
In Rotterdam dreigt het doek te vallen voor een mooi innovatief experiment: de Floating Farm. Dit dankzij de ongelooflijke bureaucratie waarin we in Nederland verzeild zijn geraakt. Alsmede de dogmatische denkwijze van een partij die juist innovatie voorstaat en dierenleed bestrijdt.
Ik moet toegeven dat ik niet objectief ben. Ik ken de mensen die dit initiatief runnen, ik ben er vaste klant en de mate van innovatie past precies in mijn denkwijze. Verbouw voedsel waar het gegeten wordt, geef dieren een goed leven en waardevolle voeding, gebruik geen medicijnen of kunstgrepen om dieren buitenproportioneel te laten presteren en breng de natuur dichter bij de mensen.
Floating Farm is eigenlijk een groot drijvend platform dat ligt aangemeerd in een haven van mijn hometown Rotterdam en is verbonden met een klein stukje land met een weilandje en een winkel. Het platform bestaat uit drie verdiepingen. Het bovenste dek is een koeienstal waar de koeien vrij rondlopen en via een loopbrug ook naar buiten kunnen. Daaronder is een grote kaasfabriek waar diverse soorten prijswinnende kaas worden gemaakt van de melk van de koeien. En daaronder is een hightech kas waar kruiden en eetbare bloemen worden verbouwd.
De vloer onder de koeien is ook hightech. Anderhalf jaar oud, van Duitse makelij en volgens een vakblad emissiearm, maar niet in Nederland gecertificeerd.
De vorige vloer was dat wel, maar was een slecht product. Hij ging bobbelen en de robot die de mest verzamelde en netjes scheidde in vaste en vloeibare mest, kapte er voortdurend mee.
Minke van Wingerden, een van de initiatiefnemers, vertelde me dat ze met de nieuwe vloer metingen hadden gedaan waaruit een emissiereductie van 60 procent bleek. Maar dat was voor de DCMR, de dienst die de milieuwetgeving in de gaten moet houden, niet goed genoeg. Er moest een certificaat komen.
Vanaf 18 augustus mocht de DCMR gaan handhaven. Drie controles konden de Farm in totaal 24.000 euro aan dwangsommen kosten. Te veel voor een Farm die met veel enthousiasme, vrijwilligers en donaties dit experiment gaande houdt.
Dus: vloer emissiearm, metingen goed, maar geen Nederlands certificaat. Regels zijn regels. Weg met die koeien.
De Duitse vloerbouwer zegt: “Ja, Nederland wijzigt elke keer zijn regels. Een certificaat is superduur, dus wij kunnen u niet helpen.”
Er speelt nog iets anders mee. De Partij voor de Dieren in de Rotterdamse en Schiedamse gemeenteraad heeft dit juweeltje van innovatie uitgekozen om haar ergernis over de melkindustrie lucht te geven. De Partij voor de Dieren, waarvoor ik overigens grote sympathie heb, vond de Farm een mooi doelwit voor acties, demonstraties en een optreden in de gemeenteraad.
Natuurlijk ben ik ook tegen koeien die hun hele leven geen daglicht zien, vol antibiotica worden gestopt en worden gefokt en gevoerd om, zoals bij de Floating Farm slechts zesduizend maar negen-, tien- of nog meer duizend liter melk per jaar te produceren.
Maar om daarvoor uitgerekend een vriendelijk initiatief als de Floating Farm uit te kiezen? Tijdens een demonstratie werd geroepen: Dieren op een vlot, dat is te zot. Ja. Dat is redelijk zot, ja.
De Partij voor de Dieren noemde het vertrek van de koeien inmiddels “enorm goed nieuws” en “een einde aan dierenleed”. Terwijl het Rotterdamse college zelf zegt geen aanwijzingen te hebben dat de koeien hinder ondervinden van het feit dat hun stal drijft.
Maar er speelt nog iets. Floating Farm moest hier sowieso op termijn verdwijnen. Niet omdat het Havenbedrijf de haven nodig heeft. Integendeel. De Merwehaven wordt onderdeel van M4H, een enorm nieuw woon-werkgebied. Er moeten duizenden woningen komen, naast bedrijven en voorzieningen. Een gebied bovendien dat zichzelf graag presenteert als een plek voor innovatie en de nieuwe duurzame economie.
En daar zit de wrange grap. Hogeschool Rotterdam omschreef M4H nog als een toekomstgericht, klimaatbestendig stadsdeel, nota bene “met de Floating Farm als startpunt”. Het Makers District moet een plek worden voor ondernemers en kennisinstellingen die werken aan uitvindingen voor de nieuwe duurzame economie. Kennelijk hoort een experimentele drijvende boerderij daar niet bij.
Rotterdam stuurt zijn Burgerberaad Klimaat naar de Floating Farm om te leren hoe de stad zich kan aanpassen aan klimaatverandering. Oprichter Peter van Wingerden krijgt dit voorjaar nog een koninklijke onderscheiding, mede voor zijn innovatieve werk. En een paar maanden later vertrekken de koeien.
Dat is Nederland soms ten voeten uit. We willen innovatie, maar wel gecertificeerd. We willen experimenten, zolang ze binnen bestaande regels passen. We willen de nieuwe duurzame economie, maar zodra de vierkante meters meer waard worden voor woningen, moet het experiment wijken.
En ondertussen discussiëren we over een Duitse vloer die aantoonbaar doet waarvoor hij bedoeld is, maar niet het juiste Nederlandse papiertje heeft.
Minke: “Hoe cynisch in de week dat de sluizen dichtgaan vanwege de extreem lage waterstand laten ze de eerste klimaatadaptieve boerderij zinken.”
Deze week vertrokken de koeien per trailer. Nou maar hopen voor de Partij voor de Dieren dat ze het daglicht na die tocht ooit nog zien.