
Deze toespraak werd vrijdagavond 18 september door burgemeester Marcouch is uitgesproken tijdens de herdenking van de Slag om Arnhem
Geachte aanwezigen,
17 september 1944.
Een oorverdovend bombardement, enkele uren later gevolgd door een hemel vol geallieerde parachutisten.
Duizenden jonge mannen vochten hier, aan de oevers van de Rijn, voor onze vrijheid.
Het had de laatste horde moeten zijn.
Maar Arnhem bleek een brug te ver.
De harde realiteit was een stad in puin. En ruim 100.000 stadsgenoten die door de Wehrmacht werden gedwongen om huis en haard te verlaten.
De bevrijding bleef uit, de hongerwinter wachtte.
Naarmate we verder trekken in de tijd, verandert onze herinnering aan de Slag om Arnhem en aan de evacuatie die volgde.
Ooggetuigen van wat zich toen voltrok, ontvallen ons. Maar hun verhalen en lessen wijzen ons de weg.
Een van die ooggetuigen was Christianus Matser, metselaarszoon uit Klarendal, en wederopbouwburgemeester van onze stad.
Hij erfde een zwaar gehavend Arnhem. Verlaten, ten prooi gevallen aan een nietsontziende onderdrukker die zijn macht boven de mens plaatste.
Deze kerk was een ruïne. Van de rechtbank hiernaast stond nog slechts een enkele pilaar overeind. De democratische rechtstaat was op non-actief gezet.
Maar voor Matser symboliseerden de Eusebiustoren en de zuil, hoe gehavend ook, juist zijn geloof in de democratische rechtsorde.
Hij ervoer van dichtbij wat er kan gebeuren als de macht het wint van de mens. En leerde daarvan zijn belangrijkste les: de democratische rechtstaat is de scheidslijn tussen beschaving en barbarij.
Het beschermen van die scheidslijn beschouwde hij als zijn eigen opdracht, en die van de generaties die hem zouden volgen.
Tegen bestuurders en overheden na hem zei hij: het beschermen en onderhouden van de democratische rechtsstaat is uw dagelijkse taak. Het vraagt uw voortdurende aandacht.
Matser heeft die aansporing prachtig verbeeld in een glas-in-loodraam van de burgemeesterskamer.
Links de verwoesting van de oorlog, rechts de herrijzenis van de stad. En in het midden de Eusebiustoren, met in haar boezem de kapotgeschoten pilaar van de rechtbank.
Een hoopvolle boodschap en waarschuwing in één.
Niet voor niets staan we juist op deze plek stil, ieder jaar opnieuw. We eren de veteranen en brengen een ode aan de democratische rechtstaat.
Geachte aanwezigen,
In de lessen van Matser ligt onze opdracht. Vandaag misschien wel meer dan ooit.
De strijd die hier is gevoerd, en de daaropvolgende wederopbouw van land, democratie en rechtstaat, leverden Arnhem, Nederland en Europa een periode op van langdurige vrede, welvaart en groei.
Anno 2026 moeten we constateren dat die verworvenheden steeds verder onder druk staan.
Democratische waarden worden van binnenuit en van buitenaf bedreigd. Hybride en fysieke dreigingen stellen onze samenleving op de proef.
De Russische agressie op ons continent houdt inmiddels alweer ruim viereneenhalf jaar aan. De strijd voor vrijheid die ooit hier woedde, wordt nu gevoerd door de Oekraïners.
Maar ook dichtbij huis wordt onze democratie onder vuur genomen. Nog geen dag geleden werden gemeenteraadsleden en bestuurders gedwongen te schuilen voor geweld.
Het zijn alarmerende signalen.
Steeds opnieuw, steeds nadrukkelijker.
Beste aanwezigen,
Ons enige antwoord hierop is grenzen stellen, en het versterken van onze democratische rechtsorde. Te beginnen bij kinderen en jongeren. Vanaf de wieg.
We moeten daar veel meer werk van maken. Want dáár beginnen vrede en vrijheid: bij opvoeding en onderwijs in democratische waarden en normen.
Jongeren kunnen nog voor hun 18e jaar leren autorijden. Maar wie leert ze de belangrijkste vaardigheid van allemaal: burger zijn in een democratische rechtsstaat?
In Arnhem werken we daar hard aan, vanuit een rotsvast geloof en overtuiging in onze democratische waarden en normen. We leren onze jongeren de theorie en praktijk van de democratische rechtsorde.
Op scholen. In de Pedagogische Wijk. Met het programma The Citizens. We leren jongeren spreken, luisteren en andere meningen respecteren. We leren ze burger zijn.
We verdiepen ons in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en spreken over hedendaagse dreigingen.
Samen met Arnhemse jongeren en opvoeders bezocht ik dit jaar plaatsen waar historische waarschuwingen luid en duidelijk klinken: Westerbork. Auschwitz. Srebrenica.
In Auschwitz leerden we van de Joods-Italiaanse schrijver Primo Levi. Hij schreef:
‘It happened, therefore, it can happen again… it can happen anywhere’.
Geachte aanwezigen,
Kan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog zich herhalen?
Herkennen we de waarschuwingen in onze eigen tijd wel voldoende?
Die vragen brengen ons bij de kern van ons herdenken.
Bij onze individuele en collectieve plicht om iedere dag opnieuw te ijveren voor vrede en vrijheid. Om onze democratie te onderhouden en te beschermen. Door onze kinderen op te voeden in vrede. Door hen democratie voor te leven.
Alleen dan kunnen we spreken van ‘nooit meer’.
En alleen zo eren we al die geallieerde jonge mannen die hier nooit eerder geweest waren, maar toch hun leven gaven voor de bevrijding van Arnhem, van Nederland, van Europa.
Aan hen zijn we schatplichtig.
Maar ook aan onszelf, de Arnhemmers van nu. En aan onze kinderen en kleinkinderen. Wat voor wereld laten wij hen na?
Beste aanwezigen,
In 1944 moesten ruim 100.000 Arnhemmers gedwongen evacueren.
In 2026 leven we in een wereld waarin miljoenen mensen ontheemd zijn.
Of op de vlucht.
Voor oorlog en vervolging, voor honger en armoede. Voor een machthebber die zich boven hen, boven de mens, heeft geplaatst.
Zij zijn vluchteling, maar worden te vaak tot indringer gemaakt.
Arnhem is bondgenoot van hen die een veilig heenkomen zoeken.
Omdat wij beseffen wat het is om geen andere keus te hebben dan te vluchten omdat je leven bedreigd wordt door oorlog.
Omdat wij leren van de ooggetuigen van toen.
Van burgemeester Matser.
Van Kiek Bierman en Thea Bouhuijs.
Van John Frost.
Van de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog die vandaag bij ons zijn.
Zij inspireren ons tot op de dag van vandaag om op te staan voor onze democratische rechtstaat.
Zij zijn de reden waarom we vandaag als bondgenoten onze vlaggen hijsen. Waarom we schouder aan schouder al die jonge mensen eren die het hoogste offer brachten voor onze vrijheid.
Waarom we iedere dag opnieuw het werk doen vanuit ons gedeelde geloof in de democratische rechtstaat. Voor vrede, waar ook ter wereld.
Het is een les die ik ooit leerde van Arnhem-veteraan Sir Wilf Oldham. Hij vertelde me: het beste dat jullie kunnen doen is investeren in vrede, zodat er geen jonge mensen onnodig hoeven te sterven aan het front.
Laat dát ook een boodschap zijn aan onze regering.
Want nooit meer, is nu.
Dank u wel.