
Anders laat hij niet toe dat Nederland mee onderhandelt over een deportatiecentrum in Rwanda
Wie verleden jaar op Rob Jetten stemde in de hoop dat hij met de juiste bondgenoten Nederland op een nieuwe koers te zetten weg van de creatieve verwaarlozing die onder Rutte traditie was geworden, is bedrogen uitgekomen. Die heeft een grote fout gemaakt. Daarvan wordt deze week het definitieve bewijs geleverd. Op zijn best nog is Rob Jetten een burgemeester in oorlogstijd die aanblijft omdat hij zichzelf wijsmaakt zo erger te voorkomen.
Nederland blijkt samen met Denemarken, Duitsland, Oostenrijk en Griekenland een delegatie te hebben gestuurd naar Rwanda om daar te onderhandelen over de vestiging van een terugkeerhub voor afgewezen asielzoekers. Die term is een eufemisme voor een deportatiecentrum of een concentratiekamp.
Van terugkeer is in dergelijke centra geen sprake want ze zijn bedoeld als afvalbakken waar je afgewezen asielzoekers heen stuurt uit welk land ze ook afkomstig zijn. Voor de meesten zal Rwanda net zo ver van hun oorspronkelijk thuisland liggen als Europa. Wat er met de ongedocumenteerden moet gebeuren nadat ze eenmaal in zo’n centrum zijn binnengebracht, daarover doet men wijselijk het zwijgen toe.
Rwanda wordt geregeerd door de geslepen dictator Paul Kagame, een man van onmiskenbaar grote talenten. Na de beruchte genocide op de Tutsi-minderheid door met kapmessen gewapende Hutu’s - meer dan een half miljoen doden in een paar weken - verdreef hij met een ballingenleger van Tutsi’s de partij van de massamoordenaars. Uit vrees voor wraak namen Hutu’s bij honderdduizenden de vlucht naar Kongo waar ze nog steeds voor onrust zorgen.
In 2000 greep Kagame de macht om die niet meer uit handen te geven.
De genocide is in zijn denken altijd aanwezig. Een dergelijke ramp mag Rwanda nooit meer overkomen. Daarom regeert hij met ijzeren hand en onderdrukt elke oppositie. Toen zijn voornaamste tegenstandster Victoire Ingabire na jaren ballingschap in 2010 naar huis terugkeerde, werd zij onmiddellijk gevangengezet. Ze zit nog steeds vast. Die kan immers voor nieuwe tweedracht zorgen. Tegelijkertijd probeert hij - vaak met succes - het land te ontwikkelen. Rwanda is een van de meest succesvolle Afrikaanse staten. In 2003 bedroeg het inkomen per hoofd van de bevolking nog $254. Nu is dat gestegen tot $1198. Dit dankzij groeipercentages die al een jaar of vijf schommelen tussen de 7 en de 8% per jaar. Rwanda blijft daarmee een arm land maar het biedt wel perspectief. De prijs is wel dat je op straat voorzichtig moet zijn met wat je zegt want Kagame heeft van Rwanda een politiestaat gemaakt. Verkiezingen wint hij met meer dan negentig procent.
Veiligheid staat voorop. In dat verband mengt Kagame zich regelmatig in de burgeroorlog die buurland Kongo al decennia teistert. Hij levert allerlei hand en spandiensten aan stamverwante Tutsi-milities die daar met andere bendes om de macht vechten.
Vanwege het succesvolle ontwikkelingsbeleid heeft Rwanda toch een goede reputatie in Europa en de Verenigde Staten. Het is Kagame erom te doen zoveel mogelijk steun te vinden in de vorm van handelsvoordelen en ontwikkelingshulp. Zo bestaat nu de mogelijkheid dat Rwandese troepen meedoen aan de beveiliging van Gaza, mocht Hamas ooit de wapens neerleggen. Tegelijk onderhoudt Kagame goede relaties met Xi Jinping. Rwandese producten hebben vrije toegang tot de Chinese markt. Aan de andere kant zijn Chinese projectontwikkelaars op grote schaal in Rwanda actief.
Tegen deze achtergrond onderhandelt Paul Kagame met de Europese regeringen. Tegen de NRC zei emeritus-hoogleraar Nick Huls, die het land en zijn president goed kent, dat het hem niet alleen te doen is om geld maar ook om greep te krijgen op Europese regeringen. Als het deportatiecentrum er komt, kan Kagame dit immers als chantagemiddel gebruiken. Aangezien in zijn ogen het doel - alles voor Rwanda - alle middelen heiligt, zal hij dat zeker doen.
Op het eerste gezicht is het onvoorstelbaar dat Europese regeringen niet doorzien dat zij bezig zijn in een val én een wespennest tegelijk te lopen. De zaak wordt verklaarbaar in het licht van de grote angst die de zo genoemde “middenpartijen” voelen voor extreemrechts. Zij hebben er alles over voor het imago “streng op migratie”. In die atmosfeer is het idee van de “terugkeerhubs” geboren. Dat lijkt een beetje op het “opvang in de regio”-gebral van de gemiddelde populist. Het maakt een strenge indruk. Het stinkt bovendien naar de oud koloniale gedachte dat blanke landen - dragers van de beschaving - in andere werelddelen kunnen flikken wat ze willen en dat ze er in die wilde en warme contreien nog dankbaar voor moeten zijn ook.
Dat zit er allemaal achter. Het plan voor terugkeerhubs is zowel dom als slecht.
Rob Jetten gaat hierin mee. Hij laat dat toe. Dat VVD en CDA zich gek laten maken, past bij het karakter van die partijen. Maar van D66 en een premier die de leus voerde “Het kan anders”, verwacht je niet dat hij zoiets laat gebeuren.
Als het over de problemen van Nederland gaat, hoort Rob Jetten niet bij de oplossing. Dat heeft hij nu definitief bewezen.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo’n schandelijke compensatie geboden krijgt voor het toestaan van nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: Jason Arday