Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Oorlog op de energiemarkt: crisis als verdienmodel

Gisteren
leestijd 3 minuten
640 keer bekeken
ANP-534243278

De energieprijzen schieten opnieuw omhoog door oorlogsdreiging rond Iran. Het trauma van 2022 zit nog vers in het geheugen. Toen schoot de gasprijs boven de 300 euro per megawattuur, huishoudens zagen hun rekeningen exploderen en het kabinet sprak over energie-onafhankelijkheid als existentiële noodzaak. Nu stijgt de Europese gasprijs in enkele dagen van ongeveer 32 naar ruim 55 euro per megawattuur. De reflex is dezelfde: haast, onzekerheid, politieke druk. En haast legitimeert beleid dat in rustiger tijden veel kritischer zou worden bevraagd. De terugkeer van biomassa als vermeende reddingsboei is daarvan het schoolvoorbeeld. Wat wordt gepresenteerd als pragmatische noodoplossing, blijkt bij nadere beschouwing vooral crisisbeleid dat structurele problemen maskeert.

Oorlog, markt en houtpellets
In 2022 piekte de Nederlandse import van houtpellets voor energiegebruik tot bijna 3 miljoen ton. Dat was geen toeval. Gas was extreem duur, kolencentrales moesten sluiten, leveringszekerheid stond bovenaan de agenda. Biomassa, bij- en meestook in bestaande centrales, bood een snelle uitweg.

Na de crisis daalde de import en ontstond het beeld dat biomassa op zijn retour was: maatschappelijk omstreden, politiek uitgefaseerd, ingehaald door wind en zon. Maar die lezing is te simpel. De piek en de daling waren geen helder beleidsmatig keerpunt, maar een reactie op uitzonderlijke marktomstandigheden.

Schommelingen in houtpelletimport volgen niet alleen klimaatbeleid. Ze volgen oorlog, handelsstromen en energieprijzen. Wanneer gas duur wordt, wint houtverbranding terrein. Wanneer de markt ontspant, neemt de kritiek weer toe.

Intussen heeft Europa de ambities voor hernieuwbare energie juist verhoogd. Onder RED III moet het tempo van uitrol ruwweg verdrievoudigen. Dat is geen afscheid van bio-energie, maar een herpositionering onder strengere voorwaarden. Biomassa blijft bovendien een substantiële factor: in 2024 is zij goed voor 34 procent van de hernieuwbare elektriciteit in Nederland — vergelijkbaar met wind en hoger dan zon. Het cruciale verschil: biomassa is regelbaar. In een systeem vol variabele bronnen is dat precies de eigenschap die in crisistijd weer aantrekkelijk wordt.

Juridische escalatie
Begin dit jaar bereikt het conflict rond biomassa een nieuw hoogtepunt. Comité Schone Lucht en Biofuelwatch dagen het kabinet en energiebedrijf RWE voor de rechter. Aanleiding is het gebruik van houtpellets uit Maleisië die mogelijk niet voldoen aan Nederlandse en Europese duurzaamheidscriteria.

De organisaties hebben bezwaar ingediend tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei om niet handhavend op te treden en om SDE++-subsidies te laten doorlopen. Zij vragen de voorzieningenrechter om onmiddellijke opschorting van subsidiebetalingen, omdat publieke middelen blijven stromen terwijl de milieuschade voortduurt. Daarnaast is aangifte gedaan tegen RWE wegens mogelijke overtreding van duurzaamheids- en subsidiewetgeving.

Het gaat hier niet om een formaliteit, maar om miljoenen aan publiek geld en om de geloofwaardigheid van klimaatbeleid.

De Nederlandse Emissieautoriteit stelde begin dit jaar vast dat het gebruikte certificeringssysteem kwetsbaar is: de afbakening van rest- en afvalhout is onvoldoende scherp, er wordt sterk vertrouwd op leveranciersverklaringen en er bestaat risico op misclassificatie van hout dat direct uit het bos komt. De conclusie is helder: het Nederlandse systeem dekt de beoogde duurzaamheid niet volledig.

De rekentruc van CO₂-neutraliteit
De kern van het debat is ongemakkelijk. Biomassa geldt als CO₂-neutraal omdat bomen theoretisch weer aangroeien. Maar die redenering schuift de tijdsfactor terzijde. De uitstoot vindt vandaag plaats; het herstel, als dat al gebeurt, duurt decennia. In die tussentijd warmt de aarde door en verdwijnen ecosystemen.

Toch wint biomassa in tijden van geopolitieke spanning telkens opnieuw aan aantrekkingskracht. Niet omdat de technologie ineens schoner wordt, maar omdat zij past in een politiek comfortabel frame: binnenlands, regelbaar, snel inzetbaar. Oorlog en onzekerheid maken dat frame onweerstaanbaar.

De echte les
Misschien stabiliseren de gasprijzen binnenkort weer. Misschien ebt de paniek weg. Maar de structurele vraag blijft: welke keuzes maken we onder druk?

Zolang elke geopolitieke schok biomassa opnieuw naar voren schuift als noodoplossing, zolang houtverbranding boekhoudkundig als klimaatneutraal wordt behandeld en zolang subsidies blijven doorlopen ondanks fundamentele twijfel over duurzaamheid, is er geen sprake van een stabiel energiebeleid, maar van crisismanagement.

Kritisch toezicht is geen luxe, maar een democratische plicht. Energiebeleid dat onder druk tot stand komt, verdient extra argwaan. Want in de schaduw van oorlog en stijgende gasprijzen kan een minder zichtbare vervuiling ongemerkt doorgroeien, betaald door ons allemaal.

Delen:

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor