Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Nederland straft vrouwen voor het hebben van een baarmoeder

Gisteren
leestijd 6 minuten
983 keer bekeken
ANP-512251825

Ik ben geboren met een baarmoeder. Daar heb ik niet om gevraagd, daar heb ik niet voor gekozen en daar kan ik precies niets aan veranderen. Wat ik wel heb gekozen is een kind willen krijgen. Dus zit ik tegenover de gynaecoloog, naast mij mijn man, terwijl ik opnieuw mijn eigen lichaam verdedig. Niet omdat ik ziek ben, niet omdat er iets mis is, maar omdat een getal op de weegschaal bepaalt of ik moeder mag worden. Vijf jaar lang heb ik door hoepels gesprongen: diëtisten, leefstijlinterventies, medicatie die mijn lichaam ongezonder maakt om het slanker te maken. Vijf jaar waarin mijn man, die trouw naast mij zat en gestaag aankwam, nooit ook maar één keer naar zijn gewicht werd gevraagd.

Eind 2025 mocht ik eindelijk starten met ovulatieopwekkers. Niet omdat ik genoeg was afgevallen, maar omdat een gynaecoloog bereid was te kijken naar míj in plaats van naar een cijfer. Nu, begin 2026, lees ik dat het kabinet-Jetten het maximumdagloon voor de zwangerschapsuitkering met twintig procent wil verlagen. Het gevolg: tienduizenden vrouwen leveren straks tot negenduizend euro in op hun zwangerschapsverlof, de uitkering die bedoeld is om te herstellen van het dragen en baren van een kind. Het CNV noemt het een bevalboete. Ik noem het de zoveelste bevestiging van iets wat feministen al decennia zeggen: Nederland straft vrouwen voor het feit dat zij degenen zijn die kinderen dragen.

De participatiesamenleving en haar dubbelzinnige belofte
Nederland is verschoven van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. Meer voor elkaar zorgen, meer eigen verantwoordelijkheid. Op zich een begrijpelijk idee, maar er is niet goed over nagedacht. Want participeren kan je niet als tegelijkertijd van je verwacht wordt dat je financieel onafhankelijk bent en economisch vol meedraait.

In de praktijk betekent het: fulltime blijven werken, maar ook voor je ouders zorgen, want de bevolking vergrijst en de wachtlijsten in de ouderenzorg zijn eindeloos. Mantelzorgen. Vrijwilligerswerk. Het huishouden draaiende houden. Als je een vrouw bent komt daar bovenop: de kinderen dragen, baren en het leeuwendeel van de zorg op je nemen in de eerste maanden. Dit alles terwijl het zwangerschapsverlof zestien weken duurt, straks niet eens meer volledig betaald. Tegelijkertijd maakt het kabinet het ouderschapsverlof financieel nog onaantrekkelijker.

Ik snap dat mensen kiezen om geen kinderen te nemen. De participatiesamenleving vraagt alles en geeft steeds minder terug. Je moet werken, zorgen, participeren. Als je het dan ook nog waagt om voort te planten, word je daarvoor gestraft. Niet omdat je iets verkeerd doet, maar omdat je geboren bent met een baarmoeder. Daar ga je dan, met je participatiesamenleving. Wie moet er straks eigenlijk nog participeren, als niemand meer kinderen krijgt?

De moderne actualiteit van 50 jaar geleden
Voor mijn intersectionele onderzoekspaper over het BMI-beleid in de Nederlandse fertiliteitszorg las ik Of Woman Born van Adrienne Rich. Het boek, oorspronkelijk gepubliceerd in 1976, maakt een onderscheid dat mij niet meer loslaat: dat tussen moederschap als ervaring en moederschap als institutie. De ervaring is persoonlijk, lichamelijk, intiem. De institutie is het geheel van normen, verwachtingen en machtsstructuren dat bepaalt hoe vrouwen móeten moederen. Óf zij mogen moederen, zou ik eraan toevoegen.

Wat mij boos maakte toen ik het boek las, wat mij nu nog bozer maakt, is dat dit een tekst is van bijna vijftig jaar oud die je direct op de Nederlandse samenleving van 2026 kunt leggen. De feministische golven hebben ons stemrecht, arbeidsmogelijkheden en op papier gelijke rechten gegeven, maar de fundamentele ongelijkheid is onveranderd: het vrouwenlichaam draagt, baart en wordt daarvoor institutioneel benadeeld. De vrijheid die wij als vrouwen hebben gekregen is schijnvrijheid zolang de prijs van voortplanting, lichamelijk, financieel en professioneel, eenzijdig bij ons wordt gelegd.

Het BMI-beleid: een getal dat over je lichaam beslist
In mijn onderzoek analyseerde ik hoe het BMI-beleid in de Nederlandse fertiliteitszorg functioneert als een machtsstructuur. Vrouwen met een BMI boven een bepaalde grens worden uitgesloten van behandelingen als IVF en ovulatieopwekkers, ongeacht hun individuele gezondheid. Mijn eigen casus illustreert dit pijnlijk. Ik heb Polycystic Ovarium Syndroom. Door verhoogde androgenen bouw ik sneller spiermassa op. Ik ben fitter dan ooit, mijn bloedwaarden zijn goed, mijn diëtist en sportcoach zijn tevreden, maar mijn BMI is te hoog. Dát getal, niet mijn gezondheid, bepaalt of ik mag beginnen aan een vruchtbaarheidsbehandeling.

Het perverse is dat de ‘oplossingen’ die het systeem aanbiedt mijn gezondheid ondermijnen. Medicatie die het hongergevoel onderdrukt maar maagzuur, misselijkheid en slaapverstoringen veroorzaakt. Een diëtist die gekscherend voorstelde te stoppen met sporten, want dan valt die zware spiermassa er vanzelf af. Mijn al gezonde lichaam wordt ongezonder gemaakt, maar het getal op de weegschaal gaat omlaag. Dat is blijkbaar wat telt.

Ondertussen zat mijn man elke zes maanden trouw naast mij bij de fertiliteitspoli. Hij kwam gestaag aan. Niemand die er ooit iets over zei. Het is exact wat de zorgethica Joan Tronto privileged irresponsibility noemt: wie de macht heeft, hoeft de gevolgen niet te dragen. De wensvader hoeft niet af te vallen. Beleidsmakers ervaren niet de jarenlange uitsluiting. Het systeem draait gewoon door.

De bevalboete: het volgende hoofdstuk van dezelfde geschiedenis
Nu is er dus de bevalboete. Omdat de zwangerschapsuitkering onder de Wet Arbeid en Zorg valt, betekent de verlaging van het maximumdagloon dat vrouwen met een midden- of hoog inkomen straks geen honderd procent meer doorbetaald krijgen tijdens hun zwangerschapsverlof. Volgens het CNV worden jaarlijks minimaal 25.000 vrouwen getroffen. Een vrouw met een bruto inkomen van 6.700 euro per maand levert over vier maanden zwangerschapsverlof 5.200 euro in. Wordt zij eerder ziek door haar zwangerschap, dan kan dat oplopen tot meer dan 9.000 euro.

Laat die bedragen even bezinken. Negenduizend euro. Omdat je zwanger bent. Omdat je lichaam doet waarvoor het biologisch is uitgerust. Omdat jij degene bent die het kind draagt. Niet je partner.

Want dat is de kern. Dezelfde kern als bij het BMI-beleid. Het vrouwenlichaam wordt exclusief verantwoordelijk gehouden voor de voortplanting én draagt eenzijdig de consequenties. Eerst moet het voldoen aan normen om überhaupt toegang te krijgen tot zorg. Als het dan zover is, wordt het financieel gestraft voor de tijd die nodig is om te herstellen van wat het heeft doorgemaakt.

Als mannen kinderen zouden baren
Ik stel de vraag die ik eigenlijk niet meer zou hoeven stellen, maar die helaas urgent blijft: als mannen degenen waren die kinderen droegen en baarden, zou dit dan de realiteit zijn?

Zouden mannelijke lichamen worden onderworpen aan een BMI-grens voordat zij toegang krijgen tot fertiliteitsbehandelingen? Zou de overheid de zwangerschapsuitkering verlagen als dat betekent dat duizenden mannen financieel geraakt worden tijdens hun herstel na een bevalling? Zou ouderschapsverlof maar voor zeventig procent worden doorbetaald als het meerderheid-mannelijke lichamen betrof?

Ik vermoed van niet. Niet omdat mannen beter zijn, maar omdat de samenleving is gebouwd rondom hun lichamen als norm. Alles wat afwijkt, van menstruatie en zwangerschap tot bevalling en de menopauze, wordt behandeld als uitzondering, als risico, als iets waarvoor vrouwen zelf de prijs betalen. Vrouwen hebben in Nederland anno 2026 nog steeds niet dezelfde kansen. Niet omdat de wet dat zegt, maar omdat het hele systeem is ingericht op een lichaam dat niet zwanger wordt.

Wie baart er straks nog?
Ik schrijf dit niet als slachtoffer. Ik schrijf het als vrouw die boos is. Boos op een systeem dat mij vijf jaar heeft laten wachten op de kans om moeder te worden. Een systeem dat nu nieuwe barrières opwerpt voor de vrouwen die na mij komen. Boos op een kabinet dat een bevalboete invoert in een land dat zichzelf progressief noemt. Boos op een zorgstelsel dat gezondheid reduceert tot een getal en mijn gespierte, fitte lichaam labelt als probleem.

De geboortecijfers in Nederland dalen al jaren. Dat is geen mysterie. Het is het logische gevolg van een participatiesamenleving die voortplanting behandelt als een individueel probleem in plaats van als een collectieve verantwoordelijkheid. Een samenleving die van vrouwen verwacht dat ze werken, zorgen, baren én inleveren, alles tegelijk op eigen kracht. Die samenleving vraagt zich vervolgens af waarom er steeds minder kinderen worden geboren.

Adrienne Rich schreef er bijna vijftig jaar geleden over. Het feit dat haar woorden in 2026 niets aan kracht hebben verloren is een aanklacht. Niet tegen haar, maar tegen ons. Zolang wij het als normaal accepteren dat het vrouwenlichaam alle risico’s en kosten van voortplanting draagt, zolang wij een systeem in stand houden waarin een man niet hoeft af te vallen maar een vrouw wel, zolang wij beleid maken dat zwanger zijn financieel bestraft, zolang is de gelijkheid die de feministische golven ons hebben gegeven niet meer dan schijn.

Het is 2026. Het wordt tijd dat Nederland stopt met vrouwen te straffen voor het hebben van een baarmoeder. Want als we zo doorgaan, is er straks niemand meer om voor te participeren.

Zuzanne du Preez studeert aan de Universiteit voor Humanistiek en schreef een intersectionele zorgethische analyse over het BMI-beleid in de Nederlandse fertiliteitszorg. Dit opiniestuk is gebaseerd op haar onderzoek en persoonlijke ervaringen.

Delen:

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor