
In mijn kinderjaren lag de VARAgids elke week op de mat. Mijn favoriete onderdeel was de vertaalde strip Blondje, over haar leven met haar man Desiderius. Dit is een van de langstlopende Amerikaanse krantenstrips, die in 1930 werd gestart door Chic Young, met Blondie en Dagwood Bumstead in de hoofdrol.
In de jaren zestig besloot de VARA met de strip te stoppen. De progressieve, linkse omroep botste met het traditionele rollenpatroon. Desiderius werkte, terwijl Blondje shopte en het huishouden deed. Volgens boze brieven van lezers hoorde zo'n rolbevestigende strip niet thuis in een vooruitstrevende gids.
Eigenlijk was Desiderius een sullige, hardwerkende man die op zijn werk werd gecommandeerd door zijn baas. 's Avonds kwam hij doodmoe thuis om op de bank te liggen en zich te verliezen in het verorberen van gigantische sandwiches. De ultieme uitgebluste burger, klem in het systeem. Hij toonde openlijk zijn emoties en zocht vaak steun bij Blondje. Hij was een antiheld, een gewone man in wie lezers hun eigen dagelijkse beslommeringen en machteloosheid herkenden.
Ik vond het destijds ook heel normaal. Mijn vader, een hardwerkende kleine zelfstandige tuinman, kwam ook altijd doodmoe thuis om met zijn pijnlijke botten een uur voor de kachel te gaan liggen slapen.
De strip verdween omdat hij vrouwonvriendelijk zou zijn, maar achter de voordeur was Blondje de baas. Zij runde immers het onzichtbare management van het hele huishouden.
In 1970, introduceerde het weekblad Libelle een eigen Nederlandse antiheld: Jan, Jans en de kinderen van Jan Kruis. Ook Jan Tromp is onhandig en soms een driftkikker. Niemand luistert naar hem, behalve de rode kater. Hoewel de strip door de decennia heen modern oogde met de introductie van mensen met verschillende achtergronden en het gebruik van de pc en de mobiele telefoon, bleef Jan in de kern een ouderwetse sukkel.
In diezelfde jaren zeventig kwamen er in de stripwereld rauwe, maatschappijkritische tegenreacties.
De Amerikaanse undergroundtekenaar Robert Crumb schopte tegen de gevestigde orde met cynische, neurotische en door seks geobsedeerde figuren. Hij tekende geen brave gezinnen, maar dominante amazones. Crumb portretteerde zichzelf als een zwaarbrillend kruiperig, miezerig, seksbelust mannetje. Denk aan Fritz the Cat en Mr. Natural.
In Frankrijk brak de vrouwelijke striptekenaar Claire Bretécher door met haar satirische tekenwerk. Cellulite, een van de eerste antiheldinnen, een magere, niet zo'n aantrekkelijke prinses op zoek naar een echtgenoot. In De Frustraten, dat in 1973 verscheen, fileerde zij de linkse burgerij, die de mond vol had van emancipatie en marxisme. Maar in de praktijk vastzat in ouderwets eigenbelang.
De mannen in haar strips praatten graag over feminisme, maar konden thuis hun eigen sokken niet eens vinden.
Bretécher stopte in 1981 met de reeks De Frustraten. Ze had de weg geplaveid voor latere vrouwelijke autobiografische tekenaars als Gerrie Hondius, Barbara Stok en Maaike Hartjes.
Het blijft vreemd dat de man juist in een tijd van structurele vrouwenonderdrukking zo sloom en passief werd neergezet. Vaak was die onhandigheid simpelweg een overlevingsstrategie, een vorm van bewuste incompetentie: 'Ik snap het huishouden nu eenmaal niet.' De man kan zogenaamd niet schoonmaken. Maar ondertussen zie je diezelfde man in het weekend wel urenlang zijn eigen auto in de was zetten. Met allerlei speciale middeltjes, potjes en doeken staat hij te wrijven tot de lak glimt. Voor het glaswerk heeft hij weer andere, niet-krassende middelen. Ook de racefiets krijgt een speciale behandeling.
Deze aangeleerde onhandigheid was en is een privilege. Ze zorgde ervoor dat de loodzware zorg- en regeltaak geruisloos op de schouders van de vrouw bleef rusten.
Figuren als Desiderius en Jan Tromp vormden een makkelijke blikvanger: de arme, luie man die onder de pantoffel staat. Door om die sulligheid te lachen, kon de juridische en financiële onderdrukking van de vrouw buiten beeld blijven. Terwijl de man comfortabel de boel de boel liet, hield de vrouw achter de schermen de wereld draaiende. 'Is er nog brood? Waar liggen de pleisters? Hebben we een koortsthermometer?'
Vandaag de dag zien we in de zogenaamde manosfeer een nostalgische roep om de terugkeer van traditionele rolpatronen. Men verlangt terug naar de tijd waarin de pikorde helder was. Moderne manfluencers profileren zich het liefst als dominante spierbonken die de absolute controle hebben.
Maar wie de stripgeschiedenis openslaat, ziet de waarheid. De traditionele man waarnaar zij zo terugverlangen, was geen toonbeeld van macht en controle, maar een Desiderius die onder het juk van zijn baas dwangmatig sandwiches wegwerkte en een Jan Tromp die machteloos tegen de muren van zijn rijtjeshuis schreeuwde.