolgen raakt hen niet meer op een manier zoals dat met mij wel gebeurde; niet omdat het ze niets kan schelen. Waar mijn ‘wereld’ veranderde na 9/11, groeiden zij op met een opeenvolging van gebeurtenissen waarin crisis de regel werd: terrorisme, financiële crisis, toeslagenaffaire, pandemie, oorlog in Oekraïne, de genocide in Gaza.
Tegelijkertijd zagen ze hoe politieke instituties steeds minder in staat lijken om op die gebeurtenissen een overtuigend antwoord te geven. Het is geen nihilisme als zij zich niet geroepen voelen om mee te doen aan een politiek systeem dat constant zijn eigen beloften verraadt. Zo merken veel jongeren dat de zogenaamde waarden die als fundamenteel voor het Westen worden beschouwd, niet voor iedereen op eenzelfde manier gelden.
In gesprek met islamitische studenten merk ik dat zij niet beter weten dan dat de rechtsstaat, mensenrechten en het internationaal recht niet thuis geven als moslims als collectief slachtoffer zijn. Studenten geven ook regelmatig aan dat hun zorgen niet serieus worden genomen. Ze zouden zich druk maken om niets, zich schuldig maken aan slachtoffergedrag.
Een student zei ooit tegen mij dat ze het maar niet kan begrijpen dat zij werd weggezet als terroriste toen ze meedeed aan een demonstratie waarin werd stilgestaan bij de vele burgerslachtoffers in Gaza. Op sociale media en op tv zag ze uitingen van politici die haar pijn en betrokkenheid verdacht maakten. Zij durfde hierna nooit meer naar een demonstratie te gaan.
Een andere student begrijpt niet dat hij leert dat er in Nederland alles gezegd mag worden over moslims vanwege de vrijheid van meningsuiting, maar dat hem, als hij reageert op bepaalde uitspraken van politici over moslims, wordt verweten dat dit Nederland is en dat hij, als het hem niet bevalt, maar moet ophoepelen naar zijn eigen land. Geldt de vrijheid van meningsuiting dan niet voor hem, vraagt hij zich af.
Dan zit ik daar als docent burgerschap te doceren hoe belangrijk de rechtsstaat is…
Is het echt gek als veel jongeren niet politiek bevlogen lijken te zijn? Wat wij als politieke onverschilligheid zien, kan misschien ook een logische reactie zijn op een werkelijkheid waarin instituties die ons zouden moeten beschermen steeds minder in staat lijken hun beloften waar te maken. Waarom zou je je geroepen voelen om mee te doen aan een politiek systeem als je voortdurend ziet dat het zijn eigen principes niet weet waar te maken?
Juist onder het huidige sociaal-maatschappelijke klimaat is het noodzakelijk dat onderwijs jongeren leert hoe gesprekken gevoerd kunnen worden. Het vak burgerschap biedt hier een perfecte gelegenheid voor. Gesprekken op basis van argumentatie, waarin je van mening kunt verschillen zonder dat het meteen een zero-sum game is. Gezamenlijk nadenken over ingewikkelde zaken mag geen verloren vaardigheid worden.
Wake me up when September ends
Hoewel Green Day-frontman Billie Joe Armstrong Wake Me Up When September Ends schreef over het verlies van zijn vader, kreeg het nummer voor miljoenen luisteraars een andere betekenis. In de jaren na 11 september 2001, toen de wereld op zoek was naar troost en houvast, werd het lied voor velen een soundtrack van rouw. Het verwoordde het verlangen naar een tijd waarin de wereld overzichtelijker leek, alsof alles weer normaal zou worden zodra ‘september’ voorbij was.
Wat dat betreft is het liedje van Green Day nog maar al te actueel. Wake me up when September ends? September is nog lang niet voorbij. Huidige generaties jongeren hebben altijd in september geleefd.