
Dat de Olympische Spelen naar Thialf komen, is goed nieuws. Voor Gemeente Heerenveen. Voor Fryslân. En eigenlijk voor heel Nederland. Het zet onze provincie internationaal op de kaart. Het laat zien dat we hier over een accommodatie beschikken waar de absolute wereldtop thuis is. Daar mogen we best trots op zijn. Maar trots mag nooit betekenen dat we stoppen met kritische vragen stellen.
Want achter de feestelijke aankondigingen zit ook een andere harde werkelijkheid. Thialf draait misschien beter dan een aantal jaren geleden, maar de gemeente Heerenveen en de provincie Fryslân betalen nog altijd ieder jaar mee om de begroting sluitend te krijgen. Samen gaat het om ruim €750.000 per jaar.
Tegelijkertijd hebben Provinciale Staten en gemeente Heerenveen al langere tijd geen kwartaalcijfers meer ontvangen. Daardoor is het lastig om goed te beoordelen hoe Thialf er financieel echt voor staat en of de positieve berichten ook terug te zien zijn in de cijfers. Juist als de provincie en gemeente Heerenveen financieel verantwoordelijk zijn, hoort daar ook volledige openheid en transparantie bij.
Dat is geld dat in dezelfde periode niet beschikbaar is voor andere keuzes. Juist nu gemeenten moeten bezuinigen op jeugdzorg, de Wmo en andere voorzieningen waar inwoners iedere dag van afhankelijk zijn.
De vraag is daarom niet of we blij moeten zijn met de Olympische Spelen. Die blijdschap is er. De vraag is wie uiteindelijk profiteert. Levert dit vooral extra omzet op voor hotels, horeca en grote bedrijven? Of merkt ook de inwoner die nu langer moet wachten op zorg of ondersteuning er straks iets van?
Daar komt nog iets bij. Voor de Olympische Spelen wordt opnieuw fors geïnvesteerd. Het Rijk draagt €30 miljoen bij, de provincie €5 miljoen en de gemeente Heerenveen €2,5 miljoen.
Dat laat zien dat iedereen de waarde van Thialf erkent. Maar als heel Nederland straks trots is op de Olympische Spelen in Heerenveen, waarom blijft de structurele rekening dan zo nadrukkelijk bij één provincie en één gemeente liggen?
Thialf is allang geen regionale ijsbaan meer. Het is het nationale schaatsstadion. De plek waar olympische kampioenen worden geboren, waar wereldrecords worden gereden en waar Nederland zich aan de wereld laat zien.
Nationale trots vraagt ook om nationale verantwoordelijkheid. Als Thialf een visitekaartje van Nederland is, dan hoort de structurele financiering niet vooral op de schouders van Provincie Fryslân en gemeente Heerenveen terecht te komen. De lusten én de lasten moeten gelijkwaardig en dus ook eerlijk worden verdeeld.
Want pas dan kunnen we met recht zeggen dat de Olympische Spelen niet alleen een feest zijn voor Nederland, maar ook een eerlijk feest zijn voor de inwoners die er al jaren aan meebetalen.