Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

NAZA, als de dood van onschuldige burgers wordt teruggebracht tot 'nevenschade'

•
14-10-2026
•
leestijd 7 minuten
•
3228 keer bekeken
•
ANP-568721123

Een voorbijganger passeert een graffiti-afbeelding van de Israëlische filmregisseurs Yuval Abraham (links) en Rachel Szor (rechts), voorzien van het Hebreeuwse woord voor 'verrader', in de Is

Er zijn films die een verhaal vertellen, er zijn films waarbij de publieke storm van verontwaardiging die ze veroorzaken zelf een verhaal wordt, en er zijn films die beide zijn. De documentaire van Yuval Abraham en Rachel Szor, NAZA - Collateral Damage, die op het filmfestival van Venetië bekroond werd, behoort tot de laatste categorie. De film, gebaseerd op de anonieme getuigenissen van 24 soldaten en inlichtingenofficieren die in Gaza hebben gediend, gaat niet alleen over de gevolgen van bombardementen, maar over het mechanisme dat eraan voorafging: het verzamelen van informatie, het selecteren van doelwitten, het inschatten van het aantal burgers dat mogelijk getroffen zou worden en de vraag wat als gerechtvaardigde "collateral damage", nevenschade, wordt beschouwd. Toch lijkt de publieke storm van verontwaardiging die rond de film is ontstaan de diepere vraag te missen die de film aan de Israëlische samenleving presenteert.

Natuurlijk kan men de betrouwbaarheid van een bepaalde getuigenis ter discussie stellen, nagaan of een bepaalde herinnering overeenkomt met de feiten en onderzoeken of bepaalde gevallen aanleiding zouden kunnen geven tot een juridische procedure. Maar er is één vraag die niet ter discussie kan worden gesteld, en die juist in de titel van de film besloten ligt: wat zegt het over het morele bewustzijn van een samenleving wanneer zij het doden of verwonden van onschuldige mensen omhult met de professioneel-neutrale term "collateral  damage"?

In de wereld van deze terminologie wordt een huis een "structuur", wordt een gezin een "cijfer" en wordt een gedood kind een burger die zich toevallig in de nabijheid van het doelwit bevond. De dood zelf wordt een gegeven binnen een systeem van professionele afwegingen. Zo ontstaat de psychologische en morele mogelijkheid om een ramp met afstand te bekijken. Precies daar verliest de taal haar werkelijke betekenis - en verliest een samenleving haar morele gevoeligheid.

Nog voordat de film in Israël werd vertoond, waren de makers al het doelwit geworden van een lastercampagne. Zij werden als verraders bestempeld en beschuldigd van het "schaden van IDF-militairen", alsof het leger een zelfstandig beleid zou voeren dat losstaat van dat van de regering. Netanyahu zette de toon door te stellen dat de makers het staatsburgerschap moest worden ontnomen, kennelijk vanuit de veronderstelling dat kritiek op het beleid van zijn regering een dergelijke maatregel rechtvaardigt.

Het is duidelijk dat de motieven achter deze ophitsing - electorale overwegingen en een poging om de aandacht af te leiden van de tekortkomingen van de regering naar "verraderlijke linksen" - slechts opnieuw illustreren wat Samuel Johnson ooit vaststelde: "Patriottisme is het laatste toevluchtsoord van een schurk."

Tegelijkertijd moet niet alleen worden gelet op het feit dat er nauwelijks inhoudelijke antwoorden zijn gegeven op de beweringen die in de film worden gedaan, maar ook dat juist in de verklaringen van officiële woordvoerders en ministers aanwijzingen te vinden zijn die deze beweringen ondersteunen. Volgens Israëlische schattingen bestond ongeveer een derde van de doden in Gaza uit Hamas-strijders. Met andere woorden: ongeveer twee derde van de doden waren volgens deze schatting burgers of andere niet-strijders, wat opnieuw de vraag oproept wat precies onder "collateral damage" wordt verstaan.

Of neem, als alternatief, een tweet van enkele dagen geleden waarin minister Israel Katz er prat op ging dat er "in Gaza vandaag een veiligheidszone bestaat die vrij is van inwoners en huizen," die zone betreft ongeveer 70 procent van het grondgebied van de Gazastrook. Zelfs wanneer men de politieke context waarin deze woorden werden uitgesproken buiten beschouwing laat, kan men niet anders dan zich afvragen wat de uitdrukking "vrij van inwoners en huizen" betekent. Wat is er gebeurd met de mensen die in die huizen woonden? Waar zijn zij naartoe gegaan? En vooral: hoe kunnen emotieloze termen als "veiligheidszone", "vrij van inwoners" en "collateral damage" het voor een samenleving gemakkelijker maken om zich aan haar morele verantwoordelijkheid te onttrekken?

Voor zover de film zich richt op het Israëlische besluitvormingsmechanisme, biedt het verslag van de Franse historicus Jean-Pierre Filiu, zoals beschreven in zijn boek Un historien à Gaza, de mogelijkheid het perspectief om te keren en de gevolgen vanuit de andere kant te bekijken. Filiu, die Gaza goed kent, bezocht de Gazastrook in december 2024 en stelde vast hoe groot de kloof was tussen de plaats die hij kende en wat hij nu voor zich zag.

Filiu begint zijn getuigenis met een beschrijving van verwoeste landschappen die doen denken aan Dante’s hel. Een vrijwel ononderbroken keten van ruïnes verandert de verwoesting van een reeks afzonderlijke locaties in één uitgestrekt gebied. In Khan Younis, de stad die hij goed kende, zag hij een landschap van kraters, puin en gebouwen die hun herkenbare vorm hadden verloren. Van een moskee was alleen een minaret overgebleven, een hele straat was geblokkeerd door een ingestort gebouw en het Dar al-Salam-ziekenhuis was veranderd in een berg puin.

Filiu benadrukt dat hij verschillende oorlogsgebieden heeft bezocht, maar naar eigen zeggen nooit eerder iets vergelijkbaars heeft gezien. De cijfers die hij aanhaalt maken de omvang van de verwoesting duidelijk: 87 procent van de woongebouwen is beschadigd, meer dan 80 procent van de bedrijven is verwoest en twee derde van het wegennet is buiten gebruik geraakt. Maar hoe indrukwekkend de cijfers ook zijn, ze vertellen niet het hele verhaal. Achter ieder ingestort gebouw bevonden zich hele levens; achter iedere verdwenen wijk bestond een sociaal weefsel, en achter ieder getal gaan mensen, gezinnen, herinneringen en dromen schuil.

De menselijke betekenis van de verwoesting wordt duidelijk uit de persoonlijke verhalen die Filiu vertelt. Hij beschrijft mensen die niet meer weten waar hun huis heeft gestaan, mensen die levend onder het puin zijn begraven en gezinnen die hun leefomgeving en de gemeenschap waarin zij leefden hebben verloren. Volgens de gegevens die in zijn getuigenis worden aangehaald, zijn ongeveer 1,9 miljoen mensen meer dan één keer gedwongen hun woonplaats te verlaten. Aan het einde van dit proces wachtte hun geen ander huis, maar een tent en een ruimte van minder dan twee vierkante meter per persoon.

Een van de aangrijpendste voorbeelden van het verwoeste Gaza is het verhaal van de familie van Mahmoud al-Fassi. Nadat het gezin herhaaldelijk uit zijn woonplaats was verdreven, vond het onderdak in een tent aan de kust. Tijdens een koude en stormachtige nacht lag hun drie weken oude dochter Sila te rillen van de kou. De volgende ochtend vonden haar ouders het meisje levenloos. In het Nasser-ziekenhuis werd vastgesteld dat zij aan onderkoeling was overleden. Het was het derde geval van dit type in hetzelfde ziekenhuis binnen achtenveertig uur, na de dood van een baby van drie dagen oud en een baby van een maand oud.

Het is moeilijk om Filiu’s getuigenis te lezen en vast te blijven houden aan de steriele taal van "collateral  damage." Achter deze term gaat een baby van drie weken oud schuil; een vader en een moeder die proberen haar lichaam warm te houden; en de volgende ochtend vinden zij hun dode dochter.

De "collateral damage" beperkt zich niet tot de dood en de vernietiging van het gezinsleven. Zij strekt zich uit tot de meest elementaire bestaansvoorwaarden. Filiu beschrijft open vuilnisbelten, kinderen op blote voeten, tenten die geen bescherming bieden tegen wind en regen, beerputten die in het zand zijn gegraven, de geur van rioolwater en het ontbreken van privacy.

Water is misschien wel het scherpste voorbeeld van de ontwrichting van het basale bestaan. Volgens de cijfers die hij aanhaalt was er aan de vooravond van de oorlog dagelijks ongeveer 80 liter water per persoon beschikbaar, terwijl dat eind 2024 was gedaald tot ongeveer 9 liter per persoon per dag, waarvan ongeveer twee liter bestemd was om te drinken. Ook hier verbergt het getal de werkelijkheid minstens zozeer als het die weergeeft. Negen liter is niet alleen een statistisch gegeven. Het is een mens die met een jerrycan in de rij staat, een kind dat op water wacht, een gezin dat niet weet wanneer het zijn jerrycan opnieuw kan vullen.

De verwoesting is ook zichtbaar in het gezondheidszorgsysteem. Filiu beschrijft ziekenhuizen die van plekken voor genezing zijn veranderd in ruimtes van angst, gebrek en belegering. Gewonden en zieken moeten onder extreme omstandigheden worden behandeld, terwijl een systeem dat al niet in staat is basiszorg te bieden, ook nog kampt met een tekort aan middelen en personeel. Volgens de gegevens die hij aanhaalt, hebben duizend dialysepatiënten en ongeveer tienduizend kankerpatiënten de essentiële toegang tot behandeling en medische controles verloren.

Uiteindelijk vormt Filiu’s getuigenis een aanvulling op de film. Terwijl de film zich verhaalt over militaire beslissingen, richt Filiu zich op de menselijke gevolgen daarvan. Hij begint bij de mens die zich aan de andere kant van de militaire beslissing bevindt: bij het ontheemde gezin, het kind dat naar water zoekt, de baby die van de kou is gestorven, de patiënt die op behandeling wacht, de arts die onder onmogelijke omstandigheden blijft werken, de stad die tot aan de grond is verwoest en een samenleving die uiteen is gevallen.

Men kan discussiëren over cijfers, getuigenissen of een specifieke militaire beslissing. Maar een feitelijk debat kan de morele vraag niet opheffen: wat gebeurt er wanneer een heel systeem er gewend aan raakt mensen te beschrijven in zulke termen dat het mogelijk wordt afstand te nemen van de menselijke gevolgen van daden? "Collateral damage" is een term die de werkelijkheid ordent vanuit het perspectief van het militaire systeem. Het sorteert, classificeert en berekent maar beschrijft niet de ervaringen van de mensen die zich aan de andere kant van die term bevinden. In Gaza bestaat er geen "collateral damage". Er is het verlies van een huis, van een gezin, van een lichaam, van herinneringen en van een toekomst.

Op het moment waarop we het leed van mensen louter definiëren met een dergelijke technische en professionele term, wordt het gemakkelijker om ons van de betekenis ervan te distantiëren. Filiu’s getuigenis doet het tegenovergestelde. Hij geeft termen en cijfers opnieuw een gezicht: dat van mensen, gezinnen, angst, pijn en dood. Het boek plaatst tegenover de abstracte taal van de oorlog haar concrete gevolgen.

De Israëlische samenleving kan de werkelijkheid negeren, de makers van de film veroordelen en zich zelfs opnieuw laten meeslepen door een populistische leider zonder inhoud, maar niets van dit alles zal haar van haar verantwoordelijkheid ontslaan. En zelfs als er duizend jaar voorbijgaan, zullen de onrechtvaardigheden die in haar naam zijn begaan niet worden witgewassen.

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor