
Nico schrijft een serie over oorlog, dit is aflevering 124
Een van de gekste vragen die ik als schrijver van de serie over oorlog noch vrede kreeg was welke boeken over de oorlog ik kan aanbevelen. Om de absurditeit van die vraag te illustreren zou ik kunnen antwoorden: “Mein Kampf van Adolf Hitler, het dagboek van Anne Frank en een biografie over de Franse generaal Napoleon.” Een beter antwoord is misschien: “Ik ken u niet en weet dus niet waar u naar op zoek bent. Op internet is genoeg te vinden. Als u mijn serie leest, dan bent u al veel boeken tegengekomen die ik de moeite waard vind.” Tevens vroeg ik mij af of de vraagsteller mij benaderde als journalist, docent of vredesactivist. Dat maakt nogal uit. En er is nog iets dat mij soms dwars zit. Een enkele schrijver verdenk ik ervan dat zij of hij over oorlog schrijft omdat dat goed verkoopt. Oorlog en winstbejag zie ik als een bedenkelijke combinatie.
Thuis beschikken we over een gestaag groeiende bibliotheek met boeken over oorlog en terrorisme. Boeken die ik extra bijzonder vond: Oorlog en Vrede door Leo Tolstoj (1867), De Aanslag (Harry Mulish), De jacht op de jakhals van David Yallop (over de terrorist Carlos), Oorlogsmythen: ongewenste opstellen (Ewald Engelen) en Waarom we vrede willen maar oorlog voeren (Harald Meller, Kai Michel en Carel van Schaik). De laatste twee boeken heb ik in deze serie behandeld.
Het beste boek dat zich afspeelt in mijn wereld van vredesactivisme is Vrede als Daad. Willem de Haan heeft het geschreven. De eerste druk is van juni 2025. Uitgegeven bij Bot (Leiden/Antwerpen). De auteur is journalist, socioloog en spreker. En redacteur van het Vredes Magazine. Maar ook was hij een totaalweigeraar. Volgens de ondertitel is Vrede als daad een pleidooi voor vrede in tijden van oorlog.
Het boek zit goed in elkaar, compleet met register, veertig bronverwijzingen en verantwoording. Het is een mengsel van belangrijke historische momenten, persoonlijke ervaringen en uitgesproken opvattingen. Met speciale aandacht voor het aspect van de dienstweigering. Veel van de thema’s die ik in deze serie via Joop.nl aanstip komen ook in het boek voor. Bijvoorbeeld dat de vredesbeweging naïef is door geen afdoende antwoord te hebben op het kwaad dat Poetin heet. ‘Wie een andere oplossing zoekt dan verdere bewapening wordt verketterd’, schrijft De Haan in zijn voorwoord. ‘Dit boek is een radicaal appel om een andere weg in te slaan dan de weg van de oorlogsvoorbereiding en het vijanddenken.’
Vrede als daad begint in Berlijn waar Willem de Haan het einde van de Koude Oorlog vierde. ‘Dat had mooi kunnen aflopen, maar het liep volledig anders. Praten is uit. Het oorlogsvirus heeft ons in plaats daarvan allemaal te pakken gekregen. We staan opnieuw voor een kantelpunt in de geschiedenis: escaleren, de confrontatie zoeken, of de-escaleren, je taal matigen, het contact herstellen en een compromis zoeken.’
Dat pacifisme niet meer van deze tijd is komt ook goed aan de orde. ‘Pacifisme was iets van vroeger. Dat was pijnlijk. Maar eerlijk gezegd: met mijn ethische praatjes over het doden van anderen en hoe misdadig dat is, daar kwam en kom ik niet ver mee.’ Moeten we hopen op een heropleving van het pacifisme?
Zelfs oud-totaalweigeraars bleken te worstelen met de vraag hoe ze zich tot de oorlog in Oekraïne moesten verhouden. ‘Helaas houden staten zich in de praktijk niet aan wat ze plechtig hebben beloofd’, schreef totaalweigeraar Theo Wolwijk mij. Hoe kan Rusland gedwongen of aangespoord worden om zich terug te trekken? Dat is met wapens voor de Oekraïners om zich te verdedigen en met diplomatie met alle andere landen.’ De Haans’ uiteindelijke conclusie: ‘Oorlog is te gevaarlijk om aan politici en militairen over te laten, of aan de bevolking van de strijdende landen. Omdat primitieve oordelen het te gemakkelijk winnen van het gezonde verstand.’
De Haan gaat verder in op de vraag hoe je ontsnapt aan een conflict met een onredelijke vijand. ‘Natuurlijk, als we dat wisten hoefden we nooit meer na te denken. Mijn antwoord zou zijn: laat je om te beginnen niet meeslepen in gemakkelijke antwoorden. Blijf genuanceerd denken; maak van je vijand geen duivel, maar weer een mens. Accepteer nooit dat het doden van anderen ‘een noodzakelijk kwaad’ is. We hebben nieuwe leiders nodig die zich realiseren dat je ontspanning bereikt door je in te leven in de andere partij.
In hoofdstuk 4 wordt de vraag opgeworpen in hoeverre een oorlog rechtvaardig kan zijn? Ter illustratie wordt de koloniale oorlog met Indonesië (1946 – 1949) opgevoerd. In 2022 bood premier Rutte de bevolking van Indonesië diepe excuses aan voor het door Nederland toegepaste geweld. De Haan is van mening dat ‘Mocht een oorlog rechtvaardig genoemd kunnen worden, dan moet zowel voor het doel als het middel geen alternatief mogelijk zijn’. Aardig om die stelling ook op te werpen in de discussie over de Russische oorlog met Oekraïne.
Aan het eind van het boek komt de Haan terug op de Russische inval in Oekraïne. Sinds die inval heb ik veel vrienden verloren, biecht hij op. “We begrijpen elkaar niet meer, we denken anders. Ik vergeet, zeggen ze, dat het in de echte wereld draait om macht. Er zijn nu eenmaal leiders met wie je niet kunt praten, of ze luisteren niet, of ze houden zich niet aan gemaakte afspraken. Ze zijn onbetrouwbaar. ‘Word wakker’, hoor ik ze zeggen. Maar ik ben wakker. En ik wil in zo’n wereld niet leven. Ik wil me niet neerleggen bij het idee dat de wereld nu eenmaal zo is. Ik geloof dat er een andere wereld mogelijk is: een wereld zonder bloedvergieten, zonder ‘sneuvelbereidheid’, zonder kanonnenvoer. Het zijn de politieke en militaire leiders die de oorlog voeren en ons als gewone mensen daarin meevoeren.”
Willem de Haan heeft een moedig boek geschreven. Goed dat hij zijn poot stijf houdt. Vrede als daad, schrijft hij, komt neer op het normale niet normaal vinden en het ondenkbare denkbaar. De epiloog rondt hij overtuigend af: ‘Een ander op bevel doden zonder vragen te stellen, dat is de kern van het militaire bedrijf. Ik weet dat we met weinig zijn. Ik hoor het ‘ja maar’ bijna elke dag. Toch denk ik dat we voor een andere weg kunnen kiezen. Door te denken in termen van verzoening in plaats van haat. Gek genoeg ben ik radicaler en milder geworden tegelijkertijd. Ik heb de wijsheid niet in pacht en de wereld is vele malen ingewikkelder dan ik in 1979 wist. Maar, ik kan er niks aan doen, ik denk nog steeds dat het fout is om een ander mens te doden. Ik denk nog steeds dat we ons moeten verzetten tegen oorlog en oorlogsvoorbereiding.’