Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Ons onderwijs verdient meer betrokkenheid van lokale overheden

Gisteren
leestijd 4 minuten
432 keer bekeken
ANP-350775237

In december 2025 bevestigde het Centraal Planbureau (CPB) andermaal iets dat we, helaas, eigenlijk allang weten: de miljarden aan onderwijssubsidies die sinds 2022 zijn verstrekt ten behoeve van versterking van de basisvaardigheden sorteren (nog) geen meetbaar effect. De onderzoekers stellen dat ze ‘geen systematische effecten vinden op leerprestaties in het basis- en voortgezet onderwijs’. Deze conclusie is geen unieke gebeurtenis: al eerder is door onder andere de Algemene Rekenkamer vastgesteld dat het in veel gevallen volstrekt onduidelijk is waar onderwijsgeld aan wordt besteed, laat staan of het effectief en doelmatig is. Ook hier wringt weer het perverse financieringsmodel binnen het onderwijs waar onder andere de  SP al langer en vaker op wijst: lumpsum-financiering in combinatie met incidentele miljardeninjecties.

De apathische ontvangst van het CPB-bericht is wellicht de tamelijk cynische verbeelding van de status quo in het onderwijsveld. Mijn indruk is dat het voor kennisgeving wordt aangenomen, de schouders op worden gehaald en over wordt gegaan tot de orde van de dag. Wat zegt dit over het eigenaarschap van ons (funderend) onderwijs? Wat zegt dit over de politieke verantwoordelijkheid over ons onderwijs? En wat zegt dit over de democratische controle op de besteding van gemeenschapsgeld binnen dat onderwijs?

Alleen al het feit dat deze vragen gesteld moeten worden, laat zien dat we hier te maken hebben met een ronduit problematische situatie. Ons onderwijs is de facto geprivatiseerd en de politiek heeft zichzelf op afstand geplaatst. En dat wreekt zich, zeker nu, in een tijd waarin de problemen binnen het onderwijs zich opstapelen en het systeem in zijn voegen kraakt: 33% van de 15-jarigen is functioneel analfabeet. 75% van de 2e klas vmbo-leerlingen haalt het referentieniveau voor rekenen (1F) niet. De leerprestaties dalen, ook in internationaal perspectief, en tegelijkertijd is de besteding van miljarden aan onderwijsgeld ongewis.

Als leraar en lokaal volksvertegenwoordiger voor de Arnhemse SP heb ik de afgelopen jaren geprobeerd om deze problematiek juist ook op lokaal niveau aan de orde te stellen – iets dat in mijn ogen veel te weinig gebeurt. Lokale politici en bestuurders verschuilen zich al te snel achter het credo ‘daar gaan wij niet over’, maar miskennen daarmee de ernst van de situatie. Uiteraard weet ook ik dat de formele bevoegdheden op lokaal niveau zich richten op onderwijshuisvesting, een niet onbelangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs. De vraag is echter of het lokale bestuur niet veel meer haar informele macht moet gebruiken om de eerder geschetste problemen aan de kaak te stellen. De lokale overheid – in casu: de wethouder belast met de portefeuille onderwijs – is immers dé democratisch gelegitimeerde bestuurslaag die het dichtst bij de feitelijke eigenaren van ons onderwijs, namelijk de schoolbesturen, staat. Op lokaal niveau worden bestuurlijke gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt. Er worden onderwijsagenda’s afgesproken. En uiteraard vloeit er geld vanuit de lokale begroting naar schoolgebouwen in de desbetreffende gemeente. Dit alles rechtvaardigt een nauwere betrokkenheid met de inhoud, kwaliteit en bestedingen binnen ons onderwijs dan momenteel het geval is. Hoe kunnen we immers naar de inwoners van een dorp, stad, gemeente of Nederland als geheel verantwoorden dat miljarden aan gemeenschapsgeld binnen het onderwijs onduidelijk en/of inefficiënt gebruikt worden? Hoe kunnen we verantwoorden dat de democratische controle op de besteding van dit gemeenschapsgeld flinterdun geworden is? En hoe lang nog kunnen we volhouden dat de politiek – landelijk, maar ook lokaal – zich verschuilt achter formele bevoegdheden en weigert in te grijpen terwijl de situatie hier overduidelijk om vraagt?

Helaas heb ik zelf de afgelopen jaren in de Arnhemse politiek ervaren dat er een bestuurlijke reflex bestaat om snel te roepen ‘hier gaan wij niet over’. De ernst van de situatie in het onderwijs wordt weliswaar vaak met de mond beleden, maar op concrete acties die buiten het formele boekje gaan heb ik de verantwoordelijk wethouder niet kunnen betrappen. En van collega-raadsleden heb ik ook weinig steun mogen ontvangen. Deze algehele lethargie als het gaat om de lokale democratische controle op ons onderwijs werd, in Arnhem, het meest concreet en zichtbaar toen in Arnhem een Onderwijsagenda 2023-2027 werd vastgesteld door de wethouder en de onderwijsbesturen. Met de nadruk op besturen. Het woord ‘docent’, ‘leraar’ of ‘leerkracht’ komt immers exact 0x voor in deze Onderwijsagenda. De Arnhemse Onderwijsagenda is dan ook veeleer een Bestuursagenda geworden, die een reflectie vormt van de ideeënwereld in het lokale (onderwijs)bestuursnetwerk. Ondanks mijn inspanning dit te veranderen, hield de wethouder – geruggesteund door de onderwijsbesturen – voet bij stuk. De rest van de gemeenteraad stond erbij en keek ernaar.

De gemeenteraadsverkiezingen 2026 zijn achter de rug. Momenteel worden vele (nieuwe) raadsleden geïnstalleerd. Ongetwijfeld zullen er op lokaal niveau zogeheten “inwerkprogramma’s” worden aangeboden, waarin wordt uitgelegd hoe de (formele) lokale verantwoordelijkheden ten aanzien van het onderwijs geregeld zijn. Maar mijn oproep aan al die lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders is van een andere aard: vraag jezelf niet af waar je als lokale politiek formeel over gaat, maar vraag jezelf waar je als lokale politiek over zou moeten gaan. En handel daar vervolgens naar. Ons onderwijs verdient het.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor