
Een noodzakelijke productiviteitsverhoging komt niet door alleen meer uren te gaan werken.
VVD-fractievoorzitter Brekelmans vindt dat Nederlanders meer uren zouden moeten werken. Dat zou goed zijn voor onze economie. Maar de echte bedreiging voor onze welvaart ligt elders: in een stagnerende productie per werknemer, oftewel onze productiviteit.
Nederland vergrijst, de beroepsbevolking groeit nauwelijks en tegelijkertijd stijgen de kosten van zorg en AOW. Ook moeten we meer investeren in defensie, klimaat, infrastructuur en woningbouw, terwijl rekening moet worden gehouden met oplopende rentelasten.
Hoe gaan we dat betalen? Een groeiende economie zou het antwoord kunnen zijn. Maar juist daar zit een probleem. De productiviteitsgroei blijft achter. Als straks relatief minder mensen werken, zullen we het vooral moeten hebben van méér productie per gewerkt uur.
De VVD wil het debat aanzwengelen over meer uren werken. Natuurlijk is het goed als mensen die dat willen, meer uren kunnen werken. Maar meer uren zijn geen garantie voor een hogere productiviteit.
PISA is ook een economische waarschuwing
Het PISA-onderzoek meet de vaardigheden van vijftienjarige scholieren wereldwijd. De resultaten zijn voor Nederland zorgelijk. Nederlandse jongeren verliezen terrein op belangrijke basisvaardigheden, vooral lezen. Een groeiende groep haalt het minimale niveau niet.
Dat is niet alleen een pedagogisch probleem. Het is ook een probleem voor de toekomstige economische infrastructuur. De vijftienjarige van vandaag is de werknemer van 2030 en latere jaren. Die generatie maakt straks deel uit van een kleinere beroepsbevolking die onze samenleving draaiende moet houden en de economie moet laten groeien.
Tegelijkertijd wordt onze economie complexer door kunstmatige intelligentie, robotisering en digitalisering.
Dan hebben we mensen nodig die kunnen lezen, rekenen, informatie beoordelen, problemen oplossen en voortdurend nieuwe kennis kunnen opnemen.
Juist op die vaardigheden laten we steken vallen.
Investeer voordat het te laat is
Zonder een hogere productiviteit wordt iedere politieke keuze uiteindelijk een gevecht om een steeds kleinere economische taart. Meer zorg, defensie of investeringen betekent dan hogere belastingen of minder uitgaven.
Nederland heeft daarom geen gebrek aan arbeidsmoraal, maar behoefte aan een duidelijke toekomstvisie. De hamvraag is: hoe zorgen we ervoor dat ieder gewerkt uur meer waarde oplevert?
Dat begint bij kwalitatief goed onderwijs en betere basisvaardigheden. Maar ook kennis, innovatie, technologie en permanente scholing zijn essentieel. En wie méér wil werken, moet dat kunnen, waarbij extra uren financieel daadwerkelijk lonen.
De keuze is uiteindelijk simpel: investeren we nu in de productiviteit van de volgende generaties, of vragen we die generaties straks steeds harder te werken om onze stilstand te betalen?
De kinderen van vandaag kunnen we maar één keer goed opleiden.