
Stel, er hangt een rijpe sinaasappel in je boomgaard, en je bent bang dat die vrucht gestolen gaat worden. Hoe kijk je hoe groot dat risico is? Kijk je alleen naar de passanten, hoe zij verlekkerd naar je sinaasappel kijken, of ze proberen over je hek te klimmen? Of kijk je ook naar hoe hoog het hek is, en of er toevallig een ladder naast de boom staat?
Op 17 juli publiceerde de stichting Democratie Monitor een nieuw rapport, waarin zij waarschuwen voor de “mogelijkheid van beginnende autocratisering” in Nederland. Dit rapport focust zich in deze metafoor vooral op de eerste elementen, namelijk: zijn er politici met autocratische neigingen in de Nederlandse politiek? Hun conclusie is, zoals hierboven te lezen is, genuanceerd en voorzichtig. Zelf hou ik ook de autocratische tendensen in Nederland in de gaten, en ik kom tot een veel minder rooskleurig beeld dan dit rapport. Hoe komt dat?
Het verschil in conclusie zit hem in de elementen die je erbij betrekt. Het rapport van de stichting kijkt voornamelijk naar acties die proberen om de bestaande wettelijke orde te ondermijnen, en vergelijkt deze met de manier waarop bijvoorbeeld Donald Trump probeert om de Verenigde Staten om te bouwen tot een autocratie. Als je die vergelijking maakt, dan komt Nederland er positief uit vergeleken met de VS. Rob Jetten is geen Trump die openlijk de parlementaire democratie aanvalt. Er zijn wel een aantal politici die verlekkerd naar de sinaasappel staren, maar nog niemand heeft het op een sprinten gezet. Die vergelijking doet echter geen recht aan een groot verschil tussen de VS en Nederland, namelijk gemakkelijk die sinaasappel te pakken is: de institutionele bescherming tegen autocratie.
Juist in die aspecten, de institutionele bescherming tegen autocratie, is het in Nederland zeer slecht gesteld. In de VS worden burgemeesters en gouverneurs bijvoorbeeld verkozen. In Nederland worden burgemeesters en commissarissen van de koning benoemd door het kabinet. In de VS worden de besturen van universiteiten intern benoemd, in Nederland heeft de minister van onderwijs daar een grote rol in. Hetzelfde geldt voor de media: onafhankelijke mediabedrijven in de VS worden onder druk gezet, terwijl het bestuur van de NPO en de NOS door de regering worden benoemd. Federale rechters worden in de VS genomineerd door de president, maar goedgekeurd door de senaat, en lokale rechters worden zelfs verkozen. In Nederland ligt die bevoegdheid bij de ministerraad.
Als je kijkt naar een aantal episodes uit de machtsgreep van Donald Trump, en je vergelijkt die met hoe dat in Nederland zou gebeuren, dan is die vergelijking niet rooskleurig. Zo maakte Trump vorig jaar gebruik van een speciale wettelijke bevoegdheid om het bestuur van de hoofdstad Washington DC over te nemen, iets dat hij niet kon in bijvoorbeeld New York of Los Angeles. In Nederland kan een regering dat in elke stad doen door een nieuwe burgemeester te benoemen. Waar Trump moest dreigen met het achterhouden van subsidie, zou een Nederlandse regering eenvoudigweg een nieuw loyaal bestuur kunnen benoemen. Trump zette druk op een aantal satirische programma’s door te dreigen zijn toestemming voor fusies te weerhouden. In Nederland heeft de regering veel meer directe macht over de NPO.
Dat ook de VS onvoldoende bescherming heeft tegen autocratische overname moge duidelijk zijn. Het systeem daar was erop gebaseerd dat er altijd een kritisch parlement zou zijn dat de macht van de president in toom wil en kan houden, of een electoraat dat een autocratische president niet opnieuw verkiest. Het systeem blijkt niet gebouwd op absolute partijloyaliteit en fascistische desinformatie. Geen enkel systeem kan een concentratie van macht voorkomen (een goede reden om te overwegen macht überhaupt niet in een staat te concentreren).
Als de VS slecht beschermd is tegen een machtsgreep, dan is het in Nederland zo mogelijk nog slechter geregeld. Waar de VS nog een verkozen staatshoofd heeft, heeft Nederland dat niet. De Nederlandse ministerraad wordt formeel niet verkozen (noch door de kiezers, noch door het parlement) maar benoemd door de vorige ministerraad, ingevolge artikel 43 van de Grondwet. In tegenstelling tot wat veel mensen denken kan het parlement de ministerraad ook niet ontslaan: een motie van wantrouwen wordt traditioneel gezien als bindend, maar de Grondwet staat niet toe dat het parlement ministers ontslaat. Dat is dus een gebruik, en geen wet. Het Nederlandse electoraat en het parlement hebben dus geen wettelijk middel om een ministerraad af te zetten.
Het laatste redmiddel van het parlement in de VS is de government shutdown: als het Amerikaanse parlement de begroting voor het nieuwe jaar niet goedkeurt, mag de federale overheid geen geld uitgeven. In Nederland mogen uitgaven, ingevolge de Comptabiliteitswet, doorgaan op basis van de voorgaande begroting. Ook die nucleaire optie ontbreekt dus in Nederland.
Eén manier waarop Nederland beter beschermd is tegen autocratie is dat de Amerikaanse president een brede bevoegdheid heeft om zogenaamde executive orders uit te vaardigen om het ambtelijk apparaat bepaalde opdrachten te geven, waar dat recht in Nederland veel meer beperkt is. In Nederland zijn veel meer zaken strak bij wet geregeld, waardoor ministers minder beweegruimte hebben. Ten minste, dat was altijd het geval, maar in de laatste 40 jaar heeft de Nederlandse ministerraad veel meer bevoegdheden gekregen om bij ministerieel besluit of bij algemene maatregel van bestuur (Nederlandse versies van de executive order) te besluiten. De versoepelde regels rond het doden van zogenaamde ‘probleemwolven’ in Nederland zijn ingevoerd bij algemene maatregel van bestuur. Dit in strijd met een motie die de regering opriep om te wachten tot de Tweede Kamer over het voorstel kon debatteren.
Dit alles gaat er overigens vanuit dat het parlement de regering tegen zal werken als deze autocratisch wordt, maar dat is maar zeer de vraag. We hoeven niet te fantaseren over hoe de wereld eruit zou zien als ministers niet teruggefloten zouden worden voor illegaal handelen. In 2023 bepaalde de Inspectie Justitie en Veiligheid dat BOA’s in een detentiekamp in Hoogeveen illegaal geweld hadden gebruikt tegen vluchtelingen. Toch ging het geweld door. In 2024 bleek dat vluchtelingen illegaal werden opgesloten in een zogenaamde ‘procesbeschikbaarheidslocatie’. Ook in 2024 probeerde de staatssecretaris van Asiel en Migratie Oekraïense derdelanders Nederland uit te zetten, terwijl de rechter had bepaald dat ze mochten blijven. Dit gebeurde overigens allemaal onder de verantwoordelijkheid van hetzelfde duo, Dilan Yesilgöz en Eric van der Burg.
Dit is niet alleen een kritiek op het Nederlandse systeem, maar ook op het rapport. Daarin worden deze wetsovertredingen niet genoemd. Dat is schokkend, maar niet verrassend. De fascistische filosoof Carl Schmitt zag dit als een centrale fout in democratische rechtsstaten die door de Nazi’s kon worden gebruikt: ook in representatieve democratieën zijn er mensen die buiten de rechtsbescherming vallen, omdat ze zelf geen staatsmacht hebben en niemand met staatsmacht voor ze op wil komen. Autocratie komt niet plots tevoorschijn, als een schimmel groeit het vanuit de plekken waar het al bestaat, in de krochten van de democratie.
De psycholoog Michael Hoexter gebruikte in 2016 de term soft climate change denial. Mensen die zich hieraan schuldig maken, erkennen wel dat klimaatverandering bestaat, maar ontkennen om verschillende redenen de ernst. Het rapport van de stichting Democratie Monitor maakt zich schuldig aan soft autocracy denial, door het als een dreiging voor te doen die nog ver weg is, en door te doen alsof de Nederlandse democratische instituties sterk zijn. Hoewel het rapport wel aanbevelingen doet om instituties te versterken, neemt het de fragiele Nederlandse democratie niet mee in de bepaling hoe ernstig de dreiging is. Die dreiging is veel groter en veel acuter dan het rapport doet denken. De autocratische vrucht is klaar om geplukt te worden, en de eerste stap om dat te voorkomen is door het te erkennen.